Dekzandruggen en komvlakte Windesheim



Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed

Samenvatting

In dit komgebied naast de IJssel (Polder het Lierder- en Molenbroek) steken enkele paraboolvormige dekzandruggen 2 meter uit boven de verder vlakke omgeving. De paraboolduinen zijn afgezet aan het eind van de laatste ijstijd (ongeveer 110.000-11.700 jaar geleden).

Aardkundig fenomeen (primair)

paraboolduin

Overige aardkundige fenomenen

rivierkom

Periode(s)

  • Pleistoceen - Weichselien - Laat-Glaciaal
  • Holoceen

Gevormd door

mens, wind

Kenmerkendheid

  • Fraaiste voorbeelden van oogvormige dekzandruggen in Nederland.
  • Kenmerkende jonge rivierduinen langs de IJsselvallei.
AHN Hoogtekaart de dekzandruggen en rivierduinen omgeving Windesheim
Afb. 1. AHN Hoogtekaart van de dekzandruggen in het Lierder- en Molenbroek, met kenmerkende paraboolvormen. Ter hoogte van Hoog-Zuthem en Windesheim liggen rivierduinen. (klik voor een vergroting)

Ontstaansgeschiedenis

De Polder het Lierder- en Molenbroek is een komvlakte naast de Gelderse IJssel waar enkele lage dekzandruggen te zien zijn. Ze hebben een duidelijke paraboolvorm en steken ongeveer 2 meter boven de verder vlakke omgeving uit. De zandafzettingen in deze komvlakte zijn na het ontstaan van de IJssel rond 550 na Chr. omringd of gedeeltelijk bedekt met kleiige IJsselafzettingen.

Duinvorming eind laatst ijstijd

De dekzandruggen zijn vermoedelijk in het Laat Glaciaal (ongeveer 14.500-11.700 jaar geleden) afgezet. Deze periode was bijzonder koud en droog en het landschap was spaarzaam begroeid. De wind had hierdoor vrij spel en kon zand vervoeren uit de IJsselvallei die toen slechts lokale rivieren afvoerde. Een eindje verder werd het zand neergelegd, waar het werd vastgehouden door de lage vegetatie. De oriëntatie van de paraboolvorm met de open kant richting het noordwesten, laat zien dat de dekzandrug door een noordwestelijke wind is afgezet. In het Holoceen (11.700 jaar geleden) warmde het klimaat op, vooral in het Laat-Holoceen steeg de grondwaterstand in dit gebied en vond veenvorming plaats in de lage delen tussen de ruggen. Vanaf de middeleeuwen ontstond de IJssel en werd dit gebied een komgebied dat tijdens hoogwater overstroomde. Tussen de ruggen en op de lage ruggen werd klei afgezet, alleen de hogere ruggen zijn niet bedekt geraakt met klei.

Huidige aardkundige processen

Geen

Bodems en waterhuishouding

In de komvlakte liggen kalkloze poldervaaggronden, bestaande uit zware klei, en drechtvaaggronden. Op de rivierduinen liggen mengelgronden, en vlakvaaggronden. Mengelgronden bestaan uit dekzand, de bovenste 50 à 60 cm van deze gronden is gemengd met rivierklei. De dekzandkoppen bestaan uit veldpodzolgronden.

Relatie met cultuurhistorie en archeologie

  • De oudste boerderijen op de hoger gelegen dekzandruggen.
  • Het komgebied kent een rationele verkaveling die kenmerkend is voor deze natte en kleiige gebieden.

Verder lezen

Overlap met eerder genoemd aardkundig erfgoed

  • GEA-object: 27O2 Polder het Lierder- en Molenbroek
  • Van Beusekom (2007): OV 51, OV 53
Tekst: Harm Jan Pierik & Vera Smits

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema'sTrefwoorden

Dekzandrug, komgebied

Begrippen

komgebieden en dekzandruggen

Specialist(en)

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 22 mei 2026 om 02:06.