Komgronden Neder-Betuwe



Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed

Samenvatting

De komgebieden van Culemborg, het Rijswijkse Veld, het Ommerensche en Ingensche veld zijn drie laaggelegen gebieden in de Neder-Betuwe. De ondergrond bestaat vooral uit zware rivierklei, door de Rijn afgezet tijdens hoogwater in uitgestrekte overstromingsvlaktes (komgebieden). Vooral naar het westen toe komt ook veen voor in de ondergrond. Enkele kleinere stroomruggen zijn nog zichtbaar als verhoging in het landschap.

Aardkundig fenomeen (primair)

rivierkom

Periode(s)

  • Holoceen

Gevormd door

rivieren

Kenmerkendheid

  • Relatief laag gelegen en natte overstromingsgebieden van onbedijkte rivieren (komgebieden).
  • Microreliëf van kleine stroomruggen en kreken.

Ontstaansgeschiedenis

Overstromingsgebieden sinds de laatste 8000 jaar

In de Over-Betuwe is door sedimentaanvoer van de Rijn en de Holocene zeepspiegelstijging een delta opgebouwd, waarin rivierlopen zich regelmatig verlegden. De opbouw begon vanaf ongeveer 7800 bij Culemborg en ongeveer 6800 jaar geleden bij Ommeren, sedimentatie ging door tot aan de bedijking in de late middeleeuwen.

De komgebieden bij Culemborg, het Rijswijkse Veld en het Ommerensche en Ingensche veld liggen laag in het landschap en zijn relatief nat. Hun ondergrond bestaat vooral uit klei tijdens hoogwater klei is afgezet vanuit diverse omliggende rivierlopen over de laatste millennia. Ook ligt er veen naar het westen toe, dat kon vormen nog verder van de invloedsfeer van de rivier. De basis van deze Holocene delta ligt rond -6 NAP bij Culemborg en rond -3 NAP bij Ommerden.

Kleine stroomruggen in de komgebieden

Hoewel de grotere lopen van de Rijn vooral ten noorden van deze gebieden lagen (ongeveer waar nu de Nederrijn stroomde), liggen er ook nog enkele stroomgordels als restanten van oude zijlopen in deze komgebieden. Deze stroomgordels bestaan uit zandbanen en oeverwallen, die nu hoger gelegen en meer zandige verhogingen in het landschap vormen. De stroomgordels die over de jongste paar duizend jaar gevormd zijn liggen het minst diep, en zijn daarom vaak nog in het reliëf herkenbaar. Ze zijn bedekt door dunne kleiafzettingen van jongere riviertakken zoals de Linge en Nederrijn.

In de kommen bij Culemborg zijn enkele takken van de Schaik stroomgordel (ca. 5000 jaar oud) te zien van ca. 100-200 meter breed, deze liggen 1 à 2 meter hoger dan de omgeving. In het reliëf is soms nog duidelijk een meanderende restgeul te herkennen. In het Rijswijkse Veld liggen zijstromen (crevasses) van de Ravenswaaij stroomgordel, de voorgander van de Nederrijn (rond 2000 jaar geleden). Deze zijstromen volgden een oudere loop van het Zoelmond systeem in de ondergrond.

Het grootste gedeelte van dit gebied is echter een laaggelegen komgebied, nat en met zware klei. Na de bedijking in de late middeleeuwen beven dit de lagere en nattere delen in het landschap, hier liggen vaak weilanden en is het landschap open.

Huidige aardkundige processen

geen

Bodems en waterhuishouding

De komgebieden liggen relatief laag en zijn ook nat, hier liggen overwegend kalkloze poldervaaggronden met zware klei in de bouwvoor. Bij Culemborg liggen Drechtvaaggronden (kleigronden met veen ondiep). Waar stroomruggen liggen liggen kalkrijke poldervaaggronden of ooivaaggronden.

Relatie met archeologie en cultuurhistorie

Nat, als weide in gebruik.

Verder lezen

Overlap met eerder benoemd aardkundig erfgoed

  • GEA-objecten: -
  • Van Beusekom 2007: -

Zie ook

Hoort bij deze thema'sTrefwoorden

Komgebieden, Betuwe

Begrippen

komgronden

Specialist(en)

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 dec 2025 om 04:01.