Blank vlakglas in het Rietveld Schröderhuis
Introductie
Het Rietveld Schröderhuis in Utrecht heeft vele ramen met blank vlakglas. In 2023-2024 vond onderzoek plaats naar de uitvoering en de materiaalsamenstelling van het glas. Dat levert meer kennis op over de toepassing van blank glas in het 100-jarig bestaan van de woning. Dit artikel is een samenvatting van het onderzoeksrapport.
In 2023-2024 is materiaaltechnisch onderzoek gedaan naar de toepassing van blank vlakglas in het Rietveld Schröderhuis. Het onderzoek omvat een visuele inspectie, glasdiktemetingen en samenstellingsmetingen met röntgenfluorescentie (XRF) van 57 ruiten. Dit artikel is een korte samenvatting van het daarover verschenen onderzoeksrapport.






Download het volledige rapport
Achtergrond en doel onderzoek
Het Rietveld Schröderhuis werd in 1924 ontworpen en gebouwd door Gerrit Rietveld (1888-1964), zie Afb. 1. De opdrachtgeefster is Truus Schröder-Schräder, die eigenzinnige ideeën heeft over haar nieuwe woonhuis. Samen ontwerpen ze het iconische huis, aan de toenmalige rand van de stad Utrecht en met uitzicht op de polder. Beiden vonden het belangrijk om vloeiende overgangen en verbinding tussen binnen en buiten te maken. Dat deden ze bijvoorbeeld door het bedenken van een hoekraam dat helemaal open kan, en door veel glas toe te passen op de eerste verdieping. Truus woonde er tot haar overlijden in 1985, Rietveld zelf woonde er ook van 1957 tot aan zijn dood in 1964. Het werd in 1976 een rijksmonument (nummer 18329). Sinds 2002 staat het op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Tijdens de restauratie van 1974 is er een aantal houten kozijnen vervangen. Delen hiervan hebben in 2023 last van houtrot en zullen opnieuw vervangen moeten worden. De aanwezigheid van historisch glas heeft gevolgen voor de besluitvorming over het glas dat in de kozijnen zit. Er zitten namelijk visueel verschillende ruiten in de ramen. Mogelijkerwijs is er in 1974 oud of bestaand glas herplaatst in plaats van vervanging door floatglas, wat tot nu toe aangenomen werd - maar waarover geen documentatie bekend is.
Een visuele inspectie en samenstellingsmetingen van het blanke glas (zie Afb. 2) in de gevels en een deel van het interieur leveren een completer beeld van de glastoepassingen in dit stuk Werelderfgoed. Het geeft meer informatie over de soorten glas en mogelijke dateringen. Daarnaast kan dit onderzoek meer vertellen over de geschiedenis van het Rietveld Schröderhuis en over glasgebruik in de 20e-eeuwse architectuur in het algemeen.
Vijf groepen met verschillende soorten vlakglas
Het materiaaltechnisch onderzoek leidt tot een indeling van een ruit naar mogelijke productiewijze, waarbij de 57 ruiten met name onderling vergeleken zijn. Daarbij zijn de aanwezige chemische elementen meegenomen, net als de uiterlijke kenmerken zoals dikte van de glasplaat en ondulaties op het oppervlak. Een overzicht van deze groepen is te zien in Afb. 3, een visuele weergave per ruit in de gevel of het interieur in Afb. 4 t/m Afb. 8.
Mondgeblazen cilinderglas
met een wolkerig uiterlijk en met belletjes
Mondgeblazen cilinderglas wordt al vanaf de 12e eeuw gemaakt en heeft meestal een herkenbaar uiterlijk: een onregelmatig oppervlak en belletjes in de glasplaat. Een goede kwaliteit heeft echter nagenoeg geen belletjes, en een relatief vlak oppervlak zonder verstoringen. Mondgeblazen cilinderglas heeft een beperkte grootte, in de praktijk is dat ongeveer 90 cm x 60 cm voor een plaatdikte van 3 mm.
