Archeobotanie - palynologisch onderzoek of pollenonderzoek

Introductie

Palynologisch onderzoek (of pollenonderzoek) richt zich op het onderzoek naar pollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. (stuifmeel), sporen (voortplantingscellen van o.a. varens, mossen en schimmels) en andere non-pollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. palynomorfen (NPP) als algen, eitjes van darmparasieten, thecamoebae en microscopische plantaardige resten.

In het kort

DoelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar voor een gerichte inspanning geleverd moet worden.: vegetatiereconstructie (natuurlijk en cultuurlandschap), voedseleconomie en dieetreconstructie, vaststelling kwaliteit bodemarchief.
Bruikbaar voor: het verkrijgen van inzicht in de variatie in de vegetatie.

Nodig: een grondmonster uit een boring, pollenbak of algemeen botanisch monster (ABM) genomen uit natuurlijke lagenLagen zijn reeksen aaneengevoegde stenen van gelijke dikte op hun plat, horizontaal, soms in hellende stand of op hun kant (rollaag) gelegd. De hoogte van bakstenen metselwerk wordt naar het aantal lagen opgegeven. Een laag waarin alleen de korte zijden van de bakstenen zichtbaar zijn, heet een koppenlaag. die waarin alleen de lange zijden vertonen noemt men een strekkenlaag. (Haslinghuis) of archeologische sporen zoals een waterput, beerput, afvalkuil, grachtvulling, akkerlaag, plaggendek. MonstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) uit sporen onder de grondwaterspiegel zijn kansrijker dan die boven de grondwaterspiegel zijn komen te liggen.
Profielbak in profielwand.
Profielbak in profielwand. Foto: BIAX Consult.
Microscopische foto stuifmeelkorrels.
Microscopische foto stuifmeelkorrels. Foto: BIAX Consult.

Zowel bomen als kruidachtigen produceren stuifmeelkorrels die met microscopisch onderzoek tot op de soort te herkennen zijn. PollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. van windbestuivers wordt jaarlijks in grote hoeveelheden geproduceerd en verspreid over de hele omgeving.

Met name in natte contexten zoals in veenVeen is een laag afgestorven plantenmateriaal in diverse stadia van afbraak. Het ontstaat door de opeenstapeling van vegetatieresten in moerassen en veengebieden.- en kleilagen, maar ook in organische vullingen van waterputten, grachtenGrachten zijn in oorsprong uitgravingen van de bodem om een burcht of stad ter verdediging daarvan. Met de vrijgekomen grond werd een wal opgeworpen of het binnengelegen terrein verhoogd. In laaggelegen terrein vult de gracht zich met water. Na de Middeleeuwen, met bijvoorbeeld de groei van Amsterdam, veranderde de betekenis in gegraven waterloop in het algemeen. (Haslinghuis), afvalkuilen, mestkuilen en beerputten blijft pollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. goed bewaard. Zelfs aan meer zandige lagenLagen zijn reeksen aaneengevoegde stenen van gelijke dikte op hun plat, horizontaal, soms in hellende stand of op hun kant (rollaag) gelegd. De hoogte van bakstenen metselwerk wordt naar het aantal lagen opgegeven. Een laag waarin alleen de korte zijden van de bakstenen zichtbaar zijn, heet een koppenlaag. die waarin alleen de lange zijden vertonen noemt men een strekkenlaag. (Haslinghuis) als akkerlagen of plaggendekken kan pollenonderzoek worden uitgevoerd. PollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. is namelijk zeer resistent tegen afbraak en kan duizenden jaren in de bodemNULL bewaard blijven. Pollenonderzoek leent zich daarom zeer goed om een reconstructie te maken van de natuurlijke vegetatie en de invloed van de mens daarop in de loop der tijd.

