Breuktrappen op de Meinweg



Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed

Samenvatting

De Meinweg is een geologisch divers gebied van ongeveer 1800 hectare aan de oostkant van Roermond dat grenst aan Duitsland. Dit gebied is sterk gevormd door tektonische processen en door rivieren. Er zijn hier oude Rijn- en Maasterrassen te vinden die ontstaan zijn in het Vroeg tot Midden Pleistoceen. Door het gebied lopen een aantal parallelle tektonische breuken. De belangrijkste zijn de Peelrandbreuk, de Meinwegstoring en de Zandbergstoring, die elk een eigen breuktrap vormen. De tektoniek heeft samen met de terrassen ervoor gezorgd dat er een hoogteverschil van ca. 50 meter is tussen het oosten en het westen. Beneden de breuktrappen zijn dalen en vennen gevormd. Op de terrassen liggen lokaal windduinen uit de laatste ijstijd. Door de diverse landvormen is er een grote biodiversiteit. Het is bijvoorbeeld het enige gebied waar de adder nog van nature voorkomt in Nederland. Sinds de jaren ’90 is de Meinweg een Nationaal Park en een Natura 2000 gebied.

Aardkundig fenomeen (primair)

breuktrap

Overige aardkundige fenomenen

terrasvlakte

Periode(s)

  • Tertiar
  • Pleistoceen
  • Holoceen

Gevormd door

rivieren, tektoniek

Kenmerkendheid

  • Getrapt reliëf dat veroorzaakt wordt door tektoniek in combinatie met terrassenformatie
  • Hoogste breuktrappen in Nederland
  • Aan de voet van de breuktrappen zijn door natte condities vennen ontstaan.
BESCHRIJVING
AHN-kaart van de Meinweg. De breuktreden zichtbaar in de kleurverschillen. De drie breuken zijn op de kaart aangegeven
BESCHRIJVING
Het wandelpad loopt over de steilrand van de Meinwegstoring omhoog. Foto: Harm Jan Pierik.
BESCHRIJVING
Droogdalen vervoerde tijdens het Weichselien en Holoceen (smelt)water naar beneden en hebben hierdoor dalen gecreëerd. Deze dalen zorgen voor extra reliëf in het landschap. Foto: Harm Jan Pierik.
BESCHRIJVING
Een ven op de Meinweg. Vennen ontstaan langs de breuktreden, omdat hier kwelwater omhoog kan komen. Foto: Harm Jan Pierik.

Ontstaansgeschiedenis

Terrassen uit het Vroeg en Midden Pleistoceen

De Rijn en Maas speelden in de loop van het Pleistoceen een belangrijke rol in het vormen van dit gebied. In het vroeg Pleistoceen heeft de Rijn hier terrassen gevormd (zgn. hoogterrassen). Deze zijn te vinden in het oostelijke deel van de Meinweg. Later verschoof de Rijn zijn loop naar het oosten en sneed de Maas het gebied aan. De Maas heeft aan de westkant tot het Saalien (150.000 jaar geleden) haar eigen terrassen gevormd (middenterrassen).

Lokaal ligt op deze rivierterrassen dekzand uit het Laat-Glaciaal te vinden. Verder heeft er op de Meinweg ook verstuivingen van stuifzand plaatsgevonden door de het steken van plaggen door mensen op heide gronden. Dit heeft gezorgd voor enkele landduinen en geringe bodemformatie.

De tektoniek

De Meinweg ligt tussen een aantal belangrijke breuken in. In de Meinweg lopen de breuken parallel aan elkaar in een zuidoost richting en vormen door hun bewegingen hoogteverschillen en diverse soorten landschapen. De belangrijkste breuken van west naar oost in het Meinweggebied zijn de Peelrandbreuk, de Meinwegstoring en de Zandbergstoring. De Peelrandbreukzone is waarschijnlijk al enkele tientallen miljoenen jaren actief.

De Meinwegstoring en de Zandbergstoring zijn secundaire breuken van de Peelhorstbreuk. Ze zijn duidelijk te zien aan de breuktrappen in het gebied, dit zijn steilwanden van enkele tientallen meters. De gebieden tussen de breuken kantelen ook naar het oosten. Het maximale hoogteverschil gecreëerd door onder andere de tektoniek in het gebied is ongeveer 50 meter, van 30 met NAP in het westen en 80 meter NAP in het westen. Door het stijgen van de Peelhorst zijn er op de hogere delen van de Meinweg geologische oudere pakketten dichtbij de oppervlakte gekomen. Dezelfde pakketten zitten soms wel 150 meter diep in de Roerdalslenk.

