Brandveiligheid - belang van brandveiligheid bij historische gebouwen


Introductie

Brand vormt een grote bedreiging voor historische gebouwen. Denk aan de verwoesting van het monumentale beursgebouw in Kopenhagen (2024) of de brand in de Parijse Notre-Dame (2019). Ook in Nederland werden de afgelopen jaren tal van kerken, kloosters, molens en andere historische gebouwen door brand getroffen. Zo ging in maart 2025 een deel van de historische binnenstad van Arnhem in vlammen op. Ondanks de diverse verwoestende branden in de afgelopen jaren, krijgt brandveiligheid nog te vaak niet de aandacht die het verdient.

Door brand gaat belangrijke cultuurhistorische en maatschappelijke waarde verloren. Het verlies van een beeldbepalend gebouw tast de verbondenheid met het verleden aan en kan de sociale cohesie in de gemeenschap verminderen.

Bovendien zal een brand leiden tot risico’s voor zowel gebouwgebruikers als hulpverleners. Tot slot zal een brand in binnenstedelijk gebied een bedreiging kunnen vormen voor omliggende bouwwerken en bouwdelen. Ook de economische gevolgen van een brand smeulen vaak nog lang. Historische gebouwen zijn soms ook toeristische trekpleisters en entreegelden vormen dan een belangrijke bron van inkomsten. Tijdens de herstelwerkzaamheden zullen toeristen wegblijven.

Eigenaren en gebruikers onderschatten vaak de brandrisico’s van historische gebouwen. De huidige wet- en regelgeving draagt nauwelijks bij aan het behoud van monumenten, de brandweer neemt geen onnodige risico’s en verzekeraars stellen weinig eisen.

Stuk voor stuk redenen om als eigenaar of gebruiker van een historisch pand dus zelf maatregelen te nemen om brandschade te voorkomen of te beperken. Zonder deze maatregelen is er een grote kans een gebouw door brand geheel verwoest zal worden.

Brandrisico’s en oorzaken

Hieronder volgt een overzicht van oorzaken die in het verleden hebben geleid tot een brand of kunnen leiden tot een verhoogd brandrisico. Naast algemene risico’s, die voor alle gebouwen gelden, beschrijft dit overzicht ook een aantal specifieke kwetsbaarheden die op historische panden van toepassing zijn.

Brandstichting

Brandstichting veroorzaakt vaak meer schade dan andere brandoorzaken. Brandstichters maken meestal gebruik van brandbare vloeistoffen of versnellers en er kunnen meerdere ontstekingspunten zijn. Ook worden brandbeveiligingsmaatregelen soms opzettelijk gesaboteerd om een snelle ontdekking of melding te verstoren en daarmee (inbraak)sporen te wissen.

Vuurwerk

Vuurwerk vormt, vooral tijdens de jaarwisseling, een belangrijke brandoorzaak. Vuurwerk kan op of in gebouwen terechtkomen. Ook na-smeulend vuurwerk kan brand veroorzaken. Hoewel het gebruik van vuurwerk geen opzettelijke brandstichting is, kunnen de gevolgen desastreus zijn.

Kortsluiting

Kortsluiting is een veelvoorkomende oorzaak van brand. Dit kan ontstaan doordat verouderde elektrische apparaten niet tijdig worden vervangen. Ook de aantasting van elektrische bedrading, bijvoorbeeld door knaagdieren of corrosie, kan tot elektrisch falen en ontsteking leiden.

Blikseminslag

Zeker voor hoge gebouwen, zoals kerktorens en molens is blikseminslag een reëel risico. De inzet van bliksemafleiders is voor deze gebouwen dan ook essentieel. De afleiders en overspanningsbeveiliging dienen regelmatig gecontroleerd te worden. Dit om na te gaan of het systeem nog goed functioneert en of er geen onderdelen ontbreken. Bliksemafleiders zijn regelmatig doelwit van koperdiefstal.

Renovatie -en herstelwerkzaamheden

Renovatiewerkzaamheden brengen een verhoogd brandrisico met zich mee. Zeker wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd met hitte of met open vuur. Branders, lasapparaten en slijptollen kunnen hitte en vonken veroorzaken en vormen daarmee een ontstekingsbron. Vooral werkzaamheden aan dakbedekking leiden regelmatig tot branden. Het gebouw en eventuele steigers worden bij een renovatie vaak afgeschermd tegen wind en regenwater met steigernetten of krimpfolie. Dat kan in geval van brand een barrière vormen voor het bluswater van de brandweer. Ook wordt de afvoer van temperatuur en rook beperkt waardoor een brand zich verder kan ontwikkelen en uitbreiden.

Verduurzaming

Steeds meer gebouwen in Nederland worden verduurzaamd. Zonnepanelen en energieopslagsystemen kunnen de kans op het ontstaan van brand doen verhogen. Ook isolatiematerialen kunnen een brandrisico vormen. En mogelijke spouwen kunnen bijdrage aan de snelheid waarin de brand zich kan ontwikkelen.

