Dekzandruggen Heino - Lemelerveld
Kaart: Aardkundig Erfgoed
Samenvatting
Serie van drie bijzonder lange en smalle dekzandruggen, die afgewisseld worden met dalvormige laagten. De ruggen lopen parallel aan elkaar met een oost-west oriëntatie. Ze hebben een lengte van ongeveer 10 km en steken 1 - 2 meter boven omliggende landschap uit.
De dekzandruggen zijn waarschijnlijk afgezet aan het einde van de laatste ijstijd, het Weichselien (ongeveer 110.000-11.700 jaar geleden). In deze koude en droge periode kon de wind zand meenemen uit periodiek droogvallende (sneeuwsmelt)waterdalen, die het IJsseldal instroomden. Het zand werd aan de flanken van de dalen neergelegd in de vorm van ruggen. In het Holoceen zijn de dekzandruggen plaatselijk verstoven en de hoogte van de dekzandruggen is versterkt door ophoging met een plaggendek.
Aardkundig fenomeen (primair)
dekzandrug
Overige aardkundige fenomenen
stuifzandduin, stuifzandreliëf
Periode(s)
- Pleistoceen - Weichselien - Laat-Glaciaal
- Holoceen
Gevormd door
mens, wind
Kenmerkendheid
- Een serie van drie typische lange en smalle dekzandruggen uit het einde van de laatste ijstijd.

Ontstaansgeschiedenis
Tussen Heino en Lemelerveld liggen drie parallelle dekzandruggen in oost-westelijke richting. Ze steken 1 – 2 meter boven hun omgeving uit. Het cultuurlandschap, zoals wegen en bouwlanden, volgen deze hoger gelegen landvormen. Hierdoor zijn de ruggen duidelijk in het landschap zichtbaar.
Duinvorming in de laatste ijstijd
De afzetting van de dekzandruggen kwam waarschijnlijk tot stand in het begin van het Laat-Glaciaal, maar de rug kreeg zijn huidige vorm grotendeels in de laatste en koudste deel van deze periode (het Jonge Dryas, ongeveer 12.900-11.700 jaar geleden). Deze periode was bijzonder koud en droog en het landschap was spaarzaam begroeid. Omdat ondergrond bevroren was, kon (sneeuwsmelt)water alleen via talrijke laagtes in het landschap afgevoerd. Deze liepen vanaf het oosten richting het IJsseldal. In de winter lagen deze laagtes droog en kon het kale zand door de wind worden opgeblazen tot lange dekzandruggen langs de afvoerlaagtes. Zo ontstond de afwisseling van lange oost-west lopende dekzandlaagtes en dekzandruggen in Salland. Opvallend is dat het zand ten oosten van Heino witter is dan de andere dekzanden. Ook is op verschillende plaatsen in de dekzandruggen een kenmerkende laag met organische resten gevonden (Laag van Usselo), die stamt uit een warmere periode aan het eind van de laatste ijstijd (het Allerød, 13.900 - 12.900 jaar geleden)). De richting van de dekzandruggen wijst op de vorming door noordwestelijke tot westelijke winden.
Vernatting en verstuiving in het Holoceen
In het Holoceen vernatte en verwarmde het klimaat, waardoor de vegetatiegroei toenam en de afzetting van zand door wind stopte. Op deze manier werden de dekzandruggen vastgelegd. Lokaal is zand opnieuw verstoven door menselijke invloed, vermoedelijk vanaf de Middeleeuwen. Voorbeelden hiervan zijn de Kriegshuusbelten en de Stoevinghe, waar de verstuiving voor een grillig reliëf heeft gezorgd. De voormalige smeltwaterdalen tussen de dekzandruggen zijn relatief natte gebieden. De hoge en droge gronden van de dekzandruggen konden wel worden gebruikt als bouwland, zo zijn plaggendekken op de dekzandruggen neergelegd die de ruggen hebben verhoogd, zoals bij landgoed De Vlaminckhorst.
Huidige aardkundige processen
Geen
Bodems en waterhuishouding
Op de meeste plekken zijn cultuurdekken aangebracht, en liggen hoge zwarte enkeerdgronden. Ook zijn veldpodzolgronden ontwikkeld in de dekzandruggen. Waar het zand lokaal weer is verstoven liggen duinvaaggronden. Beekeerdgronden liggen in de lagere gebieden tussen de ruggen.
Relatie met cultuurhistorie en archeologie
- De dekzandruggen fungeerde als corridors in een vrij nat landschap, de oude doorgaande lokale en regionale wegen lopen over de dekzandruggen: Twentse weg, Zuthemerweg, Lemelerweg.
- De hoge en droge dekzandrug was geschikt voor bouwlanden en het vestigen van de plaats Heino. Esdekken met historische boerderijen en oude wegen volgen het reliëf.
Verder lezen
- De Soet, F. (1975). Gea-objecten van Overijssel. Arnhem, Rijksinstituut voor natuurbeheer, RIN-rapport, 32, 605.
- Spek, T. (1996). Het Sallandse dekzandlandschap, in: Spek, T., Zeiler, E.D., Raap, E., Van de Hunnepe tot de zee. De geschiedenis van het Waterschap Salland, Kampen, 23-46.
Overlap met eerder genoemd aardkundig erfgoed
- GEA-object: 27O3 Heino en omgeving
- Van Beusekom (2007): OV 48
Zie ook
Aardkundig erfgoedDekzandrug
Begrippen
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 22 mei 2026 om 02:06.