Rivierterrassen van de Roer



Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed

Samenvatting

De Roer stroomt vanuit Duitsland via Roermond in de Maas. Het dal van de de Roer kent verschillende terrasniveaus, die ontstaan zijn onder invloed van bodembewegingen (tektoniek) en klimaatveranderingen. Sinds het einde van de laatste ijstijd zijn er twee dalen gevormd: een ouder dal ligt in het zuidelijke deel van het gebied, in het noordelijk deel ligt een een dieper ingesneden dal waar de rivier nu nog steeds ligt. Beide dalen kennen een bochtige dalrand, die samenhang met actieve meandering tijdens het einde van de laatste ijstijd. In het noordelijk gebied twee insnijdende niveaus te onderscheiden, één uit het Allerød en één uit het Holoceen. De terrasranden (steilranden) kunnen hoogteverschillen van enkele meters hebben. Ten noordoosten van Melick ligt een duingebied.

Aardkundig fenomeen (primair)

terrasvlakte

Overige aardkundige fenomenen

landduin, restgeul

Periode(s)

  • Pleistoceen
  • Holoceen

Gevormd door

rivieren

Kenmerkendheid

  • Goed zichtbare terrassen van de Roer laten het samenspel van klimaatveranderingen en tektoniek sinds de laatste ijstijd zien
  • Opvallende meanderrestgeulen op hoge terrasrest uit het Laat-Glaciaal (Bølling)
BESCHRIJVING
AHN-kaart van het gebied rondom de rivier de Roer (I). In het noordoosten ligt de Melickerheide (III) met daarvoor een lager gelegen uitblazingsvlakte (II). In het zuidwesten is nog de oude Roerloop te zijn van tijdens het Bølling (IV).
BESCHRIJVING
AHN-afbeelding van de rivier de Roer (I) en de rivierterrassen uit het Holoceen (II en III) en Weichselien (IV).
BESCHRIJVING
De steilrand van een restgeul van de Roer die tijdens het Pleniglaciaal verlaten is geraakt is door erosie afgezwakt, maar het reliëf is nog steeds zichtbaar in het landschap. Foto: Tessa Bosch.

Ontstaansgeschiedenis

De Roer

De Roer ontspringt in de Hautes Fagnes in België en stroomt bij Roermond de Maas in. De rivier is 165 km lang en stroomt door België, Duitsland en Nederland. De rivier ontstond waarschijnlijk tijdens het Weichselien (116.000 tot 11.700 jaar geleden) en wordt voornamelijk gevoed door regenwater. De Roer meandert over de volle breedte van zijn één kilometer brede dal en is een bijzonder gaaf en representatief dalsysteem. Door tektoniek, klimaat en de mens is de loop van de Roer een aantal keer verplaatst. De verschillende factoren hebben ervoor gezorgd dat de Roer zich tijdens het Weichselien heeft ingesneden in de oude rivierterrassen van de Rijn en de Maas en hier haar eigen terrassen gevormd.

De Roerterrassen

De Roer ligt in de Roerdalslenk, een zone die door tektonische invloeden relatief sneller daalt ten opzichte van omliggende gebieden. De bovenloop van de Roer heeft door de tijd de neiging gehad om op deze slenk te blijven. Doordat de slenk niet alleen naar beneden beweegt maar ook schuin zakt, verplaatst de Roer zich naar het oosten. Onderzoek heeft aangetoond dat er in totaal vijf terrassen van het Laat-Pleniglaciaal tot in het Holoceen te herkennen zijn in het landschap. De terrassen zijn nog duidelijk te zien en de steilranden kunnen wel zeven meter hoog zijn.

In het Laat Pleniglacial (73.000 tot 14.700 jaar geleden) was de Roer waarschijnlijk een vlechtende rivier met secundaire meanderende geulen aan de zijkanten. Toen het klimaat warmer en natter begon te worden in het Bølling (14.700 tot 14.100 cal BP) werd de rivier volledig meanderend en sneed deze zich steeds dieper in. De zuidoost geul van de Roer is door de tektoniek rond het Bølling verlaten, toen de rivier zich bovenstrooms in Duitsland had verlegd richting het sneller dalende deel van de Roerdalslenk. De rivier liet tussen Sint Odiliënberg en Linne een hoogte achter met kleine meanderrestgeulen die opgevuld zijn met klei en dekzand. Tijdens het Jonge Dryas (12.900-11.700 jaar geleden) werd de noordelijke (huidige) tak verder ingesneden. De Roer bleef meanderen, terwijl de Maas wel richting een vlechtend patroon ging. Naar het Holoceen toe begon de rivier zich steeds dieper in te snijden. De verlaten geulen van de Roer zijn veelal opgevuld met veen en klei.

