Besparingspotentieel van binnenvoorzetramen


Introductie

Historische vensters dragen in belangrijke mate bij aan de esthetiek van historische gebouwen. Ze zijn bepalend voor de geleding en verhoudingen van een gevel. Aan de binnenzijde dragen ze bij aan de beleving van het interieur. Uit oogpunt van energiebesparing en/of comfort worden historische vensters vaak aangepast. Het uitgangspunt daarbij is dat het historisch beeld behouden blijft. De monumentale waarde van het venster is leidend bij het beoordelen van de mogelijkheden tot aanpassing (Buchner et al. 2023, pag. 12).

In Verduurzaming van monumenten, afwegingskader voor vergunningverlening worden drie scenario’s geschetst: verbeteren, behouden en vernieuwen. Het energetisch verbeteren van bestaande vensters is mogelijk door het bestaande glas te vervangen door een isolerende beglazing en/of door kierdichting (pag. 16-21) toe te passen. Het behouden van bestaande vensters is mogelijk door het toepassen van een binnen- of buitenzetraam (pag. 22-25). En als laatste optie wordt het integraal vernieuwen van het bestaande venster genoemd (pag. 26-29).
Afbeelding 1 — Gemiddelde windrichting en windsnelheid gemeten door het KNMI in de periode 2000-2019 met a) frequentieverdeling van de windrichting, b) de gemiddelde windsnelheid per windrichting en c) de maximale windsnelheid per windrichting.
Afbeelding 2 — Schematische weergave van de luchtuitwisseling tussen binnen en buiten en vice versa (naar: (Roels 2024))
Afbeelding 3 — Schematische weergave van de luchtuitwisseling tussen binnen en buiten en vice versa als gevolg van thermische trek over de hoogte van één verdieping (3 m) (naar: (Roels 2024)).
Afbeelding 4 — Berekende warmteverlies voor a) het houten venster en b) het stalen venster met enkelglas (donkerbruine lijn), dubbelglas (bruine lijn) en vacuümglas (lichtbruine lijn) in vergelijking met het verlies door in- en exfiltratie (blauwe lijnen) als functie van de windsnelheid.
Afbeelding 5 — Berekende warmteverlies voor a) het houten venster en b) het stalen venster met enkelglas (donkerbruine lijn), dubbelglas (bruine lijn) en vacuümglas (lichtbruine lijn) in vergelijking met het verlies door thermische trek (blauwe lijnen) over de hoogte van één verdieping (3 m) als functie van de buitentemperatuur.
Afbeelding 6 — Berekende warmteverlies voor a) het houten venster en b) het stalen venster zonder binnenzetraam met enkel glas (bruine lijn) en vacuüm glas (lichtbruine lijn) en met binnenzetraam met enkel glas (groene lijn) en vacuüm glas (lichtgroene lijn) als functie van de windsnelheid
Afbeelding 7 — Berekende warmteverlies voor a) het houten venster en b) het stalen venster zonder binnenzetraam met enkel glas (bruine lijn) en vacuüm glas (lichtbruine lijn) en met binnenzetraam met enkel glas (groene lijn) en vacuüm glas (lichtgroene lijn) als functie van de windsnelheid

Energieverlies door vensters

Vensters verliezen in mate belangrijk energie door transmissie (straling en geleiding) en in- en exfiltratie (luchtuitwisseling).

Transmissieverliezen

Een van de manieren waarop historische gebouwen energie verliezen is door middel van transmissie: het transport van energie door middel van geleiding en straling. Voor vensters bekent dat niet alleen de geleiding door het glas, maar ook door het kozijn en eventuele afstandhouders en stralingsuitwisseling daartussen. Voor de energetische prestatie van een venster is het dus niet voldoende om naar de U-waarde van alleen het glas (Uglas) te kijken, maar moet gekeken worden naar de U-waarde van het gehele venster (Uvenster).