Kansen en beperkingen

De mens was op zijn natuurlijke omgeving aangewezen voor het verkrijgen van bouwmaterialenBouwmaterialen zijn organische en anorganische materialen die worden gebruikt bij de bouw en later herstel of onderhoud van gebouwen. (Conservation Dictionary)", "Stof, natuurlijk of kunstmatig vervaardigd, geschikt en gebruikt voor de constructie, beschutting en versiering van een gebouw. Allereerst behoren tot de bouwmaterialen: hout, (natuur- en bak)steen, beton, kalk, zand, cement, leien, dakpannen en andere gebakken materialen, ijzer en staal, lood en zink en vervolgens glas, gips, pleister, verf, tegels en kunststoffen. Tot in XIX werden alle materialen met de hand gevormd en bewerkt, sedertdien toenemend industrieel en machinaal. Bouwmaterialen worden vaak over grote afstanden vervoerd, vroeger in hoofdzaak over water. (Haslinghuis)" ), voedsel en water. Waar de mens zich vestigde was afhankelijk van het landschap maar de mens richtte het landschap om zich heen ook in. Pollenanalyse van een monster of laag geeft een momentopname in de tijd. Door palynologisch onderzoek aan opeenvolgende lagenLagen zijn reeksen aaneengevoegde stenen van gelijke dikte op hun plat, horizontaal, soms in hellende stand of op hun kant (rollaag) gelegd. De hoogte van bakstenen metselwerk wordt naar het aantal lagen opgegeven. Een laag waarin alleen de korte zijden van de bakstenen zichtbaar zijn, heet een koppenlaag. die waarin alleen de lange zijden vertonen noemt men een strekkenlaag. (Haslinghuis) uit te voerenAanbrengen van spreidsel of voering tussen kinderbinten en vloerdelen, opdat de naden tussen de vloerdelen van onderaf niet zichtbaar zullen zijn. Het bestek van het stadhuis van Delft uit 1618 geeft hiervoor aan dat gebruikt moeten worden wagenschotbladen, niet minder dan 9 duim breed, drie uit een duim dik, glad geschaafd en gespijkerd op elke voet. (Haslinghuis) is het mogelijk een beeld te vormen van de veranderingen in vegetatie die mede door de aanwezigheid van de mens door de tijd heen ontstaan zijn. Zo kunnen er uitspraken gedaan worden over ontbossing ten gevolge van akkerbouwAkkerbouw is een vorm van landbouw: het is het geheel van economische activiteiten waarbij het natuurlijke milieu wordt aangepast ten behoeve van de productie van planten voor menselijk gebruik. Afhankelijk van het product, de productiemethode en het niveau van welvaart wordt gebruikgemaakt van een groot aantal uiteenlopende technieken, variërend van het werken met eenvoudige werktuigen tot het gebruik van grote machines, waarbij arbeid steeds meer vervangen wordt door machines. of ijzerproductie of het ontstaan van heidegebieden door (over)begrazing. Daarbij kan tevens bepaald worden wat de vegetatie bij een nederzetting was en welke gewassen er verbouwd of gegeten werden. Hierbij kunnen vragen over de natuurlijke omgeving, akkerbouwAkkerbouw is een vorm van landbouw: het is het geheel van economische activiteiten waarbij het natuurlijke milieu wordt aangepast ten behoeve van de productie van planten voor menselijk gebruik. Afhankelijk van het product, de productiemethode en het niveau van welvaart wordt gebruikgemaakt van een groot aantal uiteenlopende technieken, variërend van het werken met eenvoudige werktuigen tot het gebruik van grote machines, waarbij arbeid steeds meer vervangen wordt door machines., tuinbouwHet intensief en extensief verbouwen van tuinplanten, waaronder vruchten, groenten, bloementeelt en landschaps- en kwekerijgewassen. (AAT-Ned), veeteelt of import van voedsel- en of gebruiksgewassen beantwoord worden. Bij het onderzoek naar beerputten kan de studie van pollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. (in combinatie met macrorestenonderzoek) leiden tot uitspraken over de variëteit in dieet, rijkdom (wanneer luxe ingrediënten aanwezig zijn) en de eerste introductie van exotische vruchten of planten.

Hoe neem je een monster?

Een profielbak (een metalen bak met gaten in de bodemNULL) wordt in het veld in een profielwand geslagen. Ook kan materiaal verzameld worden met een (guts)boring of mechanische boring of uit een ABM-monster (zoals bij sporen als beerputten). In aanmerking komen bijvoorbeeld natuurlijke bodemlagen, met sediment opgevulde greppelsSmalle en ondiepe uitgraving of sleuf in het land, waarlangs overtollig hemelwater wordt afgevoerd naar de sloten., waterputten, poelen en kuilen maar ook veenpakketten of akkerlagen. MonstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) kunnen het best ruim genomen worden (5-10 liter), zodat ook andere (archeobotanische) specialisten van dezelfde monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) gebruik kunnen maken. In het specialistische laboratorium wordt het materiaal verder bemonsterd waardoor er een reeks aan pollenmonsters ontstaat. De monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) worden vervolgens chemisch bewerkt voordat ze microscopisch worden geanalyseerd. Bij de bewerkingWerk dat is gebaseerd op ander werk, is aangepast en wordt vervaardigd voor een ander doel en voor een ander gebruik of medium dan het origineel. (AAT-Ned) wordt het materiaal geschoond en worden pollenpreparaten gemaakt waarin alleen microscopische kleine resten zoals stuifmeelkorrels, sporen en houtskoolstukjes aanwezig zijn.

Combineren met andere methoden

Het onderzoek naar plantenresten is het meest effectief als verschillende disciplines waar mogelijk gecombineerd worden. Het volledige archeobotanische onderzoek omvat het onderzoek naar palynologische resten (pollenStuifmeel oftewel pollen bestaat uit de mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. en andere microfossielen), hout, houtskool, macroresten en parenchym, waarbij informatie verzameld wordt over soorten, verhoudingen, gebruik, (geschiktheid voor) 14C-datering en dendrochronologieDendrochronologie of jaarring(en)onderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen. (Wikipedia). Plantenresten kunnen al in het vooronderzoek gebruikt worden voor het vaststellen van de aanwezigheid van bio-archeologische indicatoren en zo leiden tot een vervolgadvies binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de archeologische monumentenzorg cyclus. In deze initiële fase verdient het aanbeveling eerste een waardering uit te voerenAanbrengen van spreidsel of voering tussen kinderbinten en vloerdelen, opdat de naden tussen de vloerdelen van onderaf niet zichtbaar zullen zijn. Het bestek van het stadhuis van Delft uit 1618 geeft hiervoor aan dat gebruikt moeten worden wagenschotbladen, niet minder dan 9 duim breed, drie uit een duim dik, glad geschaafd en gespijkerd op elke voet. (Haslinghuis). Zo kan vastgesteld worden of het materiaal van een voldoende kwaliteit is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. De reconstructie van geconsumeerde gewassen, keuze van constructiehout, gebruik van specifieke houtsoorten voor werktuigproductie, toegankelijkheid van brandhout etc. dragen in hoge mate bij aan de reconstructie van het dagelijkse leven van de voormalige bewoners van een vindplaats.

Hoe interpreteer ik mijn resultaten?

Bij palynologisch onderzoek worden de relatieve procentuele verhoudingen tussen de verschillende aanwezige soorten vastgesteld. Vaak leidt dit tot een visuele weergave in een zogenaamd ‘pollendiagram’. Ook worden de verhouding tussen diverse ecologische groepen zoals bomen en struikenHoutachtige planten die van nature geen stam vormen en doorgaans dicht bij de grond vertakken., cultuurgewassen, akkeronkruiden, graslandplanten, heidevegetatie en moeras- en oeverplanten vastgesteld. Daardoor kan naast een lijst van soorten ook een indruk van het landschap gegeven worden (bebost of open, natte of droge bodemNULL, beakkerd of begraasd etc.). In archeologische contexten als afval- en mestkuilen is naast natuurlijke opvulling sprake van door de mens ingebracht afvalmateriaal wat de interpretatie van de vegetatie zal beïnvloeden. De analyseAnalyse is het onderzoek van een voorwerp met instrumentele en analytisch-chemische methoden. Men doet dit om bijvoorbeeld de samenstellende materialen te identificeren of de vervaardigingswijze te achterhalen. van een beerput geeft uiteraard niet de natuurlijke vegetatie weer maar welke gewassen men gebruikte en consumeerde.

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen in de basisrapportage te worden weergegeven en met alle andere gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. en primaire data te worden gedeponeerd in het e-depot voor de Nederlandse archeologie: easy.dans.knaw.nl. De gebruikte meet- en kalibratiemethodes, methode van monstername en behandeling, hoeveelheden monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) en metingen, relativering van data-precisie, en eventuele overwegingen/ aanpassingen moeten worden gerapporteerd. Deze zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor de vergelijking met onderzoek op andere sites. Specialistisch onderzoek wordt bij voorkeur opgezet als onderdeel van interdisciplinair archeologisch onderzoek, waarbij de verschillende deelstudies in samenhang met overkoepelend onderzoek worden uitgevoerd, geïnterpreteerd en gerapporteerd.

Lees verder

  • Kooistra, L., (red.) 2021: Verandering van spijs, tienduizend jaar voedselbereiding en eetgewoonten, Utrecht.
  • Kooistra, L.I. & O. Brinkkemper 2016: Archeologie en resten van planten, KNA leidraad Archeobotanie, SIKB.

Tekst: Yvonne Lammers, Echo information design, met medewerking van Marjolein van der Linden (BIAX Consult), Roel Lauwerier en Bjørn Smit.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 okt 2021 om 10:06.