De duinen van de Melickerheide

Op de Melickerheide, ten oosten van Roermond en het noorden van het Roerdal ligt een oud duincomplex. In ouder onderzoek werd gedacht dat dit duincomplex tijdens het Laat Weichselien is ontstaan door zand dat uit het Roerdal werd uitgeblazen door de wind. Nieuwe inzichten suggereren dat de duinen geen rivierduinen zijn, maar landduinen gevormd uit dekzand uit het Weichselien van de zanddepressie in het zuidoosten, tussen de Roer en de duinen. De duinen die daarbij zijn gevormd hebben een paraboolvorm. In het zuiden van het Roerdal bij Montfort ligt ook een duingebied die op dezelfde manier is gevormd. In dit duingebied zijn duidelijke uitblazingsbekken en duinkammen te zien.

Aan het begin van het Holoceen zijn de duinen gestabiliseerd door vegetatiegroei door het warmere klimaat. Met toenemende menselijke invloed, o.a. door het kappen van bomen en het weghalen van de vegetatie zijn grote delen van de duincomplexen weer gaan verstuiven.

Huidige aardkundige processen

De rivier de Roer is nog steeds actief als een meanderende rivier.

Bodems en waterhuishouding

Door de rivier is een lappendeken van bodems ontstaan in het gebied. In het huidige stroomgebied van de Roer zijn kalkloze ooivaaggronden te vinden, bestaande uit lichte zavel. In de oudere delen van het Holocene dal zijn brikgronden gevormd. In het nu droge dalgebied uit het Laatglaciaal, zijn veelal poldervaaggronden, oude rivierkleigronden, te vinden. Waar de rivier vroeger tijdens het Bølling uitmondde in de Maas zijn Roergronden ontstaan. Deze grond bevat op korte afstand verschillende eenheden, oude rivierkleigronden zijn binnen deze eenheid het belangrijkste. In de duingebieden liggen veelal vorstvaaggronden. In het duingebied bij Melick zijn er holtpodzolen ontstaan, door de vroege stabilisatie van de duinen.

Ten zuiden van Herkenbosch is een oud beekdal waar nu vennen zijn te vinden die ontstaan zijn na het uitgraven van turf. Op de Laat-Pleniglaciale terrassen, buiten de meanderende dalen liggen vooral poldzolgronden. Tijdens grote regenvallen zijn er heel snel hoge waterstanden en treedt de rivier buiten haar oevers in het dal. Uiteindelijk komt al het water van de Roer in de Maas terecht.

Relatie met archeologie en cultuurhistorie

  • In de oude meandergeulen heeft turfwinning plaatsgevonden.

Verder lezen

  • Gonggrijp, G. P. (1986). Gea-objecten van Limburg. Leersum, Rijksinstituut voor natuurbeheer, RIN-rapport, 86, 21.
  • Kasse et al 2017 Climate and base-level controlled fluvial system change and incision during the last glacial–interglacial transition, Roer river, the...NJG
  • Stichting voor Bodemkartering (1968). Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50 000: Toelichting bij de kaartblad 58 Oost Roermond. Pudoc, Wageningen.
  • Wolfert, H.P. (1989). Geomorfologische waarden in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Rapport 12. Staring Centrum, Wageningen.
  • Woolderink, H. A. G. (2021). Faulty Rivers: The effect of faulting on river morphodynamics and morphology. Ipskamp.

Tekst: Tessa Bosch (UU)

Zie ook

Aardkundig erfgoed
  • Breuktrappen op de Meinweg (pagina bestaat niet)
ArtikelenTrefwoorden

Rivierterrassen, restgeulen, rivierdal, landduinen

Begrippen

terrassen (landschapszone) en restgeulen

Specialist(en)

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 mrt 2026 om 04:05.