In- en exfiltratieverliezen

Een andere manier waarop energie verloren gaat is door in- en exfiltratie : onbedoelde en ongecontroleerde luchtuitwisseling.. Infiltratie, wanneer de lucht van buiten naar binnen stroomt, en exfiltratie, wanneer de lucht naar buiten stroomt. Voor vensters betekent dat luchtstromen door naden en kieren tussen het kozijn en het gebouw en het kozijn en bewegende delen. Verschillende studies hebben echter aangetoond dat erfgoedramen vaak minder goed scoren op luchtdichtheid.

Verbeteren van de luchtdichtheid van vensters

De laatste decennia is er, naast het isoleren van bouwdelen, veel aandacht gegaan naar de verbetering van de luchtdichtheid van de gebouwen om het energieverlies te beperken. Bij moderne raamprofielen resulteerde dit in dubbele tot driedubbele kierdichting en vensters met luchtdichtheden van minder dan 5 m3/u/m2@50Pa komen. Het is algemeen bekend dat de luchtdichtheid van historische raamprofielen meestal veel minder goed is. Echte meetdata hierover zijn echter moeilijk te vinden.

Recente metingen aan historisch houten ramen in een klooster in Kraainem, België leverden waarden op van 86 en 131 m3/u/m2@50Pa (Callebaut and Rogge 2024). Een studie uit het Verenigd Koninkrijk maakt melding van een luchtdichtheid van 128 m3/u/m2@50Pa gemeten in een laboratorium aan een historisch houten raam (Baker et al. 2010; Wood et al. 2009; Baker 2008; Wood et al. 2009; Baker et al. 2010; Martín-Garín et al. 2020). Deze waarden liggen allen ver boven de waarden die momenteel voor nieuwbouwramen gehanteerd worden.

Verbetering van de thermische prestaties van historische ramen waarbij bijvoorbeeld enkel het glas vervangen wordt zonder de luchtdoorlatendheid van het venster aan te pakken, moeten dan ook in het juiste perspectief geëvalueerd worden. Daarom zijn de warmteverliezen door via transmissie vergeleken met de warmteverliezen die verwacht kunnen worden als gevolge van een gebrekkige luchtdichtheid. Deze laatste zijn echter veel moeilijker te evalueren en zijn bovendien sterk afhankelijk van de specifieke configuratie (ligging gebouw, blootstelling van de gevel en het raam aan de wind, doorstromingsmogelijkheden van lucht in het gebouw, etc .).

Toepassing van binnenvoorzetramen zal vaak niet alleen enkel resulteren in een thermische verbetering van de ramen, maar ook de luchtdichtheid sterk verbeteren. In het afwegingskader (Buchner et al. 2023) zijn de voorwaarden gegeven waaraan het plaatsen van binnenvoorzetramen moeten voldoen met nadrukkelijk aandacht voor de bouwfysische randvoorwaarden.

Onderzoek naar warmteverlies van historische vensters

Een van de afwegingen bij het wijzigen van historische vensters is de mate waarin dit leidt tot energiebesparing. In 2024 heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoek laten uitvoeren naar het besparingspotentieel van het vervangen van enkel glas en het toepassen van een binnenvoorzetraam voor een ‘standaard’ houten schuifraam en stalen venster door de KU Leuven (Roels 2024). In het onderzoek is een aantal venstervarianten bestudeerd met verschillende raam-, glas- en binnenzetraamtypen die zijn beoordeeld op het warmteverlies door geleiding en straling, het warmteverlies onder invloed van wind en het warmteverlies onder invloed van thermische trek.

Venstertypen

Om inzicht te krijgen in deze problematiek is de energetische verbetering van twee historische raamconfiguraties onder de loep genomen: een houten schuifraam en een stalen raam.

Glastypen

Voor beide configuraties is gekeken naar drie scenario’s met drie typen glas (zie paragraaf 4.4 Overzicht vensterconfiguraties). Voor de dimensionering van de twee vensters zijn door 1,98m Architecten verschillende tekeningen met maatvoeringen aangeleverd. Deze zijn vervolgens ingevoerd in simulatiesoftware TRISCO dat heel gedetailleerd numerieke simulaties kan uitvoeren op basis waarvan het besparingspotentieel van de verschillende renovatie-ingrepen met elkaar kan worden vergeleken. Deze numerieke simulaties gaan uit van de veronderstelling dat er geen luchttransport door het raamprofiel en/of de wandaansluiting plaatsvindt. Dit aspect wordt verder besproken in 7 Warmteverlies door in- en exfiltratie onder de invloed van wind en 8 Warmteverlies door in- en exfiltratie onder de invloed van thermische trek.

