bossen (gewas)
Oppervlak begroeid met een dusdanige aantal bomen dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen of, na volgroeiing van de bomen, zullen vormen. Een afgebrand bos, kapvlakte of jonge aanplant wordt behandeld als bos.
- Synoniem: bos (gewas)
- Breder: landschapselementen
- Smaller: bospercelen, loofbossen, quinconces, gemengde bossen, productiebossen, parkbossen, populierenbossen, bosketten, sterrenbossen, plantages (bos), malebossen, hakhoutbossen, naaldbossen, boombossen, bosopslagen, borstbomen, bosschages, stinzenbossen, bosweiden, bosplantsoen, kathedraalbossen en ontginningsbossen
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: bossen (gewas)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 05:12.