Faro - Financiering erfgoedinitiatieven
Dit artikel beschrijft één van de thema’s in de Uitvoeringsagenda Faro. Deze agenda vormde in de periode 2023-2026 de basis voor de Subsidieregeling Faro en de werkzaamheden van het Programma Faro.
Introductie
Het Verdrag van Faro roept overheden en instellingen op om de samenwerking met de samenleving te versterken. Hierbij horen ook goede wettelijke, professionele en financiële kaders om die samenwerking mogelijk te maken. In Nederland is de erfgoedzorg voor een belangrijk deel afhankelijk van vrijwilligersorganisaties, erfgoedgemeenschappen en burgerinitiatieven. Hun bijdrage staat onder druk, onder meer omdat de mogelijkheden voor financiële ondersteuning onvoldoende aansluiten bij hun praktijk of opvattingen over erfgoed. In de Uitvoeringsagenda wordt daarom gepleit voor een frisse blik op de financiële kaders.
Ambities
In de uitvoeringsagenda zijn drie verbeterpunten benoemd:
- Toegankelijkheid van projectsubsidies bij fondsen verbeteren. Het gaat daarbij onder meer over de vindbaarheid, de procedures, de ondersteuning en de criteria (t.a.v. de aanvrager, subsidiabele activiteiten en kosten).
- Het uitgangspunt van een “gedeelde zorg” door overheid en samenleving vertalen in financiële kaders. Hier gaat het om erkenning van initiatieven in de samenleving die een grote bijdrage leveren aan erfgoedzorg in brede zin. Hoe is de overheid dienstbaar aan deze initiatieven die bijvoorbeeld belangrijke kennisbronnen over erfgoed beheren of cultureel zelfbewustzijn helpen versterken? Welke financiële kaders horen daarbij? Binnen de verschillende erfgoeddomeinen wordt hier verschillend mee omgegaan.
- Kansen voor financiering van buiten het erfgoeddomein onderzoeken. Bijvoorbeeld vanuit welzijn, leefbaarheid en wijkaanpak.
Initiatieven
Met de subsidieregeling Faro zijn in totaal 70 initiatieven gefinancierd die aansluiten bij de 16 thema’s en de daarbij vermelde ambities in de uitvoeringsagenda. In dit kader zijn ook een aantal initiatieven gefinancierd die bijdragen aan een beleidsverandering volgens het Verdrag van Faro op het thema 'Financiering erfgoedinitiatieven'.
Anno 2026
Op het gebied van financiering door fondsen is veel in beweging. Begrippen als co-productie en co-creatie van instellingen met gemeenschappen zijn inmiddels gemeengoed. Vaak ligt de focus daarbij nog wel steeds op de instellingen en gevestigde vormen van cultuur en erfgoed, maar het besef dringt ook door dat het initiatief en eigenaarschap vooral in de samenleving zelf ligt en dat met name overheidsfondsen ook deze initiatieven moeten kunnen ondersteunen. Dat vraagt om te beginnen om andere toelatingscriteria. Regelingen staan vaak alleen open voor niet-commerciële instellingen en organisaties met een juridische rechtsvorm. Het kan anders. Een voorbeeld is de regeling Co-creatie – gemeenschappen (2025) van het Fonds voor Cultuurparticipatie waar ook gemeenschappen die niet als stichting of vereniging zijn georganiseerd, kunnen aanvragen. Of de regeling Herbestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waar ook burgerinitiatieven kunnen aanvragen.
Daarnaast hebben veel fondsen de begeleiding van aanvragers geïntensiveerd. Ook is er meer oog voor de inzet en subsidiëring van vernieuwers en intermediairs. Zij leggen verbindingen tussen erfgoedgemeenschappen en instellingen of overheden. In 2026 ondersteunt bijvoorbeeld het private VSB-fonds voor het tweede jaar op rij zeven “veranderaars” omdat zij systemen weten te doorbreken, partijen met elkaar in contact brengen en nieuwe perspectieven op cultuur en erfgoed hoorbaar en zichtbaar maken. Zij krijgen vanwege hun maatschappelijke impact in het afgelopen jaar een geldbedrag en mogen dat naar eigen inzicht besteden.
Vertrouwen
De aanpak van het VSB Fonds is om meer redenen voorbeeld stellend. De veranderaars krijgen vertrouwen van het fonds. Ze hoeven geen projectplan in te dienen en zich tot in detail te verantwoorden. Een van de uitkomsten van de breed gevoerde dialoog in de afgelopen jaren is dat subsidiering op basis van vooraf uitgetekende en afgebakende projectplannen te beperkt is. Het sluit niet aan op de praktijk van veel cultuur- en erfgoedbeoefenaars. Deze beoefenaars denken veel meer in processen en laten hun activiteiten groeien vanuit kansen die zich aandienen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie start in 2026 daarom met een pilot Participatief en trust-based financieren. Het fonds ondersteunt drie jaar lang vier organisaties met 100.000 euro per jaar. De organisaties zijn duurzaam geworteld in (erfgoed)gemeenschappen die het fonds nu nog onvoldoende weet te bereiken. De organisaties zijn ook hier geselecteerd op basis van hun eerdere verdiensten voor de betreffende gemeenschappen. Zij kunnen het geld inzetten op een manier die past bij hun eigen context. Wel is er intensief contact. Door in te zetten op een langdurige relatie wil het fonds ook onderzoeken hoe ze in de toekomst alternatieve financieringsvormen kan inrichten.
