Geschenkwoningen Watersnoodramp 1953


Introductie

In dit artikel is meer te lezen over het Aanwijzingsprogramma Geschenkwoningen 1953, de geselecteerde monumenten en de Handreiking Toekomstbestendige Geschenkwoningen. In zijn advies van 29 juli jl. heeft de Raad voor Cultuur een positief advies gegeven over het programma en de selectie van de monumenten. Het aanwijzingsprogramma is op 12 november 2025 gepresenteerd in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk in aanwezigheid van Gouke Moes, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en vertegenwoordigers van de schenkende landen.
Houten huis donkerrood geschilderd met op de voorgrond een groot grasveld
Burgh Haamstede, Duinwegje
Overzichtsfoto vanuit de lucht van vijf houten huizen die rood zijn geschilderd en een huis heeft zonnepanelen erop
Burgh Haamstede, Duinwegje
Houten huis met alleen begane grond, lichtgeel geverfd met op de achtergrond duinen
Renesse, Duinweg 17 met op de achtergrond de duinen
Stenen huis met alleen begane grond aan een weg met erachter ook een huis
Scherpenisse, Dorpshuis Holland Huis
Vier houten geverfde huizen achter elkaar
Hansweert, Europastraat
Foto vanuit de lucht van een groep van acht witte huizen met rode daken die in een u-vorm geplaatst zijn
Puttershoek, Osloplein
Vanaf de straat zijn de witte huizen met rode daken in een rij
Puttershoek, Osloplein
Over een heg zijn vier witte huizen achter elkaar te zien
Puttershoek, Osloplein
Op de voorgrond zijn bloemen in bloei en op de achtergrond zijn twee houten huizen met puntige daken zichtbaar
Nieuwe Tonge, Finlandplein
Aan een straat straat een houten huis met een tuin met hek eromheen
Nieuwe Tonge, Finlandplein
Een bronzen beeld op sokkel met bord waarop de tekst Monument rampslachtoffers Nieuwe Tonge 1 februari 1953 doch de heere in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren psalm 93 vers 4
Nieuwe Tonge Finlandplein monument
Overzichtsfoto vanuit de lucht van twee typen woningen: links met twee kleuren en rechts één
Lage Zwaluwe, Koning Gustaaf Adolfstraat
Houten huis met bloemen aan de weerszijden van de voordeur
Lage Zwaluwe, Koning Gustaaf Adolfstraat, vrijstaande woning
Houten huis in twee kleuren geschilderd
Lage Zwaluwe, Koning Gustaaf Adolfstraat, twee-onder-een-kap-woning

Aanwijzingsprogramma Geschenkwoningen Watersnoodramp 1953

Op 1 februari 2023, precies 70 jaar nadat de Watersnoodramp zich voltrok in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, hebben de Gedeputeerde Staten van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant de staatssecretaris van cultuur en media Gunay Uslu verzocht om te verkennen of een aantal na de ramp geschonken en nog bestaande ‘geschenkwoningen’ kunnen worden aangewezen als rijksmonument.

Deze houten geschenkwoningen, 850 in totaal, werden kort na de ramp door de landen Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, Oostenrijk en Frankrijk geschonken aan de drie zwaar getroffen provincies. Ook uit eigen land kwam een gift van 10 Oostenrijkse woningen, waardoor er in totaal 860 geschenkwoningen in de drie provincies konden worden gebouwd. De geschenkwoningen waren houten, goed geïsoleerde prefab-woningen die als bouwpakketten vanuit de schenkende landen naar Nederland werden vervoerd. Nadat ze in Nederland waren opgebouwd werden ze gebruikt als woningen voor de uit de getroffen gebieden geëvacueerde personen en gezinnen. Van deze woningen zijn er nog ongeveer 680 over.

Groeiende aandacht

In de loop van de tijd ontstond voor de bijzondere geschiedenis van deze geschenkwoningen steeds meer aandacht, waarbij pleitbezorgers zoals Ria Geluk en Janny Lock een grote rol speelden. Niet alle woningen hebben de tand des tijds doorstaan. Van de woningen zijn er inmiddels ook een aantal gesloopt of ingrijpend verbouwd, door bijvoorbeeld de buitengevels te verstenen. Enkele geschenkwoningen zijn museaal opgesteld, zoals de Deense woning in dit museum en de Noorse woning van Janny Lock in het Openluchtmuseum. Ook in St. Annaland en het Brabantse Heijningen zijn museumwoningen te vinden.

Selectie komt tot stand

Op basis van de standaardset ‘Waarderingscriteria’ van de Rijksdienst, aangevuld met de wens dat in alle drie getroffen provincies monumenten worden aangewezen en alle schenkende landen vertegenwoordigd zijn in de selectie, zijn 45 geschenkwoningen geselecteerd. Deze lijst is op verzoek van de provincies aangevuld met het dorpshuis ‘Holland Huis’ in Scherpenisse, na de ramp geschonken door boerencoöperaties uit Noord-Holland.

