Archeobotanie - macroresten

Introductie

Botanische macroresten zoals zaden, vruchten, wortels, knollen, stengels, bladeren en knoppen kunnen met behulp van een microscoop tot op soort gedetermineerd worden.

In het kort

DoelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar voor een gerichte inspanning geleverd moet worden.: reconstructie voedingsmiddelen-spectrum, agrarische economie, ambachtelijke activiteiten, vegetatie en leefmilieu; verzamelen van materiaal voor C14-dateringsonderzoek.
Bruikbaar voor: het verkrijgen van inzicht in de variëteit van botanische macroresten binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de opgraving en de reden van hun aanwezigheid binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de nederzettingscontext.

Nodig: grondmonsters van 5 tot 10 liter uit kansrijke sporen zoals beerputten, waterputten, waterkuilen, greppelsSmalle en ondiepe uitgraving of sleuf in het land, waarlangs overtollig hemelwater wordt afgevoerd naar de sloten., grachtenGrachten zijn in oorsprong uitgravingen van de bodem om een burcht of stad ter verdediging daarvan. Met de vrijgekomen grond werd een wal opgeworpen of het binnengelegen terrein verhoogd. In laaggelegen terrein vult de gracht zich met water. Na de Middeleeuwen, met bijvoorbeeld de groei van Amsterdam, veranderde de betekenis in gegraven waterloop in het algemeen. (Haslinghuis), vondst- en afvallagen, afvalkuilen, mestkuilen, voorraadkuilen, haardkuilen, paalkuilen en sporen van verbrande structuren.
Microscopische foto-weergave van zaden en vruchten.
Microscopische foto-weergave van zaden en vruchten. Foto: BIAX Consult.
Microscopische foto-weergave van stengelepidermis.
Microscopische foto-weergave van stengelepidermis. Foto: BIAX Consult.
Onderzoek onder de microscoop.
Onderzoek onder de microscoop. Foto: BIAX Consult.

Botanische macroresten geven zo inzicht in en dragen bij aan beantwoording van onderzoekvragen over de variëteit van (plantaardige) voedingsmiddelen die men in het verleden consumeerde, cultuurgewassen die men introduceerde en verbouwde, en agrarische en ambachtelijke activiteiten die men ontplooide. Met name vanaf de Romeinse tijd geven macroresten een beeld van handel of status omdat vanaf die tijd voedingsmiddelen op grote schaal en over grote afstanden verhandeld en verplaatst werden. Daarnaast geven macroresten inzicht in vegetatie en milieuomstandigheden op en rondom een vindplaats, de wilde planten die werden verzameld en de invloed van de mens op zijn leefmilieu.

Kansen en beperkingen

In contexten die, direct na afdekking, onder de grondwaterspiegel liggen, zijn de conserverende omstandigheden voor botanische macroresten (evenals hout en palynologische resten) over het algemeen zeer goed. Boven de grondwaterspiegel blijven veelal alleen verkoolde macroresten (en houtskool) bewaard. Bij inventariserend veldonderzoek kunnen macroresten gebruikt worden voor het vaststellen van aanwezigheid en kwaliteit van bio-archeologische indicatoren. Omdat in het veld macroresten meestal niet zichtbaar zijn, worden bij een opgraving monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) veelal op basis van een ‘best educated guess’ genomen. Het aantal monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) is afhankelijk van de vraagstellingen in het PvE, op basis waarvan een beredeneerde bemonster strategie wordt opgesteld in afstemming met de specialist. Er worden altijd meer monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) genomen; in de evaluatiefase wordt bepaald welke monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) het meest geschikt zijn ter beantwoording van de onderzoeksvragen. Nieuwe methodieken zoals rasterelectronenmicroscopie (SEM) leiden ertoe dat wortel- en knolweefsel (parenchym) en minuscule plantenfragmenten in voedselresten op aardewerkAardewerk is een breekbaar, bij lage temperatuur gebakken (600-900°C), poreus ceramiek dat allerlei kleur kan hebben, met of zonder glazuur. steeds vaker tot op soortniveau worden gedetermineerd. In combinatie met chemische analyseAnalyse is het onderzoek van een voorwerp met instrumentele en analytisch-chemische methoden. Men doet dit om bijvoorbeeld de samenstellende materialen te identificeren of de vervaardigingswijze te achterhalen., leren voedselresten ons over de samenstelling en bereidingswijze van voedsel. Isotopenonderzoek aan verkoold graan levert informatie over bemestingswijzen in het verleden. Op basis van macrorestenonderzoek wordt bovendien een weloverwogen keuze gemaakt welke plantenresten het meest geschikt zijn voor C14-datering van een bepaalde context.

