frijnen
Eindbewerking van de zuiver vlak voorbewerkte oppervlakte van gehouwen steen met fijne evenwijdige slagen, aangebracht met een ceseel, typisch voor de architectuurperioden na de Middeleeuwen. In Nederland worden per groef twee beitelslagen gegeven, de eerste in de steen (steekslag), de tweede er weer uit. Bij de z.g. Belgische frijnslag of carrièreslag wordt de beitel in één klap ook weer uit de steen geslagen. Vgl. (zie) scharreren. Vaak wordt in bestekken het aantal slagen per 10 cm (palm) voorgeschreven. Ook: vrijnen. Al het hardsteen moet geschuurd en netjes overgevrijnt worden en niet minder als negen vrijnslagen in een duym: 1781 Zaanstreek, bestek. (Haslinghuis)
- Synoniem: frijnslag
- Breder: [[1]]
- Smaller: carrièreslag, sclyperen en gradineren
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: frijnen
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 05:40.