tochtschuiten
Nederlands vissersvaartuig voor de sleepnetvisserij op het IJ en de Zuiderzee. Het werd reeds in 1504 vermeld. Het was een platboomd schip. Men neemt aan dat het de voorvader was van de botter. Het schip had een gebogen vallende voorsteven en een rechte vallende achtersteven een ronde volle kop en dito achterschip. Het voorschip was gedekt tot aan de mast. In het ruim stond een bun. De zwaarden waren rond maar niet erg breed. (MARDOC),Naam van een scheepstype; voorloper van de botter.
- Synoniem: togenaars,togenaar,tochtschuit,drijvers (visserijschip),drijver (visserijschip)
- Breder: visserijschepen
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: tochtschuiten
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2025 om 03:07.