los hoes


Los hoes betekent open huis: de bewoners en het vee leefden samen onder een dak, in dezelfde ruimte. De boerderij heeft een steil sporendak en een houten gevel, vakwerkgevel of wolfseind. In de zijmuren waren kleine raampjes. In de zijbeuken stond het vee in een potstal, die verdiept was aangelegd. De deel was gemaakt van aangestampte leem. De zolder had in het midden een gat: het slop. Door het slop werd de oogst op de zolder gebracht. In het midden van een los hoes of aan de voorgevel was een open vuur. Dit werd gebruikt om te koken en voor de warmte. Oorspronkelijk was er geen schoorsteen; de rook verdween door het slop en de kieren in de dak naar buiten. De rook droogde de oogst op zolder en conserveerde het slachtvlees dat bovenin was opgehangen. De voorkant van een los hoes werd gebruikt als woongedeelte.






Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het reactieformulier

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 06:12.