Ankeveen - Cannenburgerweg - Complex Berg en Vaart


(507033) monumentenregister Complexnummer: 507033



Introductie

Buitenplaats Berg en Vaart bestaat uit een hoofdgebouw (monumentnummer 507032) en een parkaanleg (monumentnummer 507034). Met daarin de volgende elementen:

  • het koetshuis (monumentnummer 507035)
  • het toegangshek (monumentnummer 507036)
  • een tuinvaas (monumentnummer 507037)
  • de koude bakken (monumentnummer 507038)
Foto van het bakstenen huis met hoge ramen in witte kozijnen en een grindtuin met lage sierhagen. In de omgeving staan grote bomen en struiken.
Huis Berg en Vaart. Foto door Peter van der Wielen, CC BY 4.0 via Wikimedia Commons



Berg en Vaart ligt ten westen van de ’s-Gravelandse Vaart op grondgebied van het Sticht van Utrecht. Hiermee ligt deze buitenplaats net niet in de ’s-Gravelandse polder, die in 1634 werd gesticht tijdens de ontginning van ’s-Graveland. Aan de oostzijde (voorzijde) grenst de buitenplaats aan de Cannenburgseweg. Aan de noord-, west- en zuidzijde markeren een greppel en een houtwal de grens met de aangrenzende kavels. Berg en Vaart is een relatief kleine buitenplaats met een samenhangende opbouw, die in structuur en deels in detail gaaf bewaard is gebleven.

Geschiedenis

In vergelijking met andere buitenplaatsen in de omgeving is Berg en Vaart betrekkelijk laat gesticht. In 1779 kocht de Amsterdamse wijnhandelaar P.J. Eyma twee morgen grond van Jan Dedel. De familie Dedel bezat op dat moment de tegenovergelegen buitenplaats Boekestijn. Eyma bestemde een halve morgen grond aan de westzijde als weiland. Op het resterende terrein werd Berg en Vaart aangelegd. De naam van de buitenplaats verwijst naar het uitzicht in westelijke richting op Nederhorst en Berg en naar de ligging aan de ’s-Gravelandse Vaart. De buitenplaats bleek lange tijd in eigendom van de familie Eyma. Tot in 1918 worden leden van deze familie als bewoners genoemd.

Tussen 1779 en 1782 werd het hoofdhuis gebouwd in Hollandse Lodewijk XVI-stijl. Waarschijnlijk was Jan Luyten de architect. Zijn naam komt namelijk veelvuldig voor in de bouwrekeningen van het huis. Het huis heeft twee bouwlagen en lijkt aan de voorzijde in aanzien blokvormig, maar heeft in de werkelijkheid een L-vormige plattegrond. Het is opgetrokken in rode bakstenen onder een met Oudhollandse pannen gedekt schilddak met schoorstenen op de nokeinden. De voorgevel is vijf traveeën breed. In de middelste travee bevindt zich de ingang met daarboven een bovenlicht. De ingang is omlijst door blokvormige pilasters en een kroonlijst. In de traveeën naast de ingang bevinden zich aan weerszijde twee ramen met schuifvensters. Op kaphoogte zijn twee omlijste dakkapellen geplaatst. De rechtergevel en de achtergevels zijn onregelmatiger van opzet, met schuifvensters en enkele toegangsdeuren. Aan de westzijde (achterzijde) bevond zich tot omstreeks 1950 een negentiende-eeuwse gietijzeren wintertuin.

De indeling van het interieur is nagenoeg oorspronkelijk. Van belang zijn onder meer de hal en de keuken met grote negentiende-eeuwse witmarmeren plavuizen, de stucplafonds uit de bouwtijd met een eenvoudig decoratief patroon in de eetkamer, zitkamer en hal. Ook de uit de bouwtijd daterende smalle grenen wenteltrap, die doorloopt tot de zolder en is voorzien van lambrisering, is een belangrijk interieurelement.

Uit rekeningen blijkt dat gelijktijdig met de bouw van het hoofdhuis de parkaanleg werd aangelegd. Deze kleinschalige vroeg landschappelijke aanleg is grotendeels gaaf bewaard gebleven. Kenmerkend voor deze aanleg is de gevarieerde ruimtelijke opbouw, waarbij besloten ruimten rond het huis contrasteren met het panoramische uitzicht over het achterliggende weiland. Bijzonder is dat hierbij een zichtlijn behouden is gebleven die van de voortuin (oosten), door de centrale hal van het hoofdhuis, door de hele tuin, over de vijver, naar het achterliggende weiland loopt. Dit weiland was vermoedelijk oorspronkelijk de boomgaard en de moestuin van de buitenplaats. De vijver ligt in de parkaanleg achter het hoofdhuis. In deze vijver ligt een eilandje dat wordt omgeven door slingerpaden. Het bosbestand omvat nog deels soorten uit de tijd van de aanleg, waaronder een kastanje, eik, beuk en linde.

Aan de voorzijde voor het hoofdhuis ligt een in curven verlopende oprit die naar het voorplein, het hoofdhuis en het koetshuis voert. De oprit en het voorplein worden geflankeerd door monumentale bomen en boomgroepen. Voor de oprit staat een negentiende-eeuws smeedijzeren spijlentoegangshek tussen twee houten rechthoekige zuilenstompen met daarop de naam van de buitenplaats. De geometrische tuinaanleg op het voorplein dateert omstreeks 1990. Deze aanleg is in verhouding tot het huis ontworpen in een Franse Lodewijk XVI-stijl, geïnspireerd op de ontwerpen van Daniël Marot (1661-1752). Centraal in deze geometrische aanleg staat een kelkvormige kunststenen tuinvaas op een rechthoekige sokkel met leeuwenkoppen aan de zijkanten. Deze vaas dateert uit de vroeg twintigste eeuw.

Het koetshuis dateert uit 1779 en bevindt zich in de noordwesthoek van de buitenplaats. Het heeft een rechthoekige plattegrond en is opgetrokken in rode bakstenen onder een met Oudhollandse pannen gedekt zadeldak. Centraal in de oostgevel van het koetshuis bevindt zich een monumentale dubbele toegangsdeur met paneelvlakken. Het interieur is in de loop der tijd verbouwd tot woonruimte en later tot praktijkruimte. Evenwijdig aan de linkerzijgevel van het koetshuis staan twee naast elkaar geplaatste koude bakken van rode baksteen, behorend bij de achttiende-eeuwse aanleg. Nabij het koetshuis is omstreeks 1990 een nieuwe oranjerie gebouwd in een bij de buitenplaats passende classicistische stijl.

Tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999) ontwierp tussen 1953 en 1968 de tuinaanleg aan de oostzijde van het hoofdhuis. Zij liet haar ontwerp aansluiten op de achttiende-eeuwse landschappelijke parkaanleg. Deze aanleg maakt onderdeel uit van de beschermde status van de tuin- en parkaanleg van Berg en Vaart.

Berg en Vaart wordt anno 2026 nog particulier bewoond. Hiermee wordt niet alleen het achttiende-eeuwse ensemble behouden, maar ook de oorspronkelijke woonfunctie van de buitenplaats. De tuinen zijn op aanvraag toegankelijk voor publiek.




Bronnen en verwijzingen


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.



Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 18 apr 2026 om 02:05.