belforten (toren)


Hoge m.e. toren, afzonderlijk staand of verbonden met een stadhuis of stedelijke markthal, waarin de stadsklokken (in het bijz. de banklok) waren opgehangen. Sinds XIV was er vaak ook een uurwerk in opgenomen. Ook de ‘koer’ of nachtwacht (koertoren) was er geposteerd. Zij waren zeer verbreid, allereerst in Noord-Frankrijk, vervolgens in de Nederlanden, hier en daar langs de Benedenrijn (Keulen). Deze torens waren zinnebeelden van burgertrots en stedelijke zelfstandigheid, reden waarom zij meermalen na een overwinning van het centrale gezag verwoest of van hun luide stem beroofd werden (1268 Boulogne, 1540 Gent). De bouw van het Keulse belfort (1412) werd bekostigd uit het verbeurde kapitaal van verdreven patricische geslachten. Soms vervulde een kerktoren de functie van belfort, zoals de Buurtoren te Utrecht (c. 1400), die ook een slaapplaats voor de koerwacht bevatte. De verschijningsvorm is als die van de toren in het algemeen. De oudste belforten, o.a. die van Amiens en Abbeville (XII), waren oorspr. burchtdonjons. Zeldzaam is de ronde vorm. Enkele, zoals in Brugge, hebben een achtkante bovenste geleding. Vele zijn voorzien van hoek- of (zie) spietorentjes. De vrijstaande topgevelachtige opbouw in het midden van de gevel van het Antwerpse stadhuis (1561-’65) is te beschouwen als een herinnering aan het m.e. belfort.Het belfort was in eerste aanleg van hout. Daaruit zal de tweede betekenis (zie hierna) zijn ontstaan. Ook wordt het belfort als bergvrede aangeduid, gezien de parallel met een verdedigingstoren. (Haslinghuis)


Monumenten

Bouwtype


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 aug 2024 om 06:48.