vlak (vormkenmerk)
Een ononderbroken oppervlak hebbend zonder noemenswaardige buiging, helling, verhogingen of verlagingen. Verwijst ook naar tweedimensionale beelden zonder ruimtelijke eigenschappen en naar gekleurde vlakken zonder variatie. Gebruik 'mat' voor de afwerking van een oppervlak zonder glans of schittering. (AAT-Ned)
- Synoniem: plat
- Breder: vormen (fysiek kenmerk)
- Smaller: vlakke voet, balusterschacht, vlakke voet, genodeerde schacht, vlak gewelfd deksel met dubbel eikelvormige klauw, vlakke voet, dubbele baluster schacht, vlak ojief-gewelfd deksel zegelvormige knop, vlakke voet, genodeerde baluster schacht, vlakke voet met hol geprofileerde rand, overgaand in omgekeerd conische schacht; bovenaan tussen geprofileerde ringen een gedrongen omgekeerd balustervormige nodus, vlakke voet, concave schacht, vlak deksel met ingezonken midden, omgekeerd conische inschietende ring omgekeerd conische knop, vlak gewelfd, geprofileerd deksel met vaasvormige knop, vlak deksel met gewelfde zijde en vlakke rand, opgerolds, geribde klauw en vlakke voet, gladde cilindrische schacht
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: vlak (vormkenmerk)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 09:39.