's-Graveland - (bij) Noordereinde 60 - Complex Schaepenburgh
Complexnummer: 526504
Introductie
Buitenplaats Schaepenburgh bestaat uit een hoofdhuis (monumentnummer: 526505) en een historische park- en tuinaanleg (monumentnummer: 526506).
Hierin bevinden zich de volgende onderdelen:
- de oranjerie (achttiende eeuw, monumentnummer: 526507)
- het koetshuis (monumentnummer: 526508)
- een rondboogbrug met toegangshek (monumentnummer: 526509)
- een tuinhuis (monumentnummer: 526510)
- een ijskelder (monumentnummer: 526511)
- een houten schuur (monumentnummer: 526512)
- een slangenmuur met muurkas (monumentnummer: 526513)
- twee bruggen (monumentnummer 526514).

Geschiedenis
Tijdens de ontginning van ’s-Graveland verwierf de Amsterdamse bierbrouwerszoon Abel Mathijsz. Burgh (1579-1646) perceel 4, 5 en de helft van 3. Waarschijnlijk bestond de eerste aanleg uit een boerderij met herenkamer of ‘zomerhuis’ met stallen, schuren en een hooiberg. In 1646 stierft Burgh kinderloos en werd zijn bezit verdeeld onder zijn nichten en neven. Gerard Schaep erfde één vijfde deel en bracht vervolgens door uitkoop de gehele buitenplaats in zijn bezit. Ook breidde hij de buitenplaats uit door grondaankopen aan de oostzijde op Ankeveens grondgebied. Vermoedelijk kreeg de buitenplaats in deze periode de naam Schaepenburgh.
Via huwelijk en vererving kwam Schaepenburgh na 1725 in bezit van Jan Bernd Bicker (1695-1750) en zijn vrouw Johanna Sara Pels. Onder het echtpaar Bicker-Pels kende Schaepenburgh een bloeiperiode en functioneerde het als representatieve buitenplaats voor het ontvangen van voorname gasten. Het echtpaar liet het hoofdhuis moderniseren en uitbreiden met een zeshoekige tuinkamer aan de achterzijde. Ten weerszijde van het voorplein werden gespiegeld een oranjerie en koetshuis gebouwd. Daarnaast lieten zij de formele tuinaanleg aanzienlijk uitbreiden met het cirkelvormig gazon op het voorplein en de zogeheten Brede Laan (1750). Ook lieten zij kassen, een vinkenbaan, bossen, een menagerie, een boerderij met wei- en hooilanden en een slangenmuur aanleggen. Deze slangenmuur (circa 1735) staat bij de moestuin ten noorden van het hoofdhuis. Het is de hoogste nog bestaande slangenmuur van Nederland. Tegen de achterste slangenmuur werd in de negentiende eeuw een muurkas gebouwd.
Na het overlijden van Johanna Sara Pels werd Schaepenburgh vererfd en wisselde het vervolgens meermaals van eigenaar. In 1818 werd Schaepenburgh geveild en verkregen Jhr. Willem van Loon en zijn echtgenote jkvr. Anna Louise Agatha van Winter (1793-1877) de buitenplaats. Het echtpaar gaf architect-aannemer Johannes van Straaten (1781-1858) de opdracht om het hoofdhuis grondig te verbouwen en te vergroten. Het huidige hoofdhuis is het resultaat van deze verbouwing en vergroting. Het hoofdhuis is rechthoekig van vorm, heeft twee bouwlagen, een kelder en een met pannen gedekt schilddak met hoekschoorstenen. De voorgevel is gepleisterd en is zeven traveeën breed. In de middenrisaliet bevindt zich een portico met Ionische zuilen. Hierboven bevindt zich een balkon. De vensters zijn uitgevoerd in Empirestijl met persiennes. Van het negentiende-eeuwse interieur zijn weinig elementen bewaard gebleven.