Zeggenschap
Naast trust-based financieren is participatory grant making in opmars. Hier bepaalt de doelgroep van de regeling zelf hoe deze er uit moet zien. Zo is een regeling voor publiekscommunicatie en -participatie in de archeologie ontwikkeld door het erfgoedveld zelf. De betrokkenen kozen ervoor de regeling bij het private Cultuurfonds onder te brengen, in plaats van een rijksfonds, vanwege de kortere doorlooptijden en omdat ook archeologische bedrijven dan kunnen aanvragen.
Beleid
De mate waarin veel fondsen kunnen inspelen op de maatschappelijke dynamiek, wordt echter ook bepaald door het beleid vanuit overheden en andere financiers. Vanuit het erfgoedveld klinkt nog steeds stevige kritiek op een aantal beleidsuitgangspunten. Veel gehoorde kritiekpunten vanuit het erfgoedveld zijn dat er in de eerste plaats behoefte is aan continuïteit in plaats van innovatieve projecten, aan dekking van structurele kosten naast activiteiten, en aan kleine subsidies met lage administratieve lasten. Ook kan het brede cultuurparticipatiebeleid in zijn algemeenheid het erfgoedveld nadrukkelijker benoemen en meenemen; het erfgoedveld is net zo divers en omvangrijk is als de rest van de cultuursector. Daaronder vallen ook relatief nieuwe vormen van erfgoed, zoals Oral history en gemeenschapsarchieven, en uitingen zoals hiphop en street art, die beleidsmatig nog amper erkend worden.
Voortzetting dialoog
Een belangrijke aanjager voor de dialoog van buiten de fondsenwereld zelf is de UNESCO Nederlandse Commissie. In 2023 brengt de commissie ongevraagd advies uit aan de rijksoverheid over the culture. UNESCO constateert dat deze omvangrijke en diverse cultuurstroming in Nederland, gedragen door gemeenschappen met een bi-culturele achtergrond, niet gezien, niet erkend en niet ondersteund wordt door de instituties. Het advies roept op om beleid te maken dat recht doet aan de diversiteit en rijkdom van cultuuruitingen in Nederland. In 2026 volgt een tweede advies in de vorm van de publicatie Onbetaalbaar. Investeren in erfgoedgemeenschappen. De commissie identificeert de knelpunten in de huidige financiële regelingen, benoemt vijf oplossingsrichtingen en geeft handreikingen om regelingen meer toe te snijden op de praktijk van gemeenschappen. Met het 9-dimensies impactmodel introduceert de commissie een taal om naar de maatschappelijke impact van initiatieven te kijken, als alternatief voor een beoordeling op basis van projectkwaliteit. Met een vertrouwensladder worden financiers uitgedaagd hun regelingen in stappen steeds meer te baseren op partnerschap en vertrouwen.
Een tweede impuls voor de verdere dialoog komt voort uit de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening 2025-2028 van rijksoverheid, provincies en gemeenten. Zij hebben afgesproken om nader onderzoek te doen naar hun stimuleringsmaatregelen voor cultuurbeoefening en de wijze waarop de verschillende overheden die beter op elkaar kunnen afstemmen. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond.
Een derde impuls komt niet uit de subsidiehoek, maar uit de wereld van het onderzoek. Burgerwetenschap maakt het voor vrijwilligers mogelijk om mee te werken aan het verzamelen of ontsluiten van data voor de wetenschap. In de archeologie, historische geografie, archieven en collecties wordt al veel met deze aanpak gewerkt. Onder meer het Netwerk Levend Erfgoed en de Reinwardt Academie werpen echter de vraag op hoe erfgoedonderzoek verder gedemocratiseerd kan worden. Wat zijn de barrières om te kunnen komen tot een meer inclusieve en productieve samenwerking tussen wetenschap en samenleving? Welke financieringsmodellen zouden een democratischer onderzoekspraktijk kunnen ondersteunen? Dit traject is in 2025 gestart en het onderzoek loopt nog.
Nog een wereld te winnen
Terugkijkend op de ambities in de Uitvoeringsagenda Faro is er vooral bij de fondsen veel in beweging. Waarbij op termijn pilots en experimenten nog wel moeten uitmonden in blijvende alternatieve financieringsmodellen. Minder tot geen beweging is nog te vinden op de andere twee ambities.
Meer weten
- Uitvoeringsagenda Faro (p. 54).
- UNESCO-advies On(ver)vangbaar. De innovatieve kracht van the culture.
- UNESCO-publicatie Onbetaalbaar: Investeren in erfgoedgemeenschappen.
- Webpage Democratisering van onderzoek, Netwerk Levend Erfgoed.
- Rapport voor OCW over financieringsinfrastructuur, Annemoon van Hemel (nog niet gepubliceerd).
Zie ook
ArtikelenSpecialist(en)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 jul 2026 om 02:07.