Specifieke kwetsbaarheden voor historische panden

De kans op brand in historische gebouwen én de gevolgen daarvan schatten veel eigenaren, beheerders en gebruikers laag in. Ten onrechte. Beperkte kennis over brandveiligheid is hier vaak debet aan. Er is (te) weinig bekend over wet- en regelgeving. Bovendien ontbreekt er meestal een duidelijk brandveiligheidsdoel of -visie. Vaak is men zich ook niet bewust van dat zij als eigenaar/gebruiker primair verantwoordelijk zijn voor een brandveilig gebouw en een brandveilig gebruik ervan. Dit maakt deze gebouwen bijzonder kwetsbaar voor brand, zeker omdat er aan historische gebouwen enkele typische brandgevaren verbonden zijn.

Ontbreken normen bij bouw

Veel historische gebouwen werden ontworpen en gebouwd in tijden waarin er beperkt brandveiligheidsvoorschriften werden aangewezen en deze veelal lokaal, in gemeentelijke bouwverordeningen, waren vastgesteld. Pas met de introductie van de Wederopbouwwet 1950 en de Modelbouwverordening 1965 ontstond ‘enige’ uniformering van brandveiligheidsvoorschriften. Met de introductie van het Bouwbesluit in 1992 (nu Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl) werden voor het eerst bouwvoorschriften landelijk, middels een algemene maatregel van bestuur (AMvB), aangewezen.

Door dit alles voldoen veel historische gebouwen niet aan de huidige bouwvoorschriften voor nieuw te bouwen gebouwen. Wellicht wel aan de bouwschriften voor bestaande bouw, maar die zijn niet voldoende, want niet specifiek gericht op het behoud van het historische gebouw. Er gelden dus geen specifieke wettelijk eisen voor monumenten. Voor deze gebouwen geldt, net als voor alle niet historische panden, het Bbl. Dat beperkt zich tot het voorkomen van slachtoffers (veilig vluchten) en het voorkomen van het overslaan van de brand naar bouwwerken op andere percelen.

Andere doelstellingen, zoals het behouden van het bouwwerk en het voorkomen van schade zijn dus geen publieksrechtelijke doelstellingen. Het is dus aan de eigenaar en/of gebruiker om de brandveiligheidsdoelen en de daaraan gekoppelde brandveiligheidsmaatregelen te bepalen.

Onvoldoende financiële middelen

De kosten voor het behoud en onderhoud van historische gebouwen zijn aanzienlijk. Dit houdt in dat er keuzes moeten worden gemaakt waaraan het beschikbare budget wordt uitgegeven. Brandveiligheidsvoorzieningen staan meestal niet hoog op de prioriteitenlijst.

Ligging gebouwen

De ligging van historische panden maakt ze extra kwetsbaar voor (de gevolgen van) brand. Bijvoorbeeld omdat ze zeer afgelegen liggen (denk aan buitenplaatsen, landhuizen en molens), waardoor de brandweer een langere aanrijdtijd heeft. Maar ook de ligging in een oude stadskern van sommige historische panden en kerken, maakt ze moeilijk bereikbaar voor brandweerdiensten. Ook een (eigen) watervoorziening ontbreekt regelmatig. In binnenstedelijk gebied is de kans op branduitbreiding tussen verschillende gebouw(del)en groter. Zeker wanneer deze niet aan de huidige voorschriften te voorkomen van branduitbreiding voldoen

Behoud van historisch karakter

Veel eigenaren, beheerders en gebruikers van historische panden zijn terughoudend bij het installeren van zichtbare blusmiddelen. Zichtbare blusmiddelen en overige maatregelen zoals brandwerende bekleding, brandwerende deuren in het interieur of exterieur van het pand, kunnen de oorspronkelijke architectonische details en de authentieke uitstraling aantasten.

Herbestemming

De herbestemming van een gebouw kan inkomsten generen. Bijvoorbeeld door het gebouw in te zetten als evenementenlocatie. Die inkomsten zijn vaak noodzakelijk om het gebouw voor toekomstige generaties te behouden. Keerzijde is dat, door het organiseren van activiteiten, de risico's op brand significant kunnen toenemen. Denk aan een gebrek aan toezicht, uitbreiding van het aantal aanwezige installaties, doorlussen van verlengkabels, of het aanbrengen van sfeerverlichting (kaarsen en/of ander open vuur). De kans is groot dat de bestaande brandveiligheidsmaatregelen hierdoor niet matchen met de nieuwe functie(s) van het gebouw.

Leegstand

Historische gebouwen die leegstaan en/of in verval zijn, blijken extra kwetsbaar voor vandalisme en brandstichting. Ook leegstandsbeheer of tijdelijke verhuur van deze panden brengt risico’s met zich mee. Tijdelijke gebruikers zijn zich over het algemeen minder bewust van de kwetsbaarheden van historische panden.


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 9 jan 2026 om 03:00.