tandschaven
Bij de tandschaaf staat de beitel verticaal in het blok, er is geen keerbeitel. De beitel is getand en verkrijgbaar in grof, middel en fijn. De breedten lopen van 1 1/4 tot 2 1/2, oplopend met 1/8. Met deze beitel worden rechte doch ruwe vlakken geschaafd, die vooral bij het maken van lijmverbindingen worden toegepast. Wordt vermeld in catalogi uit het begin van de 19de eeuw. Ook met pokhouten zool.
- Synoniem: tandschaaf
- Breder: schaven
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: tandschaven
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 02:14.