Erfgoed Deal - project CEPRO
Introductie
Opzetten wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelen van methodes rondom cultureel erfgoed en participatieve ruimtelijke ontwikkeling. Onderzoeken hoe kennis over onze historische omgeving en ons erfgoed kan bijdragen aan oplossingen voor hedendaagse transitieopgaven in maatschappij en ruimte.
Dit artikel maakt deel uit van Erfgoed Deal. Het programma Erfgoed Deal (2019-2025) was een stimuleringsregeling voor cofinanciering van aansprekende projecten, waarin het behoud en gebruik van erfgoed samengaat met de grote ruimtelijke opgaven van dit moment, zoals klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame economie, natuur en landbouw, de woonopgave en mobiliteit.

Financiering
- € 1.160.000 totaal
- € 406.000 Erfgoed Deal
- € 754.000 cofinanciering
Uitvoerende partijen
Kernpartners zijn de Gemeente Westerveld, Wageningen Universiteit en Stichting Cepro en programma Faro. Samenwerking met lokale gemeenschappen, overheden en erfgoedorganisaties.
Projectartikel: Leren van twee eeuwen weldadigheid
Dit projectartikel is origineel gepubliceerd als onderdeel van het tijdschrift DEAL!
De oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid was in 1818 het startschot voor de zeven Koloniën van Weldadigheid in Drenthe, Overijssel en Vlaanderen. Ruim twee eeuwen later is de vraag waar en hoe dit erfgoed ruimte biedt voor de hedendaagse transitieopgaven. Historisch geograaf Elyze Storms-Smeets ontwikkelt en test daar nieuwe methoden en instrumenten voor. In haar onderzoek wordt participatie met hoofdletters geschreven.
Veenhuizen, Fredriksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord en Ommerschans: Nederland kent vijf Koloniën van Weldadigheid, in de vroege negentiende eeuw gesticht door de Maatschappij van Weldadigheid van Johannes graaf van den Bosch. Ook in België zijn twee van zijn landbouwkoloniën te vinden, in het Vlaamse Wortel en in Merksplas.
Met de Koloniën bood Van den Bosch arme stadsbewoners, zwervers en bedelaars een kans op een nieuw leven, veraf van de vervuilde en ongezonde vroeg negentiende eeuwse steden. In het onontgonnen landschap van Drenthe, Overijssel en in Vlaanderen stichtte oud-militair en filantroop Van den Bosch zeven nederzettingen waar deze stedelingen een woning en een stukje landbouwgrond kregen – plus de scholing en tucht die volgens Van den Bosch onontbeerlijk waren om in die oostelijke uithoek van Nederland en in Vlaanderen als nieuwbakken boerenfamilie op eigen benen te staan. Tussen 1818 en 1921 haalde Van den Bosch’ Maatschappij van Weldadigheid rond de 80.000 mensen naar alleen al de drie Drentse koloniën Veenhuizen, Fredriksoord en Wilhelminaoord.
Na dik twee eeuwen is van deze Drentse Koloniën van Weldadigheid nog heel veel over. Niet alleen de karakteristieke individuele monumenten en gebouwensembles in de agrarische nederzettingen, maar ook de bijzondere landschappen die ontstonden uit de transformatie van woeste gronden tot cultuurlandschap, dat alles ingebed in een karakteristiek grid van lanen, wegen, waterlopen en verkavelingspatronen.
Transitieopgaven
De Drentse Koloniën van Weldadigheid vormen een van de aanstaande onderzoeksgebieden van historisch geograaf Elyze Storms-Smeets en haar promovendi. Storms-Smeets trad op 15 april aan als special associate professor en werkt toe naar de titel buitengewoon hoogleraar voor de leerstoel Cultureel Erfgoed en Participatieve Ruimtelijke Ontwikkeling (CEPRO) aan Wageningen University and Research (WUR).
Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door de gemeente Westerveld en de Erfgoed Deal, en het onderzoeksteam wordt ondersteund door programmacoördinator Bertus Benning van Stichting CEPRO, Storms-Smeets gaat in Wageningen onderzoeken hoe kennis over de historische omgeving en erfgoed kan bijdragen aan oplossingen voor de hedendaagse transitieopgaven: Daarbij is de samenwerking binnen en tussen drie werelden van groot belang: de gemeenschap, de erfgoedwereld en academia.
Het uiteindelijke streven van Storms-Smeets: gebiedsgerichte én actorgerichte methoden en instrumenten ontwikkelen voor diverse typen erfgoed en verschillende transitieopgaven, in stedelijke en landelijke gebieden.
Dat doet de historisch geograaf samen met twee promovendi, aan de hand van een aantal living labs: het gebruik van het veenweidelandschap en ambachten als rietteelt en rietvlechten in Steenwijkerland en Noordwolde, energietransitie bij erfgoed in de Koloniën van Weldadigheid, zorg en welzijn in voormalige kolonie Wilhelminaoord en de inzet van historisch landschapsontwerp in Frederiksoord en Wilhelminaoord.
Beleving van het landschap
Een buitenbeentje
, zo omschrijft Elyze Storms-Smeets zichzelf. Zo werkt ze onder meer voor het Gelders Genootschap: Ik ben actief in een wereld waar een monument toch in de eerste plaats nog als een object geldt. Ik kijk als historisch geograaf ook naar de context en naar erfgoed als ensemble, naar zowel het materiële als het immateriële erfgoed.
Dat zo’n ingesnoerde blik kan knellen, illustreert Storms-Smeets aan de hand van de Drentse Koloniën: Het erfgoed beperkt zich hier niet tot de bebouwde omgeving en de cultuurlandschappen. Het ging hier juist om mensen die in een nieuwe leefomgeving een gemeenschap werden. Daar komt bij dat het hier om een vrij groot gebied gaat, met veel diversiteit, landschappelijk en wat betreft de bevolking. Die diversiteit vind je ook terug in de beleving van het landschap en in de geschiedenis van de mensen die er leefden, woonden en werkten.
Gezamenlijke werkplaatsen
Bij die gelaagdheid past ook een andere manier van onderzoek. Storms-Smeets: De CEPRO-erfgoedbenadering is ruimtelijk, ontwerpend – en participatief.
Burgers, private partijen en maatschappelijke organisaties hebben bij die benadering een grote inbreng. Je ziet dat bij de beleidsvorming steeds meer lokale belanghebbenden worden betrokken – ook bij herontwikkeling of hergebruik van erfgoed binnen transitieopgaven. Dat vraagt om nieuwe vormen van interactie en dialoog en om een nieuwe rol van die andere partijen. De living labs dienen daarbij als werkplaatsen waar lokale belanghebbenden met het onderzoeksteam gezamenlijk kunnen schetsen, ontwerpen en discussiëren over manieren waarop die transitieopgaven van nu een plek kunnen krijgen in hun culturele erfgoed.
Toen nogal uitzonderlijk
De levensloopbestendigheid en vitaliteit van lokale gemeenschappen en hun erfgoed zijn daarbij leidend. Zo ook in het onderzoek in de Koloniën van Weldadigheid. Storms-Smeets: Die koloniën begonnen vanuit een sociaaleconomische drijfveer. Dat is de basis van het ontwerp van het huidige landschap in de koloniën, met zijn specifieke bebouwing, lanenstructuren en agrarische karakter. Maar het was ook het begin van een zorgstructuur en onderwijs aan kinderen. In die tijd nogal uitzonderlijk.
Nu staat ook dit gebied voor grote transitieopgaven. De gemeente Westerveld – waarbinnen de koloniën Frederiksoord en Wilhelminaoord liggen – heeft onder andere te maken met schaalvergroting, het wegtrekken van jongeren, krimp en vergrijzing – met alle consequenties van dien voor onder meer zorg en huisvesting. Reden voor de gemeente om te inventariseren wat in deze gebieden leeft aan behoeften op het gebied van zorg, energietransitie, klimaatadaptatie, verduurzaming en circulariteit, maar bijvoorbeeld ook voor instandhouding van historische landschappen en gebouwd erfgoed. Elyze Storms-Smeets: De gemeente zoekt daarbij samen met de lokale gemeenschap naar richtingen voor de toekomst.
Agrarische functie
Storms-Smeets noemt als voorbeeld de rol van landbouw in de Drentse koloniën: De gemeentelijke inventarisatie hing ook samen met de Unesconominatie; in het proces daarnaartoe bleek dat de agrarische sector ook zorgen had. De boeren wilden natuurlijk kunnen blijven boeren. Die bedrijfstak moet geen museumstuk worden. De buitengewone leerstoel dient dus ook daarin te helpen: hoe kun je – samen met de gemeenschap het erfgoed en historische landschap blijven ontwikkelen binnen het karakter, en binnen de nieuwe werelderfgoedstatus? Dat willen we met participatie aankaarten. In de koloniën organiseren we bijeenkomsten – keukentafelgesprekken en werkateliers – met agrariërs, ondernemers, natuurbeheerders, erfgoedspecialisten, om te achterhalen: wat speelt er, wat zijn de verschillende belangen? Is het boeren binnen zo’n werelderfgoedgebied problematisch? Moet het beleid veranderen, helpt financiële steun? Is circulaire landbouw een weg? Vaak is er niet één antwoord of één oplossing – maar ontstaat uit de dialoog wel een gezamenlijk antwoord.
Met die grote inbreng van lokale partijen, hoopt Storms-Smeets te komen tot de ruimtelijke, ontwerpende en participatieve erfgoedbenadering die CEPRO voorstaat: Daarbij gaat het uiteindelijk om adaption, erfgoed dat het goed doet omdat het zich als gebied weet door te ontwikkelen in samenhang met en vanuit de geschiedenis.
Dit projectartikel is geschreven door Hans Fuchs, kunsthistoricus en publicist.
Leerpunten en opbrengsten
- Wetenschappelijke kennis ontwikkelen én delen over een ruimtelijke, ontwerpende en participatieve erfgoed-benadering (Faro).
- Gebieds- en actorgerichte benadering vormgeven: leren van het verleden om te ontwerpen voor de toekomst.
- Bijdragen aan een gelaagde beeldvorming van de identiteit, positie van de actoren in erfgoed en historische landschappen.
- Twee Promotieonderzoeken:
- Sociale en ruimtelijke ontwerp van de Koloniën van Weldadigheid.
- Circulariteit in historische rurale landschappen.
Meer weten
- Contact:
- Lees het eindverslag Biografie van de Culturele Ecosystemen
- Beluister de podcast over het project: Zoek in je favoriete podcast-app naar ‘Verborgen in het volle zicht’.
- Bekijk de kernkaartenbundel
Zie ook
Artikelen- Erfgoed Deal - project Campagne ONGEZOUTEN (IJsselmeer)
- Erfgoed Deal - project Een Nieuwe Tijd!
- Erfgoed Deal - project Wijkaanpak De Pas
Specialist(en)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 30 jan 2026 om 12:10.