De cultuurhistorische waarde van de geschenkwoningen is vanzelfsprekend breder dan louter de architectuur- en cultuurhistorische waarde van ieder individuele woning en/of hun onderlinge samenhang binnen de ensembles. De geschenkwoningen, maar ook gebouwen zoals het dorpshuis Holland Huis, staan allemaal voor een veel groter verhaal; het zijn de zichtbare en tastbare herinneringen aan de watersnoodramp en de grote gevolgen daarvan, ze herinneren aan de hulp aan de getroffen personen, gezinnen en gemeenschappen die na de ramp op gang kwam en ze staan symbool voor de hartverwarmende internationale samenwerking en solidariteit.

De watersnoodramp, een ramp van ongekende omvang

Een zware noordwesterstorm in combinatie met springtij in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 zorgde ervoor dat op meer dan 150 plaatsen in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in West-Brabant dijken doorbraken. De Grevelingen, de Oosterschelde, het Veerse Gat en het Haringvliet stonden toen nog in open verbinding met de Noordzee. De dijken werden door de golven, die door het springtij opgestuwd werden, overspoeld, en bezweken. Dat de storm zo hevig zou zijn was niet voorspeld. Op vele plekken in de dijken ontstonden grote stroomgaten. Om 2 uur ’s nachts braken de eerste dijken door bij Kruiningen, Kortgene en Oude-Tonge. Het directe gevolg van al deze dijkdoorbraken was dat in zeer korte tijd grote delen van de drie provincies overstroomden. Vele huizen en boerderijen werden in een keer weggevaagd. Op zondag 1 februari ontstond bovendien een tweede vloed, waardoor het water nog hoger kwam te staan. Veel beschadigde huizen bezweken alsnog, waarbij opnieuw veel slachtoffers vielen. De ramp kostte 1836 mensen het leven.

In totaal kwam meer dan 165.000 ha land onder het zoute zeewater te staan, waarvan sommige delen meer dan 4 meter onder water stonden. Tienduizenden dieren verdronken en duizenden woningen en boerderijen werden zwaar beschadigd of vernietigd. Duizenden mensen verloren hun bezittingen en moesten worden geëvacueerd. Op 8 februari 1953 werd een dag van nationale rouw afgekondigd.

Nationale en internationale hulp

Doordat in eerste instantie de communicatie vanuit de getroffen gebieden maar moeizaam op gang kwam, kwam ook de hulpverlening langzaam op gang. Maar na de moeilijke eerste dagen en nadat duidelijk werd hoe groot de omvang van de ramp was, werden nationaal en internationaal grote hulpacties opgestart, die van grote solidariteit met de getroffenen getuigden.

Zo werd er hulp geboden in de vorm van financiële bijdragen, voedsel, kleding en materialen en meldden zich vele vrijwilligers. De internationale hulpstroom die op gang kwam was indrukwekkend. Onder andere de Verenigde Staten, Canada en Zwitserland doneerden grote sommen geld. Landen als Zweden Noorwegen, Finland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk doneerden voedselpakketten, dekens, grote pakketten bouwmaterialen en andere goederen. Het Britse leger stuurde amfibievoertuigen om mensen te evacueren en ander materieel.

Geschenkwoningen

Een bijzonder aspect van de internationale hulp betrof de gift van in totaal 850 zogenaamde ‘geschenkwoningen’, geschonken door Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, Oostenrijk en Frankrijk. Dit waren in de landen van herkomst geprefabriceerde woningen van hout, die voor Nederlandse begrippen erg goed waren geïsoleerd en bovendien van hoge kwaliteit waren. Deze woningen zouden gaan dienen als huisvesting voor de zwaarst getroffenen van de ramp.

Het eerste initiatief voor deze schenkingen werd genomen door de Liga van Rode Kruisverenigingen en het Nederlandse Rode Kruis. Er werd al snel een plan ontwikkeld om de Scandinavische Rode Kruisinstellingen een groot aantal houten woningen te laten leveren aan het Nederlandse Rode Kruis. De verdeling van de woningen werd gedaan op basis van het aantal verwoeste woningen per provincie. Uiteindelijk besliste het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting over de definitieve plaatsing.

Oostenrijkse woningen

Ook Oostenrijk schonk een groot aantal woningen, specifiek bestemd voor het zwaar getroffen Schouwen-Duiveland. De woningen zouden allereerst dienen als noodhuisvesting voor getroffen en geëvacueerde gezinnen. In een later stadium, wanneer de evacués elders een definitieve woning zouden hebben gekregen, zouden de woningen kunnen gaan dienen als vakantiewoning. Dit alles met de intentie dat dit de economische groei van het eiland ten goede zou gaan komen. Vrijwel alle Oostenrijkse woningen werden in Renesse en Burgh-Haamstede opgebouwd. Stichting Renesse nam het beheer en later de verhuur van de Oostenrijkse woningen op zich.

