Stuifzandgebied en ontsluitingen Lutterzand
Kaart: Aardkundig Erfgoed
Samenvatting
Het Lutterzand is een voormalig stuifzandgebied in oostelijk Twente, ontstaan door intensief landgebruik vanaf de Middeleeuwen. Het stuifgebied is vastgelegd met bos, waardoor het niet langer actief is. Aan de westkant van het gebied ligt het riviertje de Dinkel, die hoge steilwanden met daarin voor Nederland unieke ontsluitingen heeft blootgelegd. Deze ontsluitingen vormen een inkijk in de ontwikkeling van het klimaat, de vegetatie en het landschap tijdens de laatste ijstijd.
Aardkundig fenomeen (primair)
stuifzandreliëf
Overige aardkundige fenomenen
groeve, stuifzandduin
Periode(s)
- Pleistoceen - Weichselien
- Holoceen
Gevormd door
mens, wind
Kenmerkendheid
- Kenmerkend stuifgebied, relict van intensief gebruik van zandgebieden.
- Ontsluitingen langs de Dinkel (steilwanden) in Pleistoceen dekzand en Holoceen stuifzand zijn geologisch en bodemkundig uiterst waardevol.
- Dit gebied vormt de typelocatie van dekzand in geheel noordwest Europa.

Ontstaansgeschiedenis
Ontstaan
Tijdens de laatste ijstijd (Het Weichselien, 115.000-11.700 jaar geleden) werden in het Dinkeldal dikke pakketten zand door de wind afgezet. In het Holoceen (11.700 jaar geleden) warmde het klimaat op en raakte dit gebied begroeid. Als gevolg van de toenemende invloed van de mens begon het zand te verstuiven.
De boeren in de omgeving benutten het Lutterzand eeuwenlang voor hun behoefte aan brand- en timmerhout, het weiden van hun vee en steken van plaggen. In de 17e en 18e eeuw vond verstuiving op grote schaal plaats, waardoor het gebied door uitputting veranderede in een grote zandvlakte. Grote delen landbouwgrond raakte door de oosterwind onder het zand bedolven. Begin 19e eeuw werd besloten om het Lutterzand te herbossen, om de verstuiving tegen te gaan.
Landvormen
Het Lutterzand bestaat uit een onregelmatig stuifzandreliëf, met hoogteverschillen die variëren tussen 1 en 5 meter. Duidelijke landvormen zoals paraboolduinen zijn nauwelijks te herkennen. Door het afkalven van de oevers door de meanderende Dinkel, die door het stuifduingebied stroomt, zijn hoge steilwanden ontstaan. Een voorbeeld is te vinden bij de Groene Staart, hier ligt een bijzondere ontsluiting in het Pleistocene dekzand en Holocene stuifzand. Hoge duinen bestaan voornamelijk uit een dik pakket gelaagd leemarm matig fijn zand dat los gepakt is. Bij lagere delen van het duinencomplex komt op geringe diepte onder het oppervlak een podzolgrond voor, die de oudere bodem vormde voordat verstuiving plaatsvond.
Typelocatie dekzand
De ontsluitingen in het dekzand van het Lutterzand zijn vaak onderzocht. De opeenvolging van verschillende zandpakketten, veenlagen en bodems die hier te zien zijn, weerspiegelen de veranderingen in het klimaat gedurende de laatste ijstijd. Daarnaast zijn er vele structuren te herkennen die het gevolg zijn van ondergrondse ijsvorming en ontdooiing. De kennis over dekzand die dit gebied heeft voortgebracht, wordt als referentie gebruikt voor dekzand in geheel noordwest Europa. Het gebied dient dus als typelocatie.
Huidige aardkundige processen
Geen.
Bodems en waterhuishouding
Bijna het gehele gebied bestaat uit duinvaaggronden.
Relatie met cultuurhistorie en archeologie
- De groeifase van de stuifzandactiviteit hangt waarschijnlijk samen met intensivering van de landbouw en het steken van plaggen.
- Het Lutterzand is bebost vanaf het begin van de 19e eeuw.
Verder lezen
- De Soet, F. (1975). Gea-objecten van Overijssel. Arnhem, Rijksinstituut voor natuurbeheer, RIN-rapport, 32, 605.
- Ebbers, G. & Van het Loo, H. (1992). Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50 000: Toelichting bij kaartblad 28 Oost – 29 Almelo – Denekamp. Pudoc, Wageningen.
- Smeenge , H. (2020). Historische landschapsecologie van Noordoost-Twente: Acht interdisciplinaire studies op het snijvlak van aardkunde, ecologie en cultuurhistorie (ca. 13.000 BP – heden). [Thesis fully internal (DIV), University of Groningen]. University of Groningen. https://doi.org/10.33612/diss.134199426
- Van der Hammen, T., & Wijmstra, T. A. (Eds.). (1971). The Upper Quaternary of the Dinkel valley (Twente, Eastern Overijssel, The Netherlands). In: Mededelingen Rijksgeologische Dienst - Nieuwe Serie 22.
- Weertz, J. & Weertz, E. (2008). Aardkundig excursiepunt 24 De Dinkel bij het Lutterzand.. Grondboor & Hamer, 62(6), 148–152.
Overlap met eerder genoemd aardkundig erfgoed
- GEA-object: -
- Van Beusekom (2007): OV 35
Zie ook
Aardkundig erfgoedArtikelenHoort bij deze thema'sTrefwoordenLutterzand, stuifzand, dekzand
Begrippen
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 22 mei 2026 om 02:06.