Westelijke kuststrook Texel
Kaart: Aardkundig Erfgoed
Samenvatting
Rondom de omgeving van de oude kern van Texel lag tot aan de vroege Middeleeuwen een uitgestrekt veengebied. Dit veen werd afgeslagen door de zee en langs de westkant van Texel ontstonden strandwallen en duinen aan de westkant. Vanaf de 17e eeuw zijn stuifdijken aangelegd. In de 19e eeuw ontstond de Slufter met tot heden actieve getijprocessen.
Aardkundig fenomeen (primair)
duinreliëf
Overige aardkundige fenomenen
actieve kwelder / schor, kreekrug
Periode(s)
- Holoceen
Gevormd door
golven, getij, mens, wind
Kenmerkendheid
- Grote variatie aan duinvormen en valleien.
- Aanwezigheid van de Slufter; getijgat met nog actieve geulen en kweldervorming.
- Landuitbreiding in het zuidwesten door verplaatsing van zandplaten.

Ontstaansgeschiedenis
De omgeving van de oude kern van Texel (de lage stuwwal/keileemkop) lag tijdens een groot deel van het Holoceen in een veengebied op enige afstand van de kustlijn. De zee won na verloop van tijd steeds meer terrein en rond de vroege Middeleeuwen was de kustlijn echter genaderd tot aan de westkant van de oude kern. Hier vormden toen strandwallen en de eerste duinen. Vooral in de Westerduinen zijn nog goed ontwikkelde paraboolduinen te zien, die met de westerwind landwaarts verplaats zijn. Ook in het uiterste noordpunt bij de Cocksdorp ligt een oud duingebied.
Vanaf de 17e eeuw werden deze gebieden verbonden met stuifdijken. In de 19e eeuw ontstond bij een doorbraak het getijgebied de Slufter (Afb.1). Dit gebied staat in open verbinding met de zee en hier zijn getijprocessen nog werkzaam. Actieve geulen, kwelders en verspoelde duinranden zijn hier goed te zien. De zuidwestpunt van het eiland is vanaf de 18e eeuw gefaseerd uitgebreid door verplaatsing van zandplaten vanuit het Marsdiep. Deze platen smolten samen met de zuidwestpunt van het eiland en zijn vervolgens vastgelegd met stuifdijken (De Hors).
Huidige aardkundige processen
Verstuiving langs de zeereep. Zandtransport in de Slufter (erosie en sedimentatie).
Bodems en waterhuishouding
Duinvaaggronden, enkele duinvalleien moerige gronden. Bij de zeereep en rondom de Slufter kalkrijk, verder landinwaarts kalkarm. Daarnaast zijn er in verschillende delen bodems die bestaan uit laarpodzolen, en diverse eerd- en vaaggronden. Infiltratie vindt plaats in de duingebieden en kwel langs de duinvoet.
Relatie met cultuurhistorie en archeologie
- Gebied was niet geschikt voor grootschalige landbouw. Vanaf de Late Middeleeuwen was het daarom in gebruik voor de konijnenjacht, lokale beweiding (Mientgronden) en ontbossing. Zandverstuivingen door te intensief gebruik.
Verder lezen
- Gans, W. De (nd.) Aardkundige Monumenten in Noord-Holland, een overzicht van het Aardkundig Erfgoed in de provincie aan de hand van historische prenten, brochure provincie Noord-Holland. Brochure aardkundig erfgoed Noord-Holland
- Rappol, M., & Soonius, C. M. (1994). In de bodem van Noord-Holland. Geologie en archeologie, Lungua Terra.
- Roos & Van der Wel, 2013 Duinen en mensen van Texel
Overlap met eerder genoemd aardkundig erfgoed
NH7a,b,c,d Duinen Texel
Van Beusekom (2007) NH14 Texel
Tekst: Eva Barning (VU)Zie ook
Aardkundig erfgoedKustduinen, Texel, de Slufter
Begrippen
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 22 mei 2026 om 02:06.