bakspier
Rondhout dat op vierkant getuigde schepen op het boord of in de fokkerust dwarsscheeps wordt uitgezet om bij achterlijke wind de buitenschoot (waterschoot) van de onderlijzeilen uit te houden. Ook een boom die door een op de rede voor anker liggend schip wordt uitgezet om er gestreken sloepen aan te meren en vrij te houden van het boord. De bakspier wordt opgehouden door een toppenend en naar voren en achteren door stagen vastgezet. Over de spier is een handleider gespannen om zich vast te houden en er onderaan zijn jacobsladders opgehangen om in de sloepen of te dalen. Men kan de sloepen ook naar het schip halen met een kontwachter. (Zeilvaart Lexicon)
- Breder: spieren (rondhout)
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: bakspier
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 07:37.