Tegelijkertijd met het hoofdhuis werden het koetshuis en de oranjerie verbouwd. Zij vormen op het voorplein een architectonische eenheid met het hoofdhuis. Het koetshuis is nagenoeg vierkant, heeft één bouwlaag en heeft een met pannen gedekt schilddak. De gevels zijn afgewerkt met sierbepleistering in de vorm van natuursteenblokken met rusticawerk. Ook van het interieur van het koetshuis zijn weinig interieuronderdelen bewaard gebleven. Alleen een wand met zadel- en tuigkast, een deur en een kleinere wandkast herinneren aan de oorspronkelijke functie van het koetshuis. De vorm en afwerking van de oranjerie zijn vrijwel gelijk aan die van het koetshuis. Ook van het interieur van de oranjerie zijn weinig tot geen historische interieurelementen bewaard gebleven.
J.D. Zocher Jr. maakte voor het echtpaar Van Loon-Van Winter rond 1818 een ontwerp voor de inrichting van een landschappelijke parkaanleg. Hierbij behield Zocher enkele formele achttiende-eeuwse elementen waaronder de ‘Brede Laan’, de cirkelvormige aanleg op het voorplein en de slangenmuur. Hij creëerde een aanleg met een vijver met slingerend water, slingerpaden, groene velden, boomgroepen en zichtlijnen vanuit het hoofdhuis. Een van deze zichtlijnen is gericht op het neoclassicistische tuinhuis annex biljartkamer, genaamd het Capitool (omstreeks 1820). Het Capitool heeft een klassiek tempelfront met Ionische gekoppelde houten zuilen voor een driezijdige uitbouw. Na een brand in 2002 is het tuinhuis volledig afgebrand en weer opgebouwd. Overige elementen die werden aangelegd in de parkaanleg zijn de ijskelder, de rondboogbrug met ijzeren toegangshek, twee houten bruggen over het slingerwater en een houten schuur (circa 1850). De ijskelder is in de aanleg te herkennen als een begroeide heuvel.
Anna Louise Agatha van Winter bleef op Schaepenburgh wonen tot haar overlijden in 1877. Daarna werd de buitenplaats verkocht aan mr. Cornelis Dedel, ook eigenaar van Boekesteijn. Hij behoedde de buitenplaats voor sloop. Na de Tweede Wereldoorlog verkocht de kleinzoon van Dedel de buitenplaats aan de N.V. Van Reekum Papier-Gepacy. Hiermee kwam een einde aan de particuliere bewoning op Schaepenburgh. Het bedrijf gebruikte de buitenplaats als conferentieoord en ontvangstgebouw.
In 1971 verwierf Natuurmonumenten Schaepenburgh. De buitenplaats fungeerde van 1976 tot 2020 als het hoofdkantoor van de organisatie. Vanaf 2020 wordt Schaepenburgh verhuurd aan externe gebruikers.
Bronnen en verwijzingen
- Backer, J.F. Schaep en Burgh te ’s-Graveland. Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland: 1975.
- Bibliotheek RCE Publicatie(s) over dit complex
- Dressing, René W. Chr., Jan Holwerda en Jan van der Werff, red. Nationale gids historische buitenplaatsen. Wormerveer: Stichting Uitgeverij Noord-Holland, 2024.
- Goedemans, B. “Het landgoed "Schaep en burgh". Tussen Vecht en Eem: tijdschrift van de Vereniging van Vrienden van het Gooi en de Stichting Tussen Vecht en Eem 3(1973)3: 42-45.
- Mehrtens, U.M. 's-Graveland en zijn buitenplaatsen. Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1985.
- Stenvert, Ronald, red. Monumenten in Nederland: Noord-Holland. Zwolle: Waanders, 2006.
Zie ook
Monumenten- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Hoofdhuis Schaepenburgh
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Historische park- en tuinaanleg
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Oranjerie
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Koetshuis
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Brug met hek
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Tuinhuis
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - IJskelder
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Houten schuur
- 's-Graveland - Bij Noordereinde 60 - Muur met kas
- 's-Graveland - Noordereinde 60 - Twee bruggen
Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 15 apr 2026 om 02:06.