Binnenvoorzetraamtypen

In de handel zijn zeer veel verschillende binnenvoorzetramen te verkrijgen. Voor het onderzoek zijn deze vereenvoudigd tot een type waarbij het binnenvoorzetraam binnen het kozijn is geplaatst en een type waarbij het binnenvoorzetraam op het kozijn is geplaatst.

In- en exfiltratie

Doordat ramen niet luchtdicht zijn, zal er door winddruk warmte verloren gaan door luchtuitwisseling tussen binnen en buiten. De hoeveelheid is afhankelijk van de windsnelheid, windrichting en de mate van luchtdichtheid. Om een idee te krijgen van het belang van de luchtdichtheid en de berekende thermische verbeteringen correct te kunnen kaderen, zijn de warmteverliezen via transmissie voor enkele eenvoudige configuraties vergeleken met de warmteverliezen die we kunnen verwachten ten gevolge van een luchtstroming via de ramen. Warmteverliezen door luchtin- en exfiltratie zijn het gevolg van (ongewenste) luchtstroming door het bouwdeel onder invloed van luchtdrukverschillen over de gevel. Deze luchtdrukverschillen ontstaan door windbelasting en door temperatuurverschillen tussen de buiten- en binnenomgeving. In werkelijkheid komen beide fenomenen vaak gelijktijdig voor. Voor de eenvoud hier bekijken we de effecten van windbelasting en thermische trek afzonderlijk. Gezien de onzekerheid over het lekdebiet van historische ramen is de luchtdichtheid van het raam daarbij telkens als variabele meegenomen.

In- en exfiltratie door wind

Gebouwen hebben te maken met windaanvallen. Deze variëren wat betreft windrichting en -snelheid. In Nederland is de overheersende windrichting zuidwest (225°)(Afbeelding 1a) met een gemiddelde windsnelheid tussen de 3 en 4 meter per seconde (Afbeelding 1b) met maxima tot 8 tot 17 meter per seconde (afhankelijk van de windrichting)(Afbeelding 1c).

De werkelijke winddruk hangt niet alleen af van de oriëntatie, maar ook van de omgeving waarin het gebouw staat en de hoogte ervan. Gebouwen, bomen, etc. in de omgeving zijn van invloed op de windsnelheid. Meer obstakels betekent een afname van de windsnelheid. En hoe hoger een gebouw, des te hoger de windsnelheid.

Bij een windaanval op een gevel zal aan de loefzijde, door overdruk, lucht via naden en kieren het gebouw binnendringen (Afbeelding 2, blauwe pijl). Aan de tegenoverliggende gevel, de lijzijde, zal door onderdruk lucht via naden en kieren het gebouw verlaten (Afbeelding 2, rode pijl).

De hoeveelheid lucht die door de vensters uitgewisseld wordt, hangt af van het aantal kieren rondom het venster en het winddrukverschil, wat weer voor een deel afhankelijk is van de windsnelheid (v [m/s]).

In- en exfiltratie door thermische trek

De luchtdrukken binnen en buiten een gebouw zijn afhankelijk van de temperatuur en de hoogte. De verschillen tussen de lokaal heersende drukken zorgen ervoor dat lucht zal verplaatsen van een lage druk naar een hoge druk. Doorgaans is dat van laag in een gebouw naar hoog in een gebouw (thermische trek) en van binnen naar buiten (Afbeelding 3).

De hoeveelheid lucht die door de vensters uitgewisseld wordt, hangt af van het aantal kieren rondom het venster en het winddrukverschil, wat weer voor een deel afhankelijk van temperatuur (T [°C]).