Hoe neem je een monster?

MonstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) voor macrorestenonderzoek worden genomen uit Algemene Biologische MonstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) (ABM) die ook gebruikt kunnen worden voor onderzoek aan andere organische materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) zoals houtskool, schelpen, insecten, mijten en resten van kleine zoogdieren, vogels en vissen. ABM hebben een volume van 5 tot 10 liter, worden met een schone troffel of schep verzameld in afsluitbare, schone emmers en met leidingwater gezeefd over een minimale maaswijdte van 0,25 mmEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend.. Botanische macroresten uit Algemene Zeefmonsters (AZM) zijn vanwege het gebruik van een minimale maaswijdte van 4 of 2 mmEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. niet geschikt voor regulier macrorestenonderzoek, maar kunnen wel aanvullend worden ingezet bij omvangrijke spoorcomplexen zoals beerputten en vondstlagen van pre-agrarische vindplaatsen of voor C14-dateringsonderzoek. Aardewerkvondsten met voedselresten (in de vorm van aankoeksels en residuen) worden ongewassen overgedragen aan een botanisch specialist.

Combineren met andere methoden

Het onderzoek naar plantenresten is het meest effectief als de verschillende disciplines, waar mogelijk, gecombineerd worden. Het volledige archeobotanisch onderzoek omvat het onderzoek naar hout, houtskool, palynologische resten, macroresten en voedselresten op aardewerkAardewerk is een breekbaar, bij lage temperatuur gebakken (600-900°C), poreus ceramiek dat allerlei kleur kan hebben, met of zonder glazuur.. Tezamen dragen deze disciplines in hoge mate bij aan de reconstructie van de dagelijkse praktijk van bewoning en gebruik van de onderzochte vindplaats. Een interdisciplinaire benadering versterktHet sterker maken van elementen in de bebouwde omgeving voor het geval dat er zich een aanval voordoet, door ze te voorzien van enige verdedigingsmiddelen, of door ze te verstevigen met versterkingen of versterkingselementen. (AAT-Ned) daarbij de kwaliteit van de resultaten.

Hoe interpreteer je de resultaten?

De aangetroffen plantensoorten worden ‘vertaald’ naar vermoed gebruik (cultuurgewassen) en ecologische groepen op basis van de huidige relatie tussen soorten en leefmilieus (wilde planten). In combinatie met de resultaten van het gehele archeologisch onderzoek en in vergelijking, en bij voorkeur samen met de andere specialisten/onderzoekers, met onderzoek van andere vindplaatsen worden de resultaten geïnterpreteerd en bediscussieerd en onderzoeksvragen beantwoord.

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen in de basisrapportage te worden weergegeven en met alle andere gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. en primaire data te worden gedeponeerd in het e-depot voor de Nederlandse archeologie: easy.dans.knaw.nl.

Resultaten worden tevens gedeeld in de nationale database RADAR (Relational Archaeobotanical Database for Advanced Research). Deze resultaten, evenals de gebruikte methoden van monstername, selectie en behandeling, hoeveelheid monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) en analyseAnalyse is het onderzoek van een voorwerp met instrumentele en analytisch-chemische methoden. Men doet dit om bijvoorbeeld de samenstellende materialen te identificeren of de vervaardigingswijze te achterhalen.- en uitwerkingsmethoden worden gerapporteerd. Deze zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor vergelijking met onderzoek op andere vindplaatsen. Specialistisch onderzoek wordt bij voorkeur opgezet als onderdeel van interdisciplinair archeologisch onderzoek, waarbij de verschillende deelstudies in samenhang met overkoepelend onderzoek worden uitgevoerd, geïnterpreteerd en gerapporteerd.

Lees verder

  • Kooistra, L. (red.) 2021: Verandering van spijs, tienduizend jaar voedselbereiding en eetgewoonten, Utrecht.
  • Kooistra, L.I. & O. Brinkkemper 2016: Archeologie en resten van planten, KNA Leidraad Archeobotanie, SIKB.
  • SIKB 2018: KNA Protocol 4004 Opgraven, versie 4.1

Tekst: Yvonne Lammers, Echo information design, met medewerking van specialisten van BIAX Consult, Roel Lauwerier en Bjørn Smit.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 okt 2021 om 10:06.