Geulen IJsseldelta
Kaart: Aardkundig Erfgoed
Samenvatting
In de IJsseldelta bij Kampen liggen goed zichtbare geulen, het Noordiep en Ganzediep zijn de meest prominente. Daarnaast liggen er nog goed zichtbare kleiige depressies in het landschap die de restanten zijn van oude geulen in de delta van de IJssel. Deze delta is vanaf de Late-Middeleeuwen ontstaan toen de IJsselafvoer toenam en er een delta kon uitbouwen in het Almere (later Zuiderzee).
Aardkundig fenomeen (primair)
restgeul
Periode(s)
- Holoceen - Late Middeleeuwen
- Holoceen - Nieuwe tijd
Gevormd door
rivieren
Kenmerkendheid
- Goed zichtbare geulen in een van de weinige klassiek delta's in Nederland.Ontstaansgeschiedenis
Samen met de Biesbosch, is dit geologisch gezien de enige klassieke delta van Nederland. De IJsseldelta vormde vanaf de vroege middeleeuwen, toen de Gelderse IJssel als Rijntak ontstond. Hiervoor lag op deze plek de monding van een lokaal afwaterend riviersysteem (‘Oer-Hunnepe’) in de Almerelagune (voorloper van de Zuiderzee).
Het deltapakket bestaat grotendeels uit zand tot wel 5 meter dik, met een vergroving naar boven toe (zgn. ‘Rampspolzanden’). Ze zijn afgezet in het open water van de Zuiderzee, bij de mondingen van de riviertakken. Hier verloor de rivier zijn stroomsnelheid, waardoor het meegevoerde zand tot bezinking kwam. Omdat de delta zich steeds verder heeft uitgebouwd, is dit zandpakket uiteindelijk onder vrijwel de gehele delta komen te liggen. Bovenop dit pakket liggen komkleien en oeverwallen. De delta is doorsneden door oude geulen die ofwel nog watervoerend zijn (Noordiep, Ganzediep) of nog als goed zichtbare kleiige depressies in het landschap liggen.
Uitbouwfasen van de delta
Vanaf de vroege middeleeuwen bouwde de delta aanvankelijk noordwaards uit (Ganzendiep, Garste). Rond ca. 1100 zorgden stormvloeden voor de afslag van een grote veenbrug tussen Schokland en Kampen. Hierdoor kon het zwaartepunt van de delta-uitbouw zich naar het westen verleggen richting de huidige monding van de IJssel, en ontstond o.a. het Noordiep. Tijdens de late middeleeuwen was de afvoer van de IJssel was relatief groot en kon de delta het meest effectief uitbouwen. Langs de dijk tussen Grafhorst en Genemuiden liggen kolken, als restanten van historische dijkdoorbraken.
Huidige aardkundige processen:
geen
Bodems en waterhuishouding:
Het gebied kent zavelige en kalkrijke poldervaaggronden, de restgeulen zijn gevuld met zware klei.
Relatie met archeologie en cultuurhistorie:
- Veel boerderijen liggen huisterpen, opgeworpen na de middeleeuwen.
- De dichtgeslibde geulen zijn veelal nog in verkaveling te zien.
Verder lezen:
- Cohen, K. M., Stouthamer, E., Hoek, W. Z., Berendsen, H. J. A., & Kempen, H. F. J. (2009). Zand in banen: zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/44941/Zand-in-banen-3e-druk-2009-2010.pdf?sequence=1
- Haartsen, A. & Storms, E. (2009) Ontgonnen verleden: regiobeschrijvingen Provincie Overijssel, ministerie van LNV https://edepot.wur.nl/144248
- Spek, T., F.D. Zeiler, & E. Raap (1996), Van de Hunnepe tot de zee; de geschiedenis van het Waterschap Salland, IJsselacademie
- Willemse, N.W., Keunen, L., Wentink, S. (2018) Archeologie in Overijssel – provinciale kennisatlas en onderzoeksagenda.
Overlap met eerder benoemd aardkundig erfgoed
- GEA-object: 21W6
- Van Beusekom (2007) OV3, Kampen
Tekst: Vera Smits
Zie ook
Hoort bij deze thema'sTrefwoordenrestgeul, IJsseldelta, Kampereiland, IJssel
Begrippen
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 9 dec 2025 om 04:01.