Overzicht vensterconfiguraties

Per type vensters is een aantal varianten gesimuleerd. Er zijn drie typen vensters gesimuleerd met elke drie typen beglazing:

1: Het originele venster met:
a. bestaande enkel glas (Uglas=5,8 W/(m2·K))
b. bestaande enkel glas vervangen door dubbel glas (Uglas=1,3 W/(m2·K))
c. bestaande enkel glas vervangen door vacuümglas (Uglas=0,6 W/(m2·K))

2: Met binnenvoorzetraam binnen het bestaande venster (optie 1):
a. binnenvoorzetraam met enkel glas (Uglas=5,8 W/(m2·K))
b. binnenvoorzetraam met dubbel glas (Uglas=1,3 W/(m2·K))
c. binnenvoorzetraam met vacuümglas (Uglas=0,6 W/(m2·K))

3: Met binnenvoorzetraam achter/op het bestaande venster (optie 2):
a. binnenvoorzetraam met enkel glas (Uglas=5,8 W/(m2·K))
b. binnenvoorzetraam met dubbel glas (Uglas=1,3 W/(m2·K))
c. binnenvoorzetraam met vacuümglas (Uglas=0,6 W/(m2·K))

Warmtedoorgangscoëfficiënten van het gehele venster

Uit de simulaties met TRISCO volgen de warmtedoorgangscoëfficiënten voor het gehele venster (Uvenster) in W/(m2·K). Tabel 1 toont voor beide type vensters, naast de warmtedoorgangscoëfficiënten, ook de procentuele verbetering van de U-waarde voor de verschillende varianten ten opzichte van de referentie: het originele venster met enkel glas.

Tabel 1 — Berekende warmtedoorgangscoëfficiënten voor het gehele venster

Houten schuifvenster Stalen venster
(glas/kozijn: 38%/62%) (glas/kozijn: 25%/75%)
Uvenster [W/(m2·K)] Uvenster [W/(m2·K)]
Origineel venster Enkel glas 4,74 (0,0%) 6,95 (0,0%)
Dubbel glas 1,75 (63%) 3,6 (48%)
Vacuüm glas 1,30 (73%) 3,08 (56%)
Binnenvoorzetraam, optie 1 Enkel glas 2,44 (49%) 3,24 (53%)
Dubbel glas 1,24 (74%) 1,51 (78%)
Vacuüm glas 0,90 (81%) 1,31 (84%)
Binnenvoorzetraam, optie 2 Enkel glas 2,49 (47%) 2,48 (64%)
Dubbel glas 1,18 (75%) 1,28 (82%)
Vacuüm glas 0,79 (83%) 0,94 (86%)

Uiteraard is de U-waarde van de het stalen venster over de gehele linie hoger dan die van het houten venster. Niet verbazingwekkend aangezien staal een heel goede thermische geleider is. Ook is opvallend dat de positie van het binnenzetraam voor het houten kozijn niet significant is. In tegenstelling tot het houten schuifraam, is de afstand tussen binnenvoorzetraam en originele raamprofiel bij het stalen venster wel van belang. Hoe kleiner de afstand, hoe groter de stralingsuitwisseling tussen (slecht isolerend) stalen raam en voorzetbeglazing. Het binnenvoorzetraam op maximale afstand plaatsen resulteert in een winst van om en bij de 15%.

Warmteverlies door transmissie

Op basis van de warmtedoorgangscoëfficiënt is het stationaire warmteverlies (Qvenster) te bereken over het raam bij een temperatuurverschil van 20°C. Tabel 2 toont voor beide type vensters, naast de warmteverliezen, ook de procentuele verlaging van het verlies voor de verschillende varianten ten opzichte van de referentie: het originele venster met enkel glas.

