Archeobotanie - houtskool

Introductie

Hout was in het verleden een van de belangrijkste brandstoffen en houtskool was het afvalproduct daarvan.

In het kort

DoelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar voor een gerichte inspanning geleverd moet worden.: het bestuderen van houtskoolresten uit grondmonsters en zeefresiduen.
Bruikbaar voor: het detecteren van vindplaatsen tijdens vooronderzoek; het onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. van brandstofgebruik in huishoudens, bij ambachtelijke activiteiten en crematies; het reconstrueren van bossen en struwelen in de leefomgeving; 14C-dateringsonderzoek.
Nodig: grondmonsters van 5-10 liter uit haarden, graven en andere houtskoolrijke archeologische sporen; zeefresiduen, van zeven met maaswijdten 10 en 2 mmEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend., uit met name mesolithische en neolithische vondstlagen. Handmatig geselecteerd materiaal voldoet in principe niet.
Met een houtskoolmicroscoop worden de objecten met strijklicht bekeken bij vergrotingen tot 400x.
Met een houtskoolmicroscoop worden de objecten met strijklicht bekeken bij vergrotingen tot 400x. Foto: BIAX Consult, Silke Lange
Een zeefresidu met houtskoolfragmenten groter dan 3 mm.
Een zeefresidu met houtskoolfragmenten groter dan 3 mmEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend.. Foto: BIAX Consult, L.I. Kooistra.
Dwarsdoorsnede van een den.
Dwarsdoorsnede van een den. In het onderste deel van de foto is de houtstructuur nog intact. BinnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de cirkel en in het bovenste deel van de foto is het hout vloeibaar geworden voordat het verkoolde. Dit verschijnsel treedt op bij verhitting van hout bij lage temperaturen (< 300°C) onder zuurstofloze omstandigheden. Foto: BIAX Consult, L. Kubiak-Martens.

Houtskool werd bovendien bewust gemaakt om als brandstof bij bijvoorbeeld ijzerwinning te dienen. Tot slot ging er per ongeluk of expres om de mens heen veel hout (vegetatie, brand-/constructiehout, houten voorwerpen, etc.) in vlammen op. Houtskool blijft onder bijna alle omstandigheden uitstekend bewaard, is goed in het veld te herkennen en is daarom ook een geschikte indicator om de aanwezigheid van de mens in het verleden aan te tonen in het voortraject van de monumentenzorg-cyclus. Alleen bij intensief betreden loopoppervlakken en onder extreem basische omstandigheden (zeldzaam in Nederland), verpulvert houtskool of valt het tot stof uiteen.

Kansen en beperkingen

Houtskool is het tastbare bewijs van de belangrijkste brandstof in het verleden: hout. De informatiewaarde van houtskool is echter meer dan dat alleen. Bij inventariserend veldonderzoek is de aanwezigheid van houtskool een aanwijzingUitleg vanwege de opdrachtgever van de uit te voeren werkzaamheden voorafgaande aan een (zie) aanbesteding, voor zover iets niet duidelijk mocht zijn uit bestek en voorwaarden. (Haslinghuis) voor een archeologische vindplaats. Bij een archeologisch onderzoek kan houtskool informatie verschaffen over de functie van haarden, ovens of activiteiten waarbij vuur een rol gespeeld heeft. Houtskool levert tevens gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. op over bossen en struwelen in de nabije omgeving. De materiaalcategorie is daarnaast geschikt voor 14C-dateringsonderzoek. Daarvoor is evenwel een determinatie van de houtsoort en het boomonderdeel nodig omdat sommige boomsoorten enkele honderden jaren oud kunnen worden. Houtskoolresten zijn meestal kleiner dan enkele kubieke centimeters. Een enkele keer wordt in het veld een verkoold object gevonden. Voor het bergen hiervan is de hulp van een hout(skool) specialist nodig.

Voor houtskoolonderzoek door de specialist is een nauwkeurige weegschaal en een opvallend-lichtmicroscoop met donkerveldverlichting, vergrotingen tot 400x en een grote werkafstand tussen object en objectief nodig.

Hoe neem je een monster?

  • Verzamelen in representatieve grondmonsters van vijf tot tien liter uit houtskoolrijke archeologische sporen en vondstlagen. * Met name bij steentijdopgravingen wordt alle grond (meestal per vak) gezeefd op zeven van 10 en 2 en/of 4 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend.; dit levert tevens informatie over houtskool en andere verkoolde

resten (vaak voedselresten). Zijn de monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) ook voor macrorestenonderzoek dan zijn zeven met 0,25 en 0,5 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. nodig.

