Aardkundig erfgoed - afwegingskader


Introductie

Het op het eerste oog zo vlakke Nederland is rijk aan reliëfvormen die het resultaat zijn van de wisselwerking tussen wind, water, ijs, tektoniek, vegetatie en de mens. Deze aardkundige waarden dragen bij aan de omgevingskwaliteit en geven gebieden hun identiteit. Toch vormen ze in het ruimtelijke ordeningstraject een onderbelicht facet. Dat is opmerkelijk omdat ze kwetsbaar zijn, maar ook omdat ze een ordenend principe vormen voor grondgebruik. Een goede omgang met aardkundige waarden kan zo bijdragen aan een duurzame en water-bodem-gestuurde uitwerking van de ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat.

De meeste provincies hebben beleid ten aanzien van aardkundig waardevolle gebieden, maar dit is versnipperd en soms gedateerd. Het gevolg is dat de aardkundig waarden in het ruimtelijke ontwikkelingstraject nauwelijks worden meegewogen. Om te voorzien in de behoefte aan goede en eenduidige afweging van aardkundige waarden in de planvorming, heeft RAAP in opdracht van de RCE een afwegingskader opgesteld, bestemd voor iedereen die te maken heeft met aardkundige waarden in het ruimtelijk ordeningstraject.
Graafmachine die bezig is met grondverzet in een aardkundig waardevol gebied.
Afb.1. Ingreep in een aardkundig waardevol gebied (foto: Reinier Ellenkamp).
Schema waarin ruimtelijke activiteit, ontwikkelkansen en aardkunde met elkaar verbonden worden.
Afb.2. Schematische weergave van de wederzijdse afhankelijkheid en daaruit voortvloeiende ontwikkelkansen bij een goede afweging van het aardkundig belang in het ruimtelijk ontwikkelingstraject (ontwerp: Reinier Ellenkamp, opmaak: Marjolein Haars).

Wat is aardkunde

Met aardkundige waarden worden de aardkundige aspecten in een landschap bedoeld die van belang zijn voor landgebruik, gebiedsinrichting, beleving, cultuurlandschap of natuur. Deze waarden omvatten de geologische opbouw, de geomorfologie (landvormen), het reliëf, de vormende processen, de (geo)hydrologie en de bodems van een gebied. Ze vertellen iets over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied en de processen die daaraan ten grondslag liggen, al dan niet in wisselwerking met de mens. Inzicht hierin creëert besef van waarde. Aardkundige waarden beïnvloeden het menselijk gebruik en de vegetatie en geven het landschap zijn unieke identiteit. Het heeft invloed op bodem-, water- en landschapsbeheer en de bouw en heeft daarmee een ordenende functie.

Borging in ruimtelijke regels

Het aardkundig belang is op provinciaal niveau op uiteenlopende manieren geborgd. Sommige provincies hebben expliciet aardkundige waarden aangewezen en op kaart gezet. Bij andere is het meer impliciet ondergebracht onder landschap, cultuurhistorie en/of omgevingskwaliteit. Instrumenten waarin het is geborgd lopen uiteen van omgevingsverordeningen tot ruimtelijke kwaliteitsdocumenten. Niet altijd worden de termen aardkunde of aardkundige waarden expliciet gebruikt. Het kan ook impliciet gevat zitten in zoektermen als ruimtelijke kwaliteit, landschap, cultuurhistorie, etc.

Of en hoe het aardkundig belang wordt afgewogen, hangt af van de toetsing van ruimtelijke initiatieven. Dit gebeurt bij de vergunningsaanvraag via het omgevingsloket veelal door de gemeente of omgevingsdienst. Hoe minder duidelijk aardkunde is omschreven, hoe groter de kans dat aardkunde ‘over het hoofd wordt gezien’. Een expliciete borging van aardkundige waarden op provinciaal niveau is daarom wenselijk en kan geregeld worden met vergunningen, maar ook met instructieregels voor de gemeenten. Voorop staat dat aardkunde meegewogen moet worden bij alle ruimtelijke initiatieven die plaatsvinden in aardkundig waardevolle gebieden.