Tabel 2 — Berekende transmissieverliezen voor het gehele venster

Houten schuifvenster Stalen venster
(glas/kozijn: 38%/62%) (glas/kozijn: 25%/75%)
Qvenster [W)] Qvenster [W]
Origineel venster Enkel glas 597 (0,0%) 875 (0,0%)
Dubbel glas 220 (63%) 453 (48%)
Vacuüm glas 164 (73%) 388 (56%)
Binnenvoorzetraam, optie 1 Enkel glas 307 (49%) 408 (53%)
Dubbel glas 156 (74%) 190 (78%)
Vacuüm glas 113 (81%) 165 (84%)
Binnenvoorzetraam, optie 2 Enkel glas 314 (47%) 312 (64%)
Dubbel glas 149 (75%) 161 (82%)
Vacuüm glas 100 (83%) 118 (86%)

Deze resultaten zijn uiteraard analoog aan die van de warmtedoorgangscoëfficiënt, maar ze maken het vergelijken met de warmteverliezen door in- en exfiltratie eenvoudiger.

Warmteverlies door in- en exfiltratie onder de invloed van wind

In Afbeelding 4 is het warmteverlies door de vensters als functie van de windsnelheid weergegeven voor de situatie zoals geschetst in Afbeelding 2.

De bruine lijnen geven het warmteverlies door geleiding weer voor de bestaand venster met enkel glas, dubbel glas en vacuüm glas weer. Dit warmteverlies is logischerwijs onafhankelijk van de windsnelheid. Vandaar de horizontale lijn. De blauwe lijnen geven het warmteverlies door luchtuitwisseling tussen binnen en buiten weer voor het bestaande venster afhankelijke van de luchtlekheid. Dit warmteverlies is logischerwijs sterk afhankelijk van de windsnelheid. Vandaar dat oplopende lijn. De lichtblauwe verticale strook is de bandbreedte van de meest voorkomende windsnelheden in Nederland.

Bij een windsnelheid van 5 m/s is het warmteverlies door een houten venster met enkel glas (U=4,74 W/(m2·K)) 597 W. Door het glas te vervangen door dubbel glas (U=1,75 W/(m2·K)) of vacuüm glas (U=1,30 W/(m2·K)) neemt het warmteverlies af tot respectievelijk 220 W (63%) en 163 W (72%). Bij dezelfde windsnelheid is het warmteverlies door een stalen venster met enkel glas (U=6,95 W/(m2·K)) 875 W. Door het glas te vervangen door dubbel glas (U=3,60 W/(m2·K)) of vacuüm glas (U=3,08 W/(m2·K)) neemt het warmteverlies af tot respectievelijk 453 W (48%) en 388 W (56%).

Het energieverlies door middel van winddruk over de gevel is 202 W bij een relatief luchtdicht venster (q50=50 m3/(h·m2)) en 505 W bij een relatief luchtlek venster (q50=125 m3/(h·m2)). De werkelijke luchtdichtheid hangt onder andere af van het type materiaal, de constructiewijze, de mate van onderhoud en of er al een vorm van kierdichting is toegepast.

Warmteverlies door in- en exfiltratie onder de invloed van thermische trek

In Afbeelding 5 is het warmteverlies door de vensters als functie van de windsnelheid weergegeven voor de situatie in de bovenstaande afbeelding (Afbeelding 3).

De bruine lijnen geven het warmteverlies door geleiding weer voor de bestaand venster met enkel glas, dubbel glas en vacuüm glas weer. Dit warmteverlies is logischerwijs onafhankelijk van de windsnelheid. Vandaar de horizontale lijn. De blauwe lijnen geven het warmteverlies door luchtuitwisseling tussen binnen en buiten weer voor het bestaande venster afhankelijke van de luchtlekheid. Dit warmteverlies is logischerwijs sterk afhankelijk van de windsnelheid. Vandaar dat oplopende lijn. De lichtblauwe verticale strook is de bandbreedte van de meest voorkomende windsnelheden in Nederland.

Afbeelding 5b vergelijkt opnieuw de exfiltratieverliezen met de geleidingsverliezen. De afbeelding is erg gelijkaardig met Afbeelding 5a, met dat het verschil dat de exfiltratieverliezen in verhouding toenemen en in alle omstandigheden even belangrijk zijn als de geleidingsverliezen. In werkelijkheid zullen zich zeker configuraties voordoen waarbij het hoogteverschil tussen de openingen nog groter is (bv. infiltratie via ramen op de benedenverdieping en exfiltratie via het dakvlak) wat het belang van het luchtdicht maken van het venster – in combinatie met gecontroleerde ventilatie! – alleen nog meer bevestigt.

