kantelen (borstwering)


Tinne, kast, tand, elk van de rechthoekige dichte vakken van een boven aan torens en langs verdedigingsmuren aangebrachte borstwering. De kantelen worden afgewisseld met open gedeelten ( (zie) moordgat). Achter de borstwering loopt meestal een weergang. Soms was de vorm niet rechthoekig, maar ingekeept als een vis- of zwaluwstaart, vooral in Italiaanse en Moorse architectuur. InXV-XVI ontwikkelde de kanteling zich tot een decoratieve bekroning. Dat gebeurde vooral daar, waar het ‘crenallare’ van een landhuis een door de landsheer verleend voorrecht was, zoals in Engeland. In Portugal ontstond een reeks van korte pylonen. (Haslinghuis)






Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 jan 2026 om 07:36.