Dit glas in het huis bevat veel calcium (CaO) en weinig tot geen magnesium (MgO) en een gemiddelde concentratie aluminium (Al2O3). Strontium (SrO) is als spoorelement in een relatief gemiddelde concentratie aanwezig.
Er zijn vier ruiten die met zekerheid in deze groep vallen vanwege de duidelijke bellen in het glas en het wolkerige uiterlijk. Twee daarvan zijn toegepast in het interieur (de hal) en de andere twee in de zuidgevel. Het is zeer waarschijnlijk dat de ruiten in de buitengevel latere vervangingen zijn vanwege hun kleine aantal, afwijkende uiterlijk en grotere dikte ten opzichte van de rest van het glas in de gevels. Mogelijk maken deze twee ruiten van mondgeblazen cilinderglas ook deel uit van incidentele vervanging van glas waarbij naar een niet-vlak uiterlijk gestreefd werd.
Cilinderglas (mondgeblazen of mechanisch)
met een zeer licht tot licht wolkerig uiterlijk
Cilinderglas verwijst hier naar de techniek van het maken van vlakglas door middel van het blazen van een cilinder. De cilinder kan met de mond of mechanisch geblazen worden. De mondgeblazen versie wordt vanaf de 12e eeuw gemaakt, mechanisch cilinderglas werd in de eerste drie decennia van de 20e eeuw gemaakt om grotere formaten vlakglas (tot 20 m2) mogelijk te maken.
Een ruit van mechanisch cilinderglas vertekent mogelijk minder bij doorzicht en reflectie dan mondgeblazen cilinderglas. In de literatuur én in de praktijk is niet veel te vinden over mechanisch geproduceerd cilinderglas, waarschijnlijk omdat de kwaliteit van het glas niet optimaal scheen te zijn en het relatief kort is toegepast. De ruiten in het huis die nu in deze groep vallen, zijn ruiten die een (zeer) licht wolkerig uiterlijk hebben en waarin geen bellen te zien zijn. Dit kunnen glasplaten zijn van een goede kwaliteit mondgeblazen glas, maar ook van mechanisch cilinderglas. In sommige gevallen geeft de grootte van de ruit uitsluitsel: als één zijde groter is dan 1,20 meter, is de kans groot dat het om mechanisch cilinderglas gaat. Een andere, hoewel minder waarschijnlijke mogelijkheid is dat deze groep getrokken glas is, maar dan wel met een verbeterde kwaliteit waardoor er nauwelijks trekstrepen te zien zijn, en met een chemisch stabielere samenstelling minder calcium en meer magnesium). Mogelijk dat in de toekomst door voortschrijdend inzicht met meer zekerheid te zeggen is op welke manier deze ruiten gemaakt zijn.
Deze groep glas in het huis bevat relatief gezien weinig calcium (Ca) en een gemiddelde concentratie magnesium (Mg), met een relatief hoge aluminiumconcentratie (Al). Meestal is er arseen (As) aanwezig als spoorelement, net als strontium (Sr).
Er zijn acht ruiten gecategoriseerd als cilinderglas, waarvan er twee dusdanig groot zijn dat het zeer waarschijnlijk mechanisch cilinderglas is. Al deze ruiten bevinden zich in de buitengevels en vormen nu een minderheid. Dat doet vermoeden dat deze ruiten voornamelijk vervangingen zijn na de schade door de explosie van twee munitiewagens vóór het huis in augustus 1944. In oorlogstijd was bouwmateriaal schaars. Het is goed denkbaar dat gerepareerd werd met wat voor handen was, ook al was dat cilinderglas dat toen al verouderd was en mogelijk ook van minder goede kwaliteit. Vermoedelijk is er in de praktijk een mix tussen verschillende glassoorten gebruikt om schades te herstellen. In theorie kunnen alle ruiten in de gevels die nu van floatglas zijn, ooit van cilinderglas zijn geweest. In dat geval zouden er 24 van zulke ruiten zijn, en 20 van getrokken glas, en dat geeft een ander beeld: mogelijk is cilinderglas dan toch origineel toegepast. In de bouwtijd waren beide soorten verkrijgbaar, maar het is onbekend of ze ook gelijktijdig werden toegepast in hetzelfde gebouw. Het is denkbaar dat men in de gevels glas met minder vertekening bij doorzicht plaatste, zoals cilinderglas, wanneer het uitzicht belangrijk gevonden werd.