Totaal warmteverlies

Om een juiste vergelijking te kunnen maken tussen het vervangen van glas en het aanbrengen van een binnenzetraam, is ook gekeken naar het totale warmteverlies van de vier configuraties:

  1. Oorspronkelijk raam met oorspronkelijk enkel glas;
  2. Oorspronkelijk raam met nieuw vacuümglas;
  3. Oorspronkelijk raam met nieuw binnenzetraam met enkel glas;
  4. Oorspronkelijk raam met nieuw binnenzetraam met vacuümglas.

Per configuratie is het warmteverlies door geleiding en luchtuitwissing berekend. De resultaten zijn in de onderstaande afbeeldingen weergeven. De bruine lijnen geven het verlies weer voor het oorspronkelijk venster met enkel glas (bruine lijn) en wanneer het enkel glas vervangen wordt door vacuümglas (lichtbruine lijn). De groene lijnen geven het verlies weer voor de binnenzetramen relatief luchtdicht raam (q50=100 m3/(h·m2)) met enkel glas(groene lijn) en met vacuümglas (lichtgroene lijn).

Door geleiding en straling, en wind

Houten raam Bij een windsnelheid van 5 m/s is het totale warmteverlies voor het oorspronkelijk houten raam met oorspronkelijk enkel glas 1002 W, voor het oorspronkelijk houten raam met nieuw vacuümglas 568 W, oorspronkelijk houten raam met nieuw binnenzetraam met enkel glas 329 W en oorspronkelijk houten raam met nieuw binnenzetraam met vacuümglas 121 W.

Stalen venster Bij een windsnelheid van 5 m/s is het totale warmteverlies voor het oorspronkelijk stalen raam met oorspronkelijk enkel glas 1280 W, voor het oorspronkelijk stalen raam met nieuw vacuümglas 793 W, oorspronkelijk stalen raam met nieuw binnenzetraam met enkel glas 430 W en oorspronkelijk stalen raam met nieuw binnenzetraam met vacuümglas 140 W.

De binnenvoorzetramen presteren significant beter. Dat komt doordat het aandeel warmteverlies door luchtuitwisseling bij hoge windsnelheden groter is en binnenzetramen een grotere luchtdichtheid hebben. Pas bij windsnelheden lager dan 2,3 m/s gaat het oorspronkelijk venster met vacuümglas beter presteren dan het binnenzetraam met enkel glas (Afbeelding 6a).

Afbeelding 6 toont duidelijk dat in de gegeven omstandigheden het plaatsen van vacuümglas in het oorspronkelijke venster zonder de luchtdichtheid van het raam aan te pakken, een onverantwoorde investering is. Aanbrengen van een binnenvoorzetraam, zelfs indien voorzien van een enkel glasblad, presteert aanzienlijk beter. Merk op dat op basis van de enkel de geleidingsverliezen de prestatie van een binnenvoorzetraam in enkel glas maar half zo goed werd ingeschat dan het aanbrengen van vacuümglas in het oude venster (zie Tabel 2).

Door geleiding en straling, en thermische trek over één verdieping

Houten raam Bij een temperatuurverschil van 20 graden Celsius is het totale warmteverlies voor oorspronkelijk houten raam met oorspronkelijk enkel glas 807 W, voor het oorspronkelijk houten raam met nieuw vacuümglas 274 W, oorspronkelijk houten raam met nieuw binnenzetraam met enkel glas 319 W en oorspronkelijk houten raam met nieuw binnenzetraam met vacuümglas 111 W.

Stalen raam Bij een temperatuurverschil van 20 graden Celsius is het totale warmteverlies voor oorspronkelijk stalen raam met oorspronkelijk enkel glas 1085 W, voor het oorspronkelijk stalen raam met nieuw vacuümglas 598 W, oorspronkelijk stalen raam met nieuw binnenzetraam met enkel glas 420 W en oorspronkelijk stalen raam met nieuw binnenzetraam met vacuümglas 130 W.

