dekstoelen
In zijn eenvoudigste vorm een plankje, opgehangen aan twee boven samenkomende ijzeren staven. Meestal een houten rek met onder een steun plank voor de voeten, boven een afgeronde regel waartegen de knieën rusten. Wordt vastgezet met één of twee tanden die door de rietlaag steken en achter de daklatten worden vastgehaakt. Hoog ca. 70 tot 100 cm, breed ca. 50 cm. (Van aaks tot zwei / H. Janse)
- Synoniem: dakklauw,dakklauwen,dakstoel,dakstoel (rietdekkersgereedschap),dakstoelen,dakstoelen (rietdekkersgereedschap),dekhaak,dekhaken,dekklauw,dekklauwen,dekkluif,dekkluiven,dekleer,dekleren,dekpaard,dekpaarden,dekstoel,haakladder,haakladders,klauw (raamwerk),klauwen (raamwerk),klimmer,klimmers,klimstoel,klimstoelen,kluif,kluiver (stoel),kluivers (stoel),knecht (raamwerk),knechten (raamwerk),schammel
- Breder: stoelen
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: dekstoelen
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 05:43.