Booronderzoek

Introductie

Booronderzoek is een methode van Inventariserend Veldonderzoek (IVO) om archeologische resten door middel van een boor op te sporen en te onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. en de aardkundige context van deze resten vast te stellen.

Afbeelding 1. Booronderzoek tijdens archeologische prospectie foto RCE
Afbeelding 1. Booronderzoek tijdens archeologische prospectie foto RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed.
Afbeelding 2. Voorbeeld van booronderzoek
Afbeelding 2. Voorbeeld van booronderzoek
Afbeelding 3. Voorbeeld van booronderzoek
Afbeelding 3. Voorbeeld van booronderzoek

Methode

Het onderzoek richt zich op het opsporen van vindplaatsen met een (in de boring) duidelijk herkenbare archeologische laag. Het opgeboorde sediment wordt niet gezeefd. De boorkern wordt met een boormes gesnedenErgens met een scherp instrument een snede in aanbrengen, waardoor materiaal wordt verwijderd wordt of een voorwerp in stukken wordt gedeeld. (Toegepaste Kunst Project, RKD) en met het blote oog geïnspecteerd op kleurKleur is de gewaarwording van licht die verschilt van wit licht zoals dat wordt uitgezonden door een natuurlijke lichtbron. Het gekleurde licht kan van een lamp komen of gereflecteerd door een voorwerp. Kleur kan worden gemeten in een aantal systemen, zoals CIE, Munsell, Natural Colour System, die alle een verschillende methode hebben om een kleur aan te duiden.Een kleur is de sensatie die veroorzaakt wordt door licht van een bepaalde golflengte. Geel en groen bijvoorbeeld zijn verschillende kleuren. Het Munsell kleursysteem en dergelijke systemen hebben dit als uitgangspunt. en andere eigenschappen (zie Wijze van waarneming).

Techniek

Booronderzoek wordt normaliter handmatig uitgevoerd met een 3 cm guts of een Edelman-boor met een boordiameter van 7 cm. Edelman-boringen die handmatig worden gezet, beperken zich normaliter tot de bovenste 2 m van de bodemNULL. Voor het opsporen en onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. van vindplaatsen op grotere diepte (> 2 m) onder het huidige maaiveld kunnen mechanische boringen worden gezet. Voorwaarde voor het herkennen van een archeologische laag is dat gebruik wordt gemaakt van een type boor dat boorkernen oplevert van een hoge kwaliteit. Het voordeel van een gutsboor is dat de kernen geen of geringe mate verstoring en verdichting (compactie) hebben. Hierdoor is de bodemkundige en sedimentaire structuurDe microscopische structuur van een materiaal is de ruimtelijke oriëntatie van de atomen, ionen of moleculen. Deze structuur bepaalt de macroscopische eigenschappen. goed zichtbaar.

Strategie

De afstand tussen de boorraaien en de boorpunten binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. één raai (samen het boorgrid), is afhankelijk van de omvang van de verwachte vindplaatsen. Voor middelgrote en grote vindplaatsen kan volstaan worden met een boorgrid waar de boringen relatief ver uiteen worden gezet. Voor kleinere vindplaatsen zal een fijner boorgrid moeten worden gehanteerd.

Omvang en datering verwachte vindplaats Boorgrid Diameter guts / boor Waarnemingstechniek
Steentijd
Klein (50-200 m²) 9 x 11 m 3 cm / 7 cm Boormes
Middelgroot (200-1000 m²) 20 x 25 m 3 cm / 7 cm Boormes
Groot ( > 1000 m²) 40 x 50 m 3 cm / 7 cm Boormes
Bronstijd-middeleeuwen
Huisplaats(en): 500-2000 m² 30 x 35 m 3 cm / 7 cm Boormes
Nederzetting: > 8000 m² 80 x 90 m 3 cm / 7 cm Boormes

Overzicht van techniekenEen techniek is een werkwijze die men volgt bij het uitvoeren van een werk. Onder de techniek waarmee een kunstwerk tot stand komt, verstaat met de gebruikte techniek zoals de aquareltechniek of de film.", "Wordt gebruikt voor de manier waarop een handeling wordt uitgevoerd of de methode waarmee dat gebeurt. Gebruik 'procédés' wanneer er in het algemeen wordt verwezen naar de verrichtingen die worden uitgevoerd of de procedures die worden gevolgd teneinde een bepaald resultaat te bereiken, en ook voor werkingen of veranderingen die plaats vinden in materialen of objecten. (AAT-Ned)" ) en strategieën van booronderzoek voor het opsporen van vindplaatsen met een archeologische laag

Wijze van waarneming

Het booronderzoek richt zich op het vaststellen van een archeologische laag, en niet (primair) op het verzamelen van vondstmateriaal. Het opgeboorde sediment wordt om deze reden niet gezeefd. Indien een archeologische laag aanwezig is, wordt met behulp van een boormes de boorkern opengesneden voor het verzamelen van gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. over de samenstelling en conservering van de archeologische laag. Voorbeelden van deze gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. zijn het kalkgehalte, en de aard en hoeveelheid van plantenresten, kleine botfragmenten en houtskool.

Voorbeeld

Zie Afbeelding 2 en 3.

In het Midden-Nederlandse rivierengebied komen vindplaatsen met een archeologische laag veel voor. Het betreffen doorgaans nederzettingsterreinen uit de periode bronstijd-middeleeuwen. In onderstaand voorbeeld is er sprake van een grote en een kleine vindplaats in het te onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. gebied. De grote vindplaats heeft een omvang van ruim een halve hectare en wordt aan de hand van een 35 x 40 m boorgrid opgespoord. De kleine vindplaats, een geïsoleerde huisplaats, heeft een oppervlakte van ca. 800 m2 en wordt met dit boorgrid gemist. Voor het opsporen van deze vindplaats is een dichter boorgrid nodig.

Combinatie met andere methoden

Booronderzoek (zonder zeeftechniek) wordt als afzonderlijke methode geadviseerd voor het opsporen van vindplaatsen met een archeologische laag. Nadat een vindplaats is opgespoord, wordt vrijwel altijd proefsleuvenonderzoek geadviseerd voor het verzamelen van aanvullende gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. met het oog op het (verder) toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting.

Richtlijnen en aanvullende informatie

RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. 2006: Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (versie 1.0), Hoofdstuk 6, Archeologische prospectie, 28-30. Amersfoort

SIKB 2012: KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek, versie 2.0., 46, Gouda (www.sikb.nl).

SIKB 2018: Protocol 4003, Inventariserend Veldonderzoek (landbodems), VS03 Uitvoeren booronderzoek, Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, 26-27, Gouda (www.sikb.nl).

Tol, A., Ph. Verhagen, A. Borsboom & M. Verbruggen 2004: Prospectief boren. Een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek in de prospectiearcheologie, Amsterdam (RAAP-Rapport 1000).

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2021 om 14:16.