koorafsluitingen
Lage muur, schot- of traliewerk dat het koor van de kooromgang scheidt, vaak verbonden met het koorgestoelte. Sinds XIII in zwang. Overblijfselen van een koorafsluiting (1351) heeft b.v de Notre-Dame in Parijs, hier behandeld als voortzetting van het oksaal (afgebroken 1699) en versierd met reliëfs. Uitnemend bewaarde voorb. (c. 1500) in de kathedralen van Chartres en Albi, met flamboyante traceringen. Enkele Nederlandse voorb. met natuurstenen traceringen: Kampen, Bovenkerk (XV); Harderwijk, Grote Kerk; Groningen, Martinikerk en A-kerk. Met bakstenen traceringen: Franeker. Paneelwerk met koperen spijlen: ’s-Hertogenbosch, St.-Jan (1540). Gesneden houten afsluitingen: Haarlem, St.-Bavo (1535); Naarden, St.-Vituskerk (1626); Amsterdam, Nieuwe Kerk (1650). (Haslinghuis)
- Synoniem: koorafschutting,koorafschuttingen,koorafsluiting
- Breder: muren
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: koorafsluitingen
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 15 mrt 2026 om 12:53.