karen (molen)


Een houten trechtervormige toevoerbak midden boven de molenstenen. Het graan verlaat de kaar via de schuddebak en komt door het hart van de bovenste steen (de loper) tussen de molenstenen. Het kaar wordt in sommige geschriften ook wel molentrechter genoemd. Het is dan ook niets anders dan een trechtervormige, houten bak die zich boven de molenstenen bevindt en waarin zich een hoeveelheid graan (ca. 50 kg) als tijdelijke voorraad kan bevinden. Feitelijk is het dus een opslag tussen het moment dat het graan uit de zak gegoten wordt en dat het graan zich een weg baant tussen de molenstenen.






Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het reactieformulier

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 13 dec 2025 om 07:30.