Carel Weeber (1937-2025)
Introductie
Carel Weeber (Nijmegen, 1937 – Leuven, 2025) was een controversieel architect die een onuitwisbaar stempel drukte op de Nederlandse ontwerpcultuur. Geboren als Carlos Weeber bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door op Curaçao. In 1955 verhuisde hij naar Nederland om bouwkunde te studeren aan de Technische Hogeschool Delft en veranderde hij zijn naam in Carel. Tijdens zijn studie werkte hij als assistent bij Jaap Bakema en als projectarchitect bij het Rotterdamse architectenbureau Groosman. De Franse architect Émile Aillaud, bekend om zijn experimenten met golvende prefabvormen, beïnvloedde zijn vroege ontwikkeling. Zijn belangrijkste leermeester was Jo van den Broek, bij wie hij een stevige basis in de modernistische ontwerpprincipes kreeg.


Loopbaan
Kort na zijn afstuderen won Weeber de prestigieuze Prix de Rome voor Architectuur met een ontwerp voor een megastructuur als nieuw Centraal Station in Amsterdam. Deze vroege erkenning gaf zijn carrière een krachtige impuls. In 1970 werkte hij samen met Bakema aan het Nederlandse paviljoen voor de wereldexpo in Osaka, een project waarmee hij zijn naam verder vestigde. Zeven jaar later richtte Weeber samen met Jan Hoogstad, Kees Schulze en Jeroen van Tilburg het bureau HWST op, dat zich specialiseerde in grootschalige woningbouwprojecten. Eind jaren tachtig volgde de oprichting van de Architekten Cie., samen met Pi de Bruijn, Frits van Dongen en Jan Dirk Peereboom Voller.
Experimentele projecten
Weeber verwierf bekendheid met markante wooncomplexen, zoals de Peperklip in Rotterdam (1981) en de Zwarte Madonna in Den Haag (1982), dat in 2007 werd gesloopt. Deze experimentele projecten veroorzaakten veel discussie door hun forse schaal en uitgesproken vormentaal. Daarnaast ontwierp hij de stations voor de metrolijn in Spijkenisse, met een karakteristieke signatuur. Over zijn aanpak zei hij zelf: “Het moest controversieel zijn en sterke emoties oproepen. Irriteren. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben.” Zijn standpunten leidden regelmatig tot conflicten met tijdgenoten als Herman Hertzberger en Aldo van Eyck.
Nieuwe truttigheid
Kenmerkend voor Weebers werk zijn de autonome beeldtaal, eenvoudige geometrie, herhaling van elementen en glad afgewerkte oppervlakken van baksteen, glas en kunststof. Hij bekritiseerde de fantasierijke woningbouw op menselijke schaal van de jaren zeventig spottend als de nieuwe truttigheid en verzette zich tegen wat hij ‘staatsarchitectuur’ noemde. In zijn pamflet Het Wilde Wonen (1997) pleitte hij voor het loslaten van overheidsregie in de woningbouw, zodat bewoners meer vrijheid kregen in het bepalen van hun woonvorm. Hoewel hij in de jaren negentig experimenteerde met nieuwe stijlmiddelen, bleef zijn architectuur helder, rationeel en autonoom van karakter.
Onderwijs
Naast zijn architectonische werk was Weeber van 1970 tot 2003 hoogleraar aan de Afdeling Bouwkunde van de TU Delft. Hij speelde een invloedrijke rol in het architectuuronderwijs en het bredere vakdiscours. In zijn publicatie Schiet de opleiding tot architect aan de afdeling bouwkunde al lang te kort? bekritiseerde hij het studieprogramma en pleitte hij voor vernieuwing. Als voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten en medeoprichter van de Stichting Hoogbouw (1984) oefende hij bovendien invloed uit op het debat over stedelijke verdichting en hoogbouw.
Van Curaçao tot België
Weeber ontving diverse prestigieuze prijzen, waaronder de Sikkenprijs, de Staalprijs en de Rotterdam-Maaskantprijs. In 1996 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2005 keerde hij terug naar Curaçao, waar hij zijn eigen woning ontwierp, een project dat leidde tot meerdere opdrachten op het eiland. In 2016 verhuisde hij met zijn vrouw, ingenieur Sofia Saavedra Bruno, naar België, haar geboorteland, waar ze samen het bureau CASArchitects oprichtten.
Carel Weeber overleed in 2025 in Leuven. Zijn oeuvre wordt inmiddels erkend als een belangrijk onderdeel van het naoorlogse architectonische erfgoed, waarbij ook gesloopte gebouwen, zoals de Zwarte Madonna, opnieuw in hun historische context worden geplaatst.
Objecten
- Peperklip, Rotterdam (1982).
- Venserpolder woonblokken, Amsterdam (1982).
- Pompenburg, Rotterdam (1983).
- Metrostations Spijkenisse (1985).
- Zwarte Madonna, Den Haag (1985), gesloopt in 2007.
- Penitentiaire Inrichting De Schie i.s.m. Peter Struycken, Rotterdam (1989).
- Woongebouw De Lamel i.s.m. Aldo Rossi, Den Haag (1991).
Bronnenlijst
- Vanstiphout, W., Autonoom, 100% Carel Weeber (Rotterdam 2025).
Dit artikel is geschreven door Eva Villanueva.
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's
architecten, Post 65, gevangenissen en woningbouw
PersonenSpecialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 23 okt 2025 om 03:03.