teerluiken
Deur of langwerpig raam aan de Zuidoostkant van het molenlijf, waardoor de teerdeel werd geschoven, een zware, lange plank, waarop de schilder plaats nam om de onderzijde van de kap te schilderen. In sommige molens deurtje aan de bovenkant van de romp. (Molenwoordenboek B.D. Poppen)
- Synoniem: teerdeur,teerluik
- Breder: [[1]]
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: teerluiken
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 09:49.