In de hoog- en middenterrassen zorgde de secundaire breuken de Meinwegbreuk en de Zandbergingbreuk voor nieuwe bodembewegingen waardoor een delen van het terras naar beneden zakte. Dit creëerde het trapfenomeen in de terrassen van de Meinweg. De Maas verplaatste zich door het zakken van de grond door de breuk uit de Meinweg naar het westen

De bossen en heide

Tussen de beekdalen komen uitgestrekte bossen en heide gronden voor. Het vroegere bos bestond uit eiken- en beukenbomen. Dit is tijdens de Middeleeuwen allemaal gekapt en er kwam heide daarvoor in de plaats. Op de Meinweg komt zowel natte als droge heide voor. Op droog heide overheerst struikheide, terwijl op natte heide juist dopheide te vinden is. De natte heide vind je op de Meinweg bij de beekdalen en de vennen. De droge heide komen voornamelijk bij de holtpodzolenbodem voor.

Huidige aardkundige processen

De breuken in de Meinweg zijn nog steeds actief. Verder vind er op lokale plekken nog verstuivingen plaats.

Bodems en waterhuishouding

Op de hoog- en middenterrassen komen grotendeels holtpodzolen voor. Hier liggen mineraalrijke Rijnzanden. Veldpodzolen liggen op wat nattere gronden. Op de allerhoogste terras is löss te vinden.

Water infiltreert makkelijk in de zandgronden van de Meinweg. Bij de steilranden in de Meinweg zijn droogdalen en vennen gevormd door kwel vanaf de hogere terrassen. Ook op het hoogste terras liggen vennen. Ze zijn veelal ontstaan tijdens de laatste ijstijd en sommige zijn opgevuld met klei, leem en/of zand. Twee belangrijke beekdalen zijn de Boschbeek- en de Roode beekdalen. Ze worden gevoed door kwelwater van de hogere terrassen. In deze beekdalen heeft vroeger veenvorming plaatsgevonden.

Relatie met archeologie en cultuurhistorie

  • De naam Meinweg komt niet van de Beatrixmijn die ooit in het gebied is gebouwd, maar van het Keltische woord ‘gemeyne’ wat ‘gemeenschappelijk’ betekend. De Meinweg was vroeger, tot de 18e eeuw, een gedeeld heidegebied tussen enkele omliggende dorpen in Nederland en in Duitsland.
  • De bossen in de Meinweg werden sinds de Bronstijd gekapt voor het leggen van akkers. Aan het einde van de Middeleeuwen was er niks meer van het bos over en was er heide voor in de plaats gekomen. Alleen bij de Boschbeek en Roode beek was er nog sprake van een bos. Door het plaggen van de heide kwamen er zandverstuivingen bij Bremmerberg en Zandbergen.

Verder lezen

  • Bossenbroek, P., Hermans, J., Smits, J., Vorstermans, S., & F. van Westreenen. (1996). Het land van Peel en Maas. Staatsbosbeheer, Roermond.
  • Gonggrijp, G. P. (1986). Gea-objecten van Limburg. Leersum, Rijksinstituut voor natuurbeheer, RIN-rapport, 86, 21.
  • Koster, E. (2011). Aardkundig excursiepunt 45: Breuktrappen en Terrassen in de Meinweg. Grondboor & Hamer, 6, 167-173.
  • Rijksgeologische Dienst. (1986). De geologie van het Meinweggebied en omgeving. Karteerdistnct Zuid.
  • Stichting voor Bodemkartering (1968). Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50 000: Toelichting bij de kaartblad 58 Oost Roermond. Pudoc, Wageningen.
  • Wolfert, H.P. (1989). Geomorfologische waarden in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Rapport 12. Staring Centrum, Wageningen.

Tekst: Tessa Bosch (UU)

Zie ook

ArtikelenTrefwoorden

Breuktreden, rivierterrassen, stuifzand, dekzand

Begrippen

rivierterrassen

Specialist(en)

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 mrt 2026 om 04:05.