De binnenvoorzetramen presteren significant beter. Dat komt doordat het aandeel warmteverlies door luchtuitwisseling bij hoge windsnelheden groter is en binnenzetramen een grotere luchtdichtheid hebben.

Conclusies

De belangrijkste besluiten uit deze studie zijn als volgt samen te vatten:

  • Voortgaand op de gemeten luchtdoorlatendheid van erfgoedramen, blijken exfiltratieverliezen voor de meeste configuraties van dezelfde grootteorde als geleidingsverliezen. Het is dus essentieel om ook de luchtdichtheid van het raam aan te passen;
  • De luchtdichtheid verbeteren kan op een eenvoudige manier door het plaatsen van een binnenvoorzetraam. Het is daarbij belangrijk dat het binnenvoorzetraam dezelfde luchtdichtheid haalt als deze opgelegd aan nieuw buitenvensters;
  • Zelfs met een binnenvoorzetraam uit enkel glas daalt de equivalente U-waarde tot 2.5 à 3 W/m2K;
  • De afstand tussen binnenvoorzetraam en oorspronkelijke raam heeft slechts een heel beperkte invloed op de prestatie.
  • Indien een binnenvoorzetraam met vacuümglas wordt toegepast kan een zeer goed presterend systeem gerealiseerd worden met een equivalente U-waarde van ongeveer 1 W/m2K;
  • De luchttemperatuur in de spouw die ontstaat tussen binnenvoorzetraam en oorspronkelijke venster sluit nauw aan bij de buitentemperatuur. De luchtdichtheid van het binnenvoorzetraam is daarom niet enkel belangrijk om exfiltratieverliezen te vermijden, maar ook om condensvorming tegen en degradatie van het oude venster te voorkomen. De gebrekkige luchtdichtheid van het oude venster is op dat moment een pluspunt.

Tot slot

Tenslotte moet ook vermeld dat er weinig meetdata beschikbaarheid zijn over de werkelijke luchtdichtheid van erfgoedramen. In deze studie werd de luchtdoorlatendheid van het bestaande venster dan ook als een variabele meegenomen. Het zou interessant zijn om meer meetdata over de luchtdichtheid van ramen in erfgoedgebouwen te verzamelen om een beter idee te krijgen van de werkelijke prestaties.

Referenties

  • Baker, Paul. 2008. Improving the Thermal Performance of Traditional Windows. Glasgow Caledonian University.
  • Baker, Paul, Roger Curtis, Craig Kennedy, and Chris Wood. 2010. “Thermal Performance of Traditional Windows and Low-Cost Energy-Saving Retrofits.” APT Bulletin: Journal of Preservation Technology 41 (1): 29–34.
  • Buchner, Frank, Hilde Van Meeteren, Daan Wolthuis, and Hans De Witte. 2023. “Verduurzaming van monumenten, afwegingskader voor vergunningverlening.” Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
  • Callebaut, Victor, and Wout Rogge. 2024. Lucht- En Waterdichtheid Bij Historisch Schrijnwerk. Universiteit Gent.
  • Martín-Garín, Alexander, José Antonio Millán-García, Juan María Hidalgo-Betanzos, Rufino Javier Hernández-Minguillón, and Abderrahmane Baïri. 2020. “Airtightness Analysis of the Built Heritage–Field Measurements of Nineteenth Century Buildings through Blower Door Tests.” Energies 13 (24): 6727. https://doi.org/10.3390/en13246727.
  • Roels, Staf. 2024. Studie besparingspotentieel voorzetramen. KU Leuven.
  • Stichting ERM. 2024. “URL 4015: Beglazing met vlakglas in monumenten.” Stichting ERM.
  • Wood, Chris, Bill Bordass, and Paul Baker. 2009. Research into the Thermal Performance of Tradtional Window: Timber Sash Windows (Executive Summary).

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 jan 2026 om 04:01.