Stappenplan voor afweging aardkundige waarden

Zodra na toetsing duidelijk is dat een geplande ruimtelijke activiteit ligt in een gebied met aardkundige waarden, dan begint het proces van afwegen. Dat gebeurt door een deskundige aan de hand van de volgende stappen:

  • Inventarisatie: heeft tot doel het verkrijgen van inzicht in de kernkwaliteiten, zowel fysiek als inhoudelijk, in de belangrijkste aardkundige verschijnselen en hun betekenis en in de aanwezige typerende elementen die het gebied aardkundig waardevol maken. De inventarisatie vindt plaats op basis van bestaande bronnen (waaronder geomorfologische kaarten), aangevuld met een kartering op gebiedsniveau met behulp van hoogtekaarten en (eventueel) een veldinspectie. De inventarisatie resulteert in een overzicht van de aanwezige landvormen, de daarbij behorende typerende bodemopbouw en de vormende processen (in het verleden en actief).
  • Waardering: de bij de inventarisatie beschreven onderdelen moeten gewaardeerd worden om te kunnen bepalen wat de potentiële impact van een ruimtelijke ingreep is. Bij een sterk aangetaste landvorm is de impact immers kleiner dan bij een gave. De waardering gebeurt primair in relatie tot de redengevende omschrijving van het aardkundig waardevolle gebied waarbinnen een plangebied ligt. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten cruciaal: belevingswaarde, herkomstwaarde (te bepalen aan de hand van de fysieke en inhoudelijke kwaliteit), gebruikswaarde en toekomstwaarde (de bijdrage van aardkunde aan het plan en vice versa). Uiteindelijk dragen al deze waarden bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Het is vaak lastig om tot een objectieve waardering te komen. In het afwegingskader is een voorbeeld van een geobjectiveerde waarderingssystematiek uitgewerkt.
  • Effectbeoordeling: Het effect van een ruimtelijk initiatief hangt af van zowel de referentiesituatie (de aardkundige waarde zoals die volgt uit de inventarisatie en waardering), als het initiatief zelf (de aard en invloed van de ingrepen). De invloed wordt ingedeeld op een vijfpuntschaal tussen de uitersten ‘vernietiging’ en ‘versterking’. Bij de beoordeling speelt bovendien mee of sprake is van een direct, doorwerkend, cumulatief, permanent, onomkeerbaar en/of gebiedsdekkend effect. De afweging gebeurt door een deskundige en kan eventueel resulteren in voorwaarden bij de vergunning, bijvoorbeeld ten aanzien van mitigerende maatregelen. Het afwegingskader geeft enkele concrete voorbeelden van effectbeoordelingen.
  • Herkennen van mogelijkheden en kansen: omdat aardkunde een ordenend principe vormt, zijn er vrijwel altijd kansen om aardkundige waarden in te passen in het plan of om de aardkundige kwaliteiten te versterken of zelfs te benutten voor het plan, mits daar vroegtijdig oog voor is. Sommige landvormen lenen zich immers beter voor bepaalde ruimtelijke functies dan andere. Door de aardkundige context te gebruiken als inspiratie voor het ruimtelijk plan, vindt de functietoekenning plaats passend bij het bodemwatersysteem en kunnen ze elkaar versterken. Zo kan de herkomstwaarde van een gebied concreet bijdragen aan de (toekomstige) ruimtelijke kwaliteit (=> toekomstwaarde)

Voorbeelden uit de praktijk

Het afwegingskader probeert zo concreet mogelijk te zijn, maar bevat tegelijkertijd veel theorie. Daarom zijn twee casussen opgenomen, aan de hand waarvan wordt geïllustreerd hoe de afweging in praktijk uit kan pakken. Het betreft een voorbeeld uit Pleistoceen Nederland en één uit Holoceen Nederland.

Tekst: Reinier Ellenkamp (RAAP)

Gebaseerd op: Ellenkamp, G.R., 2026. Aardkundige waarden in de praktijk, afwegingskader bij het beoordelen van ruimtelijke ingrepen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.




Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 9 sep 2026 om 02:09.