kofschepen
18de, 19de eeuws scheepstype. Vrachtschip met ronde vormen en kromme voorstevenbalk. Gepiekt voor- en achterschip. Vrij smal vlak. 100-300 ton groot. De grote koffen waren kielschepen en hadden vaak geen zwaarden. Het waren tweemasters met een grote mast en bezaan. De grote mast was vaak zowel langsscheeps als (gedeeltelijk ook) dwarsscheeps getuigd. Ze werden voor de grote binnen- en voor de buitenvaart gebruikt. Vaak voorzien van roef en paviljoen. De kleinere van deze koffen hadden vaak een minder diepe kiel (slechts ca. 10 cm i.p.v. ca. 30 cm.) en beschikten wel over zwaarden. Ze waren soms, vooral in het voorschip minder gepiekt. (De Binnenvaart),Een kustvaarder die in de loop van de 18de tot in het midden van de 19de eeuw in de Nederlanden en Duitsland in de vaart was en de plaats innam van de fluit en de kat. (aatned.nl)
- Synoniem: koffen,kof,kofschip
- Breder: koopvaardijschepen
- Smaller: schoenerkoffen
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: kofschepen
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 08:21.