's-Graveland - Corverslaan, Zuidereinde - Complex Gooilust


(521477) monumentenregister Complexnummer: 521477



Introductie

Buitenplaats Gooilust bestaat uit een hoofdhuis (monumentnummer 521478) en een historische parkaanleg (monumentnummer 521479). Binnen deze aanleg bevinden zich de volgende elementen:

  • brug met smeedijzeren toegangshek (monumentnummer 521480)
  • een ensemble met moestuinbebouwing: schuur, tuinmuur, oranjerie en koude bak (monumentnummer 521481)
  • een prieel (monumentnummer 521482)
  • een ensemble van dierverblijven (monumentnummer 521483)

Daarnaast bevinden zich de volgende bijgebouwen op de buitenplaats:

  • een boswachterswoning (monumentnummer 521484)
  • een portierswoning (monumentnummer 521485)
  • een boerderij genaamd Bouwzicht (monumentnummer 521486)
Foto van het landhuis met hoge ramen en bordes met terras. In de linker gevel zit een erker met uitgevouwen luifel. Om het landhuis ligt een gazon met hieromheen struiken en kale bomen.
Huis Gooilust. Foto door Friesburg, CC BY 3.0 via Wikimedia Commons



Geschiedenis

Gooilust behoort, samen met Schaepenburgh, Boekesteijn, Spanderswoud en Hilverbeek, tot de grootste buitenplaatsen van ’s-Graveland. Van de oorspronkelijke kavels die in 1634 verloot werden tijdens de ontginning van ’s-Graveland, bestaat de buitenplaats uit kavel 21, 22 en 23. De eerste eigenaar kocht kavel 21 en 22. Kavel 21 werd agrarisch geëxploiteerd en op kavel 22 stond de hofstede Rondombedrogen, een veelzeggende naam die zou kunnen duiden op onvrede over de verloting. In 1741 verwierf Daniël Deutz (1681-1742) de kavels en gaf de buitenplaats haar huidige naam.

In 1778 kwam Gooilust in eigendom van Gerrit Corver Hooft (1744-1807), bewindhebber van de West-Indische Compagnie. De buitenplaats zou bijna 120 jaar in de familie blijven. Tussen 1778 en 1786 werd het huidige rechthoekige hoofdhuis in Lodewijk XIV-stijl gebouwd op de grens van kavel 21 en 22. De oorspronkelijke hofstede werd vermoedelijk afgebroken. Het hoofdhuis bestaat uit een kelder, twee bouwlagen en een met pannen gedekt schilddak met een schoorsteen op elk van de vier hoeken. Op de begane grond is de oorspronkelijke indeling van het huis grotendeels bewaard gebleven, evenals een aantal achttiende-eeuwse Lodewijk XVI-stijl interieuronderdelen. Zo bevindt zich in de hal de originele wandafwerking van marmer en stuc en de marmeren vloer. Ook zijn de trappen met leuning nog intact. In de grote zaal zijn de haardpartij en het originele stucplafond nog aanwezig.

In 1786 verwierf Gerrit Corver Hooft het zuidelijk gelegen kavel 23 Bousigt. De bouw van het nieuwe hoofdhuis en de aankoop van kavel 23 waren van grote invloed op de parkaanleg van Gooilust. De historische park- en tuinaanleg kent een grote historische gelaagdheid. De toevoegingen van Hooft en de latere ontwikkeling van de parkaanleg zijn beschreven in een aparte kennispagina over de historische tuin- en parkaanleg.

Periode Blaauw-Six (1895-1936)

In 1895 liet Margaretha Corver Hooft (1818-1895), als laatste van haar familielijn, Gooilust na aan haar verre nicht Louise Digna Catherina Blaauw-Six (1862-1934). Louise was getrouwd met Frans Ernst Blaauw (1860-1936), samen woonden zij op het naastgelegen Westerveld. Frans had een grote passie voor het verzamelen en fokken van exotische dieren. Gooilust bood meer ruimte voor deze verzameling. Nog hetzelfde jaar verhuisde Louise en Frans naar Gooilust. Ze lieten de buitenplaats restaureren, verbouwen en moderniseren. Het is niet duidelijk waar deze werkzaamheden precies uit bestonden. Frans legde op Gooilust een wereldvermaarde menagerie aan en breidde zijn collectie uit met exotische planten en gewassen, waardoor een arboretum ontstond. Voor deze verzamelingen werden op Gooilust diverse nieuwe gebouwen en structuren in het park gerealiseerd. Welke aanpassingen Frans Blaauw deed aan de parkaanleg van Gooilust is te lezen op de kennispagina over de historische parkaanleg.

In 1934 werd Gooilust eigendom van Natuurmonumenten. De reden waarom Gooilust eigendom werd van Natuurmonumenten maakt duidelijk dat de relatie tussen Frans en Louise slecht was. Frans had voornamelijk aandacht voor zijn verzamelingen en het ontvangen van vooraanstaande gasten. Hij beschouwde Gooilust als een persoonlijk prestigeproject, terwijl de buitenplaats het eigendom van Louise was. Frans maakte hoge kosten en het echtpaar had veel onenigheid over het beheer van de buitenplaats. Dit escaleerde in 1910: Frans liet Louise tegen haar wil opnemen in een inrichting wegens vermeende krankzinnigheid. Hij hoopte dat Louise krankzinnig verklaard werd, zodat hij de vrije hand kreeg op Gooilust. Dit gebeurde echter niet en in 1911 werd Louise door familie opgehaald uit de inrichting. Het echtpaar leefde daarna gescheiden, maar Frans weigerde juridische scheiding omdat hij Gooilust dan zou moeten verlaten. Louise zocht ondertussen naar een andere uitweg. Zij wilde Gooilust nalaten aan Natuurmonumenten op voorwaarde dat Hilverbeek – de buitenplaats die haar broer wilde verkopen – door Natuurmonumenten werd aangekocht. Zo kon Gooilust weer in oorspronkelijke staat hersteld worden, zonder de verzamelingen van Frans. Na het overlijden van Louise in 1934 volgde een juridische strijd tussen Frans en Natuurmonumenten. Frans stelde dat Louise ontoerekeningsvatbaar was. Na het overlijden van Frans in 1936 oordeelde de rechter dat het testament van Louise rechtsgeldig was. In overeenstemming met het testament van Louise verwijderde Natuurmonumenten een groot deel van de toevoegingen van Frans Blaauw. Hierdoor is uit deze periode op Gooilust voornamelijk de beplanting bewaard gebleven en enkele delen van de bebouwing (‘aha’, prieel en enkele dierverblijven).




Bronnen en verwijzingen


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.






Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 apr 2026 om 03:02.