  • Handmatig verzamelen (doorgaans van uitsluitend grote fragmenten) is in de meeste gevallen niet geschikt, omdat de verschillende houtsoorten tijdens het verbrandingsproces gereduceerd kunnen worden tot resten van een specifieke grootte. De in kleinere stukken uiteengevallen soorten worden

dan stelselmatig gemist, terwijl zij een specifieke soort kunnen representeren.

  • De zeefresiduen van grondmonsters en zeefvakken worden gedroogd en droog opgeslagen. De opslag vindt bij voorkeur in potten plaats om drukDruk is de kracht die op een voorwerp werkt en die het probeert te vervormen. De druk wordt gemeten als de kracht gedeeld door het oppervlak waarop hij werkt. op de houtskool te voorkomen.

Combineren met andere methoden

Het combineren van houtskoolonderzoek met 14C-, hout-, palynologisch, en macrorestenonderzoek levert aanvullende informatie op over het houtgebruik en het brandstofgebruik door de mens en diens leefomgeving. Houtskool is een belangrijke (aanvullende) parameter als het gaat om het detecteren van een archeologische vindplaats in booronderzoek en kan zo leiden tot een vervolgadvies binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de monumentenzorg-cyclus. Tijdens opgravingen is houtskool een goede indicator voor de potentiële aanwezigheid van andere verkoolde plantenresten, waaronder voedselresten. Een interdisciplinaire benadering versterktHet sterker maken van elementen in de bebouwde omgeving voor het geval dat er zich een aanval voordoet, door ze te voorzien van enige verdedigingsmiddelen, of door ze te verstevigen met versterkingen of versterkingselementen. (AAT-Ned) daarbij de kwaliteit van de resultaten.

Hoe interpreteer ik mijn resultaten?

Nadat monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) gezeefd en gedroogd zijn, onderzoekt een archeobotanicus met houtskool als specialisatie een representatief aantal houtskoolfragmenten. Daarbij wordt een opvallend-lichtmicroscoop met donkerveldverlichting, vergrotingen tot 400x en een grote werkafstand tussen object en objectief en een nauwkeurige weegschaal gebruikt. De interpretatie van de resultaten wordt door de betreffende specialist uitgevoerd. Daarvoor zijn goede dateringen en contextinformatie onontbeerlijk. Het heeft meerwaarde als de resultaten vergeleken kunnen worden met die uit andere deelgebieden van de archeobotanie, 14C-onderzoek en het andere archeologische onderzoek. De specialist zal tevens een rapport of hoofdstuk voor het eindrapport van een definitief onderzoek aanleveren.

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen in de basisrapportage te worden weergegeven en met alle andere gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. en primaire data te worden gedeponeerd in het e-depot voor de Nederlandse archeologie: https://easy.dans.knaw.nl/. De gebruikte methodes, methode van monstername en behandeling, hoeveelheden monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) en metingen, relativering van data-precisie, en eventuele overwegingen/aanpassingen worden gerapporteerd. Deze zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor de vergelijking met onderzoek op andere sites.

Lees verder

  • Deforce, K., B.J. Groenewoudt & K. Haneca 2020: 2500 years of charcoal production in the Low Countries: the chronology and typology of charcoal kilns and their relation with early iron production, Quaternary International 2021, doi:10.1016/j.quaint.2020.10.020.
  • Kooistra, L.I., 2006: Wood and charcoal, in: L.P. Louwe Kooijmans & P.F.B. Jongste (red.), Schipluiden, a Neolithic settlement on the Dutch North Sea coast c. 3500 cal BC, Analecta Praehistorica Leidensia 37/38, 363-374.
  • Kooistra, L.I. & O. Brinkkemper 2016: Archeologie en resten van planten, KNA Leidraad Archeobotanie, SIKB.
  • Kubiak-Martens, L., J.J. Langer, L.I. Kooistra & L.A. Tebbens 2019: Teer en bitumen uit mesolithische sporen, in I. Woltinge, M. Opbroek, L.A. Tebbens, I. Devriendt & E. Drenth, Mesolithisch verblijf en maretakspitsen aan de Staringlaan te Soest. De opgraving van een mesolithische ‘persistent place’, ’s-Hertogenbosch (BAAC-rapport A-15.0124), 641-657

Tekst: Yvonne Lammers, Echo information design, met medewerking van de houtsectie van BIAX Consult, Roel Lauwerier en Bjørn Smit.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 okt 2021 om 10:06.