Getrokken glas
met een horizontale of verticale belijning
Grote formaten glasplaten bleken ook mogelijk bij zogenoemd getrokken glas. Dit werd vanaf het begin van de 20e eeuw geproduceerd en is veelvuldig toegepast tot 1960, toen floatglas opkwam. Bij dit soort glas is er vrijwel altijd een optische vertekening in één richting te zien (‘trekstrepen’). Deze belijning kan heel uitgesproken zijn, maar ook zeer subtiel.
Dit glas in het huis bevat relatief gezien veel calcium (Ca) en een lage concentratie magnesium (Mg), of een gemiddelde concentratie Ca en een gemiddelde concentratie Mg. De concentratie aluminium (Al) is laag tot gemiddeld en de strontiumconcentratie (Sr) is laag.
Dit is de grootste groep, met 27 ruiten gecategoriseerd als getrokken glas, die zowel in het interieur als in de buitengevels zijn toegepast. Na de explosie van de munitiewagens in 1944 zal er in de voorgevel (zuidgevel) en het voorste deel van de zijgevel (oostgevel) de minste hoeveelheid origineel glas overgebleven zijn. Dat lijkt inderdaad het geval te zijn bij de aanname dat getrokken glas origineel is. Zoals beredeneerd bij de categorie cilinderglas, kan het in theorie zo zijn dat alle ruiten die nu van floatglas zijn, ooit van getrokken glas waren. Dat ondersteunt deze aanname ook. In de hal, de keuken en het trapgat zit geen cilinderglas, maar wel getrokken glas. Dit maakt aannemelijk dat er zowel in het interieur als in de gevels oorspronkelijk getrokken glas is toegepast. Tegelijkertijd sluit dit niet uit dat er andere keuzes zijn gemaakt voor het interieur en het exterieur.
Floatglas
met een vlak tot zeer vlak uiterlijk
Vanaf 1954 werd het floatglas-procedé ontwikkeld om zeer vlak glas in grote formaten te produceren. Vanaf ongeveer 1960 wordt als vensterglas vrijwel alleen nog floatglas toegepast.
Dit glas in het huis bevat relatief gezien een gemiddelde concentratie calcium (Ca), magnesium (Mg) en aluminium (Al). Ook is er als spoorelement tin (Sn) gemeten. Arseen (As) is niet aanwezig.
De aanwezigheid van 15 floatglas-ruiten in het Rietveld Schröderhuis betekent dus dat de desbetreffende ruit niet origineel kan zijn en na 1960 is geplaatst, bijvoorbeeld tijdens bewoning of als vervanging na breuk tijdens de restauratie van 1974.
Moderne imitatie van historisch glas
met een zeer wolkerig of belijnd uiterlijk
Uit mondeling overgedragen informatie is gebleken dat er in de afgelopen tien jaar incidenteel ruiten vervangen zijn in een soort die bij wijze van experiment met een niet-vlak uiterlijk zijn uitgevoerd. Zulk glas is vanaf ongeveer 1990 in vele varianten te verkrijgen, van een licht wolkerige vertekening bij doorzicht en reflectie tot een zeer sterke belijning. Dit glas wordt vaak volgens een ander procedé gemaakt dan de originele glassoorten en heeft daarom vaak een andere chemische samenstelling.
In de huidige dataset zijn drie ruiten aanwezig met een duidelijk afwijkende chemie (laag aluminium (Al), geen tot laag magnesium (Mg) en hoge concentraties zink (Zn) en barium (Ba)). Dit geeft aan dat er drie verschillende soorten moderne imitatie van historisch glas zijn gebruikt. De aanwezigheid van relatief veel kalium (K) kan betekenen dat het glas chemisch gehard is.
Monumenten
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's Begrippencilinderglas, getrokken glas en floatglas
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 mei 2026 om 02:07.