Noorwegen schonk 326 woningen aan de getroffen gebieden, Zweden 230, Denemarken 72 en Finland 15 woningen. Oostenrijk schonk 206 woningen. Ook Frankrijk schonk een woning. Het Nederlandse Centraal Bureau Tuinbouwveilingen schonk nog eens 10 Oostenrijkse woningen. Deze in totaal 860 geschenkwoningen werden opgebouwd in de zwaarst getroffen gebieden. Naast deze woningen werden ook scholen, Groene Kruisgebouwen en wijkgebouwen geschonken.

Houten prefab-woningen

In tegenstelling tot de Scandinavische landen en Oostenrijk was de houten prefab-woning in Nederland geen algemeen bekend fenomeen. In de Scandinavische landen was en is het bouwen in hout en het plaatsen van prefab-woningen heel gewoon. Een aantal van de prefab-woningen die als bouwpakketten naar Nederland werden gestuurd, werd op onderdelen aangepast aan Nederlandse ‘normen’. Zo werden dakpannen geplaatst op de huizen in plaats van een Scandinavische leibedekking. En er werden geen kelders voor wasgelegenheid en werkruimte en sauna's gerealiseerd. Voor enkele woningtypes werden Nederlandse ontwerpen aangeleverd, zoals voor onder andere de Oostenrijkse zomerwoningen, de dubbele Zweedse woningen en de Noorse bungalows. De bouwpakketten werden per trein en schip naar Nederland getransporteerd en vanuit Rotterdam verder vervoerd. Al na een maand na de ramp kwamen de eerste bouwpakketten aan.

Verdeling van woningen

Het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting zorgde in overleg met de provincies voor de verdeling en plaatsing van de huizen. Belangrijk voor de keuze van de locaties was ook de beschikbaarheid van bouwgrond. Op basis van richtlijnen van het Rode Kruis uit het betreffende schenkende land werd bepaald wie in aanmerking kwam voor een woning.

Veel woningen werden in groepjes, in ensembles, geplaatst bij dorpen en steden waar bouwgrond voor de nieuwbouw werd gevonden, vaak aan de rand van de bebouwde kom. Met name Noorwegen en Zweden vroegen specifiek aandacht voor een goede stedenbouwkundige opzet. De percelen waarop de veelal vrijstaande huizen werden geplaatst waren vaak royaal van maat, met ruimte voor een schuur, een siertuin en een moestuin. Veel van de nieuwe straten en pleintjes kregen een naam die aan het schenkende land refereerde, zoals Ingridstraat, Deensestraat, Koning Haakonstraat of het Weense Plein. In totaal werden 15 verschillende typen geschenkwoningen geplaatst in de drie provincies. Enkele typen werd gedeeltelijk aangepast aan de Nederlandse bouwtraditie, maar alle woningen bleven duidelijk herkenbaar als houten prefab woning uit het betreffende schenkende land.

De woningen geplaatst

De meeste woningen werden op een kleiachtige ondergrond gebouwd en voorzien van een strokenfundering. De funderingen en plinten werden opgetrokken uit baksteen, zo hoog dat de onderzijde van de houten buitenbekleding zich ten minste 25 cm boven maaiveld bevindt. Op de bodem in de kruipruimte werd een 8 cm dikke betonlaag aangebracht. Vervolgens werd op de fundering de houten woning opgebouwd.

Ieder woningtype heeft zijn eigen specifieke kenmerken en detailleringen. Ook de kleurstelling van met name het exterieur maakt hier deel van uit. Alle woningtypes kregen een eigen kleurschema, combinaties van gebroken wit, Engels rood, rood, groen, bruin en geel komen voor.

Comfortabel wonen

De woningen waren voorzien van alle moderne comfort: een hal, keuken, woonkamer, soms van een slaap- en badkamer op de begane grond en twee of drie slaapkamers op de verdieping. In enkele woningtypen bevond zich een extra wc. De woningen waren goed geïsoleerd en voorzien van dubbele ramen en van verwarmingssystemen.

In, op of rondom de woningen werd vaak een extra herinnering aan het schenkende land aangebracht: een ingelijste foto van een Noorse stad of een natuurgebied. Op de Zweedse woningen werd een geëmailleerd plaatje geplaatst met de informatie dat het een door Zweden geschonken woning was, Finse woningen kregen een aquarel van een Finse kunstenaar, aan de voorzijde van Noorse woningen werd een berk geplant.

Hoewel in eerste instantie door nieuwe bewoners wat argwanend naar de houten geschenkwoningen werd gekeken, bleek al gauw dat de huizen erg comfortabel waren en goed geïsoleerd. De Deense woningen waren zelfs voorzien van centrale verwarming, een fenomeen dat nog lang niet in alle huizen in Nederland was geïntroduceerd. De nieuwe bewoners, en ook latere bewoners, kregen al gauw veel waardering voor deze woningen en de woningen werden zeer geliefd.

De geselecteerde monumenten

De selectie bestaat uit in totaal 46 monumenten: vijf ensembles van Noorse, Finse en Zweedse woningen, een vrijstaande Oostenrijkse zomerwoning en het dorpshuis ‘Holland Huis’, verspreid over de drie getroffen provincies.

Zeeland

  • