Erfgoed van de geest - Taskforce Erfgoed van de geest
Introductie
De Taskforce Erfgoed van de Geest is opgericht in 2023 op initiatief van de leerstoel geschiedenis van de psychiatrie van de Universiteit Utrecht en het Museum van de Geest/Dolhuys te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze Taskforce stelt zich tot doel het beschermen, ontsluiten en toegankelijk maken van het erfgoed en de herinneringen die betrekking hebben op het verleden van de geestelijke gezondheidszorg.

Wat is erfgoed van de geest?
De Taskforce vat erfgoed breed op als omvattend materieel en immaterieel erfgoed met betrekking tot de GGZ/psychiatrie, de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, ouderenzorg, verslavingszorg, neurologie (voor wat betreft aandoeningen met implicaties voor de geest), en jeugdzorg. Deze brede insteek is ook de basis voor het verzamelbeleid van het Museum van de Geest/Dolhuys, dat sinds het ontstaan in 2001 een nationaal ankerpunt is geworden voor materieel en immaterieel erfgoed van de geest.
Het gaat hierbij niet alleen om objecten en herinneringen die betrekking hebben op zorg, behandeling en preventie, maar ook om erfgoed dat raakt aan het achterliggende wetenschapsveld van de psychiatrie, alsmede aan de bredere culturele en maatschappelijke context van de zorg voor de geest. Erfgoed betreft bovendien zowel intramurale als ambulante instellingen en personen, ouderen- als kinder- en jeugd-GGZ, academische en niet-academische GGZ, cliënten, familie en zorgverleners.
Concreet betreft dit een grote diversiteit aan bronnen: archieven waaronder patiëntendossiers en archieven van patiënten-, cliënten- en naastenorganisaties; objecten gerelateerd aan de behandelingen en het leven in instellingen; brieven, dagboeken en andere egodocumenten van cliënten, verplegenden en behandelaars; producten die gemaakt zijn tijdens creatieve of arbeidstherapie; foto’s, tekeningen en schilderijen; voorlichtingsfolders, et cetera. Voorts is er relevant archiefmateriaal m.b.t. beleidsmatige keuzes in en rond de zorg, bijvoorbeeld van branche- en beroepsverenigingen en de Rijksoverheid voor zover dit niet reeds wordt bewaard en ontsloten via bestaande archieven. Hiernaast is er het immaterieel erfgoed van de geest: de verhalen en herinneringen die leven rond het verleden van de GGZ instellingen, de geboden behandelingen en dagelijkse praktijken, en de maatschappelijke en culturele contexten hiervan.
De Taskforce ziet het Erfgoed van de Geest nadrukkelijk als divers en inclusief, in die zin dat het wordt gedefinieerd als materiaal dat betrekking heeft op, of afkomstig is van, zowel cliënten en hun familieleden en naasten, als ook van behandelaars, verpleegkundigen en overig personeel. Het belang van het erfgoed van de patiënten en hun naasten is op de kaart gezet door de recent opgerichte werkgroep Erfgoed van de Cliëntenbeweging, en vanuit MIND, de koepel van cliënten- en familieorganisaties in de GGZ; beide organisaties zijn vertegenwoordigd in de Taskforce Erfgoed van de Geest.
Gelijkwaardige aandacht voor het erfgoed dat betrekking heeft op cliënten en naasten weerspiegelt bovendien de huidige kern-driehoek van de GGZ en het streven naar triadisch werken in deze sector, waarbij de cliënt, diens naaste(n) en de verschillende hulpverlener(s) met elkaar samenwerken om samen het herstel van de persoon met psychische problemen te ondersteunen. Een meervoudig en inclusief perspectief op erfgoed weerspiegelt bovendien de geschiedschrijving over de GGZ, waarin het streven steeds nadrukkelijker te zien is om alle ‘stakeholders’ en hun ervaringen in het narratief over en onderzoek naar het verleden van de psychiatrie een plaats te geven.
Het inventariseren, behouden en beheren van erfgoed stoelt voor de Taskforce op het belang dat erfgoed heeft voor de brede sector van de geestelijke gezondheidszorg en voor de samenleving. In de terminologie van het Verdrag van Faro, dat door Nederland is ondertekend in 2024, kan erfgoed een positieve bijdrage leveren aan het welzijn van, en onderling begrip tussen mensen. Dit geldt in onze optiek zeker ook voor het Erfgoed van de Geest, omdat mensen met mentale problemen (en hun naasten) helaas ondanks de toegenomen maatschappelijke openheid, nog altijd veel stigmatisering ervaren. Het bewaren en tonen van objecten en verhalen uit het verleden, kan bijdragen aan een beter begrip voor de complexiteit van aandoeningen van de geest en de weerbarstige realiteit van de zorg voor mensen die met mentale problemen te maken krijgen.
Bestaande collecties in de GGZ
Een belangrijke basis van het Erfgoed van de Geest wordt gevormd door de reeds bestaande (museale) collecties van de Nederlandse GGZ, de instellingen voor intramurale zorg zoals die vooral vanaf de 19e eeuw zijn ontstaan. In zijn document Een bloeiend erfgoed in gevaar heeft Joost Vijselaar (emeritus hoogleraar Geschiedenis van de psychiatrie UU) beschreven hoe vanaf de jaren zeventig dit erfgoed in de belangstelling kwam te staan, met collecties, (permanente) tentoonstellingen en boekpublicaties als resultaat. De tentoonstelling Voor gek gehouden in musea in Gouda en Haarlem in 1982/83 liet zien hoe rijk het inmiddels verzamelde erfgoed was.
Deze trend leidde aan het begin van de eenentwintigste eeuw tot de oprichting van Het Dolhuys, Museum van de Psychiatrie in Haarlem – nu het Museum van de Geest/Dolhuys – dat ontstond uit de samenvoeging van de belangrijke verzamelingen van vier grote psychiatrische instellingen in Noord- en Zuid-Holland. Behalve deze collecties ging het Dolhuys onderdak bieden aan onder meer een landelijke Historische Bibliotheek voor de Psychiatrie en diverse particuliere (archief-)collecties. Het Dolhuys ontwikkelde een tentoonstellingsprogramma waarin het erfgoed een belangrijke plaats kreeg en dat internationale waardering kreeg door de toekenning van de European Museum of the Year Award 2022. Het museum, dat een ruim publiek trok en trekt, was daarbij oorspronkelijk tevens bedoeld als het landelijke professionele platform voor de zorg voor het Erfgoed van de Geest.
De belangstelling en de zorg voor het erfgoed mogen dan in de afgelopen decennia groot zijn geweest, en lokaal en nationaal institutioneel vorm hebben gekregen, toch is er sprake van (nieuwe) bedreigingen voor het behoud, evenals van witte vlekken bij het identificeren en behouden van vooral meer recent erfgoed.
De bedoelde risico’s voor het erfgoed ontstaan onder meer door verkoop van vastgoed van de klassieke inrichtingen, het op (hoge) leeftijd raken van de generatie medewerkers die zich met het beheer van collecties en musea in de ziekenhuizen bezighield, en bezuinigingen bij bibliotheken en archieven, die erfgoed van de geest niet altijd meer vanzelfsprekend opnemen. Daarnaast zijn er ook voor de ‘klassieke’ intramurale periode nog belangrijke gaten in de inventarisatie van erfgoed, bijvoorbeeld waar het gaat om de forensische psychiatrie en verslavingszorg. Ook hier wil de Taskforce zich inspannen om deze lacunes te vullen.
Tegelijkertijd is gebleken dat het Museum van de Geest/Dolhuys structureel over onvoldoende middelen beschikt om zijn eigen collectie naar museale eisen te beheren en evenmin in staat is om een landelijke functie als hoeder van het erfgoed uit te oefenen. Idealiter zou het museum kunnen fungeren als ’vangnet’ voor collecties die dreigen te verdwijnen. De precaire financiële situatie waarin het museum sinds 2024 verkeerd maakt helaas dat deze functie op de tocht staat.
Bezorgdheid over deze bedreigingen en de duurzaamheid van de zorg voor het brede erfgoed en de bruikbaarheid ervan voor onderzoek en zichtbaarheid voor een geïnteresseerd publiek, vormen het uitgangspunt van de Taskforce. De wens om de zorg voor het reeds bestaande erfgoed te bestendigen en waar mogelijk uit te bouwen beschouwt de Taskforce als een praktische en financiële eerste prioriteit. Een kerndoelstelling is om het statisch aanwezige erfgoed te beschermen, te ontsluiten en toegankelijk te maken.
De Taskforce wil daarom een inschatting maken van de collecties die concreet “op de tocht” staan en van de kosten die ermee gepaard zouden gaan om deze op een verantwoorde en duurzame wijze te beschermen, ontsluiten en toegankelijk te maken. Ook brengt ze in kaart welke “refugia” voor tijdelijke opslag mogelijk ter beschikking staan. Voorts voelt zij het als haar verantwoordelijkheid om het Museum van de Geest/Dolhuys te helpen om het beheer en gebruik van zijn belangrijke collectie veilig te stellen en zo mogelijk op een hoger niveau te brengen. Bovendien zou er een overkoepelend platform/netwerk voor het materiële en immateriële erfgoed in het leven geroepen moeten worden, dat de zorg voor het landelijke erfgoed een permanent karakter kan geven en als meldpunt en vraagbaak voor het erfgoed kan fungeren.
Naast het Museum van de Geest en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn er andere organisaties die voor het Erfgoed van de Geest belangrijke samenwerkingspartners (kunnen) zijn. Zoals het Nationaal Archief en regionale en lokale archieven, medische musea als Rijksmuseum Boerhaave en Museum Vrolik, en het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland dat in Urk over opslagruimte beschikt om medisch-historisch erfgoed onder te brengen. Echter, ook kijkend naar dit bredere netwerk, doemt een beeld op van kwetsbaarheid. Onderzoekers hebben gedoneerd archiefmateriaal van bijvoorbeeld sociale bewegingen rond de GGZ en verslavingszorg thuis staan, omdat gevestigde archieven aangeven er geen ruimte voor te hebben.
Welke objecten en verhalen onder Erfgoed van de Geest vallen, wat schaars is en wat minder schaars, en wat wetenschappelijk of maatschappelijk relevant wordt bevonden, is veranderlijk. Rond erfgoed leven verschillende, zich ontwikkelende inzichten, waarderingen en gevoeligheden. De Taskforce stelt zich tot doel deze te evalueren en in historisch perspectief te plaatsen. Omdat de waardering van erfgoed en de definitie van wat eronder valt, geen statisch karakter kent, heeft de Taskforce een “lerende beslisboom” ontworpen voor instellingen, organisaties en personen binnen en rond de GGZ, die beslissingen moeten nemen over het bewaren van materialen.
Dit stappenplan vind je hier: Stappenplan Erfgoed van de geest
Recent erfgoed
Het materiële erfgoed van de klassieke inrichtingspsychiatrie vormt ten dele een afgesloten hoofdstuk. De belangrijkste bezittingen zijn geïnventariseerd en beschreven; het toekomstig behoud en beheer zijn de voornaamste zorg. Hiernaast wil de Taskforce zich gaan richten op het verzamelen en toegankelijk maken van erfgoed uit de periode na 1970. Daarbij is het aanzien van de GGZ ingrijpend veranderd door de vermaatschappelijking van de sector, die een vlucht nam vanaf de jaren tachtig. Deze periode is in veel opzichten een nieuwe. De zorg buiten de muren van de psychiatrische klinieken nam toe in de vorm van poliklinische zorg, sociaalpsychiatrische crisishulpverlening, voorzieningen voor beschermd wonen, ambulant werkende behandelteams en OGGZ. De verslavingszorg groeide enorm door de toename in gebruik van heroïne en andere drugs; de kinder- en jeugdpsychiatrie en jeugdzorg namen in omvang eveneens toe.
In de jaren zeventig en tachtig groeide bovendien het activisme rond de GGZ. Cliënten en hun familieleden organiseerden zich in belangenverenigingen. Archieven van deze sociale bewegingen, die sinds de jaren zeventig ontstonden rondom psychiatrie en verslavingszorg, vallen nadrukkelijk onder het Erfgoed van de Geest. Deze archieven zijn deels in kaart gebracht door onderzoekers, maar hier is nog meer werk te doen.
Dit ambulante erfgoed is lastiger te inventariseren dan dat van de intramurale GGZ, omdat de ambulante organisaties en instellingen, en de actieve leden van cliënten- en naastenorganisaties, sterker wisselend zijn in vergelijking tot de periode van de klassieke inrichtingspsychiatrie. Deze ambulante archieven zijn echter wel zeer belangrijk om diverse redenen: als onderzoeksmateriaal voor toekomstige historici, maar tevens als het collectief geheugen van deze (kwetsbare) organisaties en voor het maatschappelijk bewustzijn over hun bestaan. Ze zijn vaak bij individuele personen aanwezig, fragmentarisch bewaard, en niet altijd welkom in bestaande archiefinstellingen.
De leden van de Taskforce vinden het belangrijk dat ook het ambulante Erfgoed van de Geest wordt geïnventariseerd, gewaardeerd, beschermd, ontsloten en toegankelijk gemaakt.
Actief verzamelen van materieel en immaterieel erfgoed
Een ambitie op termijn van de Taskforce ligt in het proactief verzamelen van materieel en immaterieel Erfgoed van de Geest (herinneringen en verhalen), waarbij we de burger als onderzoeker of leverancier van erfgoed nadrukkelijk zouden kunnen aanspreken. Hierbij zou bijvoorbeeld een crowd sourcing campagne een rol kunnen spelen om materiaal in te zamelen uit particuliere (familie)archieven; of het betrekken van de burger als onderzoeker, die op pad gaat om verhalen over objecten of praktijken, zoals gezinsverpleging, te documenteren via mondelinge geschiedenis.
Het Museum van de Geest heeft in dit laatste al een mooie traditie. Daarnaast speelt oral history in toenemende mate een rol in historisch onderzoek naar de GGZ, nationaal en internationaal. Zo is er veel aandacht voor dit immateriële erfgoed van de geest in initiatieven als de Verhalenbank Psychiatrie (UU), Psychosenet, de Vertelkamer Psychofarmaca, en diverse andere initiatieven in het land om ervaringsverhalen rond de GGZ en verslavingszorg actief in te zamelen. De Taskforce zou hierbij aansluiting willen zoeken en streeft ernaar te zoeken naar financiering en andere opties (bv. stages of onderwijs) voor activiteiten in onderzoek, erfgoedbeheer en publiekscommunicatie, waar mogelijk in combinatie.
Activiteiten van de Taskforce
Om deze voornemens te realiseren wil de Taskforce in fases een aantal stappen ondernemen. Het gaat hierbij om de volgende activiteiten:
- Het vergroten van het bewustzijn omtrent de noodzaak het Erfgoed van de geest te behouden en toegankelijk te maken, zowel binnen de betrokken sectoren van de zorg als bij overheden en in de bredere samenleving. De organisatie van een studiemiddag is daartoe een eerste stap. Deze heeft inmiddels plaatsgevonden op 20 maart 2025 bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
- Het verspreiden van het stappenplan m.b.t. het behoud van erfgoed onder instellingen en organisaties in de betrokken sectoren die een leidraad biedt voor het omgaan met vragen rond bewaren en overdragen van erfgoed. In directe samenhang daarmee het instellen van een meldpunt voor het erfgoed in de GGZ: taskforce-erfgoed@museumvandegeest.nl
- Het in het leven roepen van een netwerk van instellingen en organisaties die zelf erfgoed beheren ten behoeve van onderlinge uitwisseling en het bespreken van vraagstukken omtrent o.a. behoud en beheer.
- In het verlengde daarvan het creëren van een permanent landelijk platform dat waakt over het erfgoed en dient als aanspreek- en meldpunt voor het erfgoed.
- Het ondersteunen van het Museum van de Geest /Dolhuys bij het beheer van zijn collectie.
- Het creëren van de mogelijkheid om erfgoed (tijdelijk) onder te brengen in geval het instellingen ontbreekt aan mogelijkheden om zelf erfgoed te bewaren, het zogenaamde refugium.
- Het maken van afspraken met archieven en museale instellingen over het opnemen en bewaren van Erfgoed van de Geest.
- Het werven van de financiële middelen om de bedoelde activiteiten mogelijk te maken.
- Het vinden en onderhouden van de ondersteuning van landelijke organisaties als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bij de realisatie van de genoemde doelstellingen.
Dit visiestuk is opgesteld door de Taskforce Erfgoed van de geest: Joost Vijselaar (emeritus hoogleraar Geschiedenis van de psychiatrie (UU)), Gemma Blok (hoogleraar Geschiedenis van de psychiatrie (UU)), Willem Oosterbaan (collectiebeheerder Museum van de Geest/Dolhuys, Irene Geerts (postdoc onderzoeker, Open Universiteit), Ruben Verwaal (conservator en historicus, Erasmus MC), Arjan Theil (bestuurder GGz Centraal), Titia Feldmann (oud-huisarts en oud-lid Raad van Toezicht van Mind) en Alexandra van Kleef (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's BegrippenSpecialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 23 jan 2026 om 04:00.