woningen

Eigenschappen

VoorkeurslabelwoningenBouwwerk dat tot woning van mensen dient, woonhuis of boerenhuis. (Haslinghuis)
DefinitieBouwwerk dat tot woning van mensen dient, woonhuis of boerenhuis. (Haslinghuis)
Bronhttps://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:577c35f2-3621-49dc-9db4-25331b8dbe0c
Toelichting op definitieBouwwerk dat tot woning van mensen dient, woonhuis of boerenhuis. In Zuid-Europa kenden de Grieken en Romeinen reeds voor onze jaartelling een hoogontwikkelde wooncultuur, met huizen die zowel in horizontale als verticale zin zeer uitgebreid waren. Men kan dit in de in 79 n.C. bedolven steden Pompei en Herculaneum waarnemen. Ook elders in de door de Romeinen beheerste gebieden zijn dergelijke woonhuizenWoonhuizen zijn huizen waarin gewoond wordt. opgegraven. De invloed op de indeling van de West-Europese woning is vrijwel nihil, aangezien zowel de klimatologische als geografische omstandigheden te veel verschillen. Het oudste type uit de prehistorie in Noordwest-Europa, dat bij opgravingen werd blootgelegd, is het hallenhuis. In deze ongedeelde ruimte, in hoofdzaak van hout opgetrokken, lag in de vloer een open stookplaats. De rook trok over de zolder door een gat in het dak naar buiten. Dit type wordt aangeduid als rookhuis. Het verdwijnt in de Nederlandse steden rond 1400 i.v.m. voorschriften tegen brandgevaar. Op het platteland bleef deze vorm langer in gebruik. Soms werd er voor geld en goederen achter een steenhuis toegevoegd. Stadsbesturen vaardigden keuren uit waarin stenenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) rookkanalen werden voorgeschreven. Toen werd het mogelijk de zolderruimten voor wonen te gebruiken en twee of meer verdiepingen te maken. In de steden bestond daartoe de noodzaak door de grote behoefteEen wens die nog niet is vertaald naar een formele eis aan vloeroppervlak en het beperkte terrein dat beschikbaar was. Er treedt een onderverdeling in ruimtenBeslotenheid, het door architectonische elementen omvatte (muren, pijlers, overdekking). In die zin is architectuur een ruimtekunst. (Haslinghuis) op: voorhuis, binnenhaard, achterhuis. Op de begane grond bevonden zich vaak bedrijfsruimten. De zolders werden ook voor opslag gebruikt ( koopmanshuis). Als er in een stad nog ruimte genoeg beschikbaar was, werden de huizen met de lange zijde langs de straten gebouwd (breed huis). Als de ruimte beperkt was, werd over het algemeen gebouwd met de korte zijde aan de straat, dus de nokrichting loodrecht op de straat (diep huis). De plattegrond was in hoofdzaak rechthoekig. Soms bouwde men een zijkamer. Bij gebrek aan ruimte ontstond later vaak een achterhuis, van de hoofdmassa gescheiden door een binnenplaats en ermee verbonden door een gang. Op het platteland bleef het woonhuis in hoofdzaak één laag met een zolder.In de steden werden ook veel stenenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) huizen gebouwd, vooral in het oostelijke deel van Nederland en daarbuiten, waar de bodemNULL een dergelijk zwaar bouwwerk toeliet. De welstand van de eigenaar was eraan af te lezen. De beschikbaarheid van goede steenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) was mede een voorwaarde. Bij stenenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) huizen berust de stabiliteit op de steenconstructie. Verticale krachten worden door steenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) overgebracht. Bij houten huizen berust de stabiliteit op het samenstel van stijlen, balken, schoren en regels, het (zie) houtskelet. In de late M.e. werd uit overwegingen van brandveiligheid voorgeschreven dat de zijmuren van huizen van steenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) moesten zijn. Toen bleef het skelet nog het dragende element. In veel streken van Europa is het houten huis, vaak uitgevoerd in vakwerk, de meest gebruikelijke bouwwijze geweest.In de M.e. nam het versterkte huis in veel steden een belangrijke plaats in. Wegens de geringe ruimte binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de stadsmuren beperkten de bouwkundige weermiddelen zich tot poorten, torens met schietgaten en gekanteelde murenZware rechtopstaande afsluitende afscheidingen van steenachtig materiaal die meestal een dragende functie hebben. Gebruik 'wanden' voor lichte afscheidingen die geen dragende functie hebben. (AAT-Ned), al dan niet met een weergang. Zulke adellijke stadshuizen kwamen reeds vroeg in Italië voor (geslachtstoren). In noordelijker landen zijn de overblijfselen van deze stenenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) huizen schaarser, in Nederland o.a. in Utrecht.In XIX ontstond door de bevolkingsgroei, de opeenhoping van arbeiders en de duurte van de bouwgrond het type boven- en benedenhuis, in gelijkvormige reeksen gebouwde huizen. Reeds vroeger waren die toegepast bij van overheidswege ontworpen stadsaanleg, ook in Amsterdam bij de uitbreiding van 1670 in de Looiers- en Weteringdwarsstraten. In Nederland hebben de Amsterdamse schoolDe Amsterdamse school is een richting in de bouwkunst tussen 1913 en 1930, die gekenmerkt wordt door een bijzonder plastische vormgeving en veel decoratie. De decoratie bestaat onder andere uit gevelhekken, lampen en vlaggenstokhouders van siersmeedwerk. Daarnaast zien we ook beeldhouwwerk van natuursteen en baksteen. De gevels van gebouwen uit de periode van de Amsterdamse school kenmerken zich door golvende gevelvlakken en asymmetrie. Ook zien we het gebruik van afwisselende metselverbanden. De ramen in de gebouwen van de Amsterdamse school vertonen veel variatie. (Haslinghuis) en haarHaar is een uitgroeisel van de opperhuid bij zoogdieren. Haar is karakteristiek voor alle zoogdieren, al komt het bij sommige soorten voor dat haar afwezig is gedurende bepaalde fasen van het leven. (Wikipedia) uitlopers veel gedaan om het troosteloze aan deze bouwvorm te ontnemen. Reeds vroeger waren in Engeland gemoedelijke, in groen gelegen burgerwoningen ontworpen door Norman Shaw c.s. (Bedford Park in Londen, c. 1880). De meest moderne gedaante van het stadshuis is tenslotte de uit de Verenigde Staten overgekomen ‘flat’woning. In de moderne tijd deed vooral gewapend betonBeton wordt gemaakt door water, een bindmiddel (cement of kalk), zand en grovere toeslagstoffen te mengen. Het mengsel hardt uit tot een amorf materiaal dat in de bouw, maar ook daarbuiten wordt gebruikt. als bouwmateriaal zijn intrede. Voor niet dragende geveldelen wordt vaak gebruik gemaakt van staal, aluminium en glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is.. (Haslinghuis)

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 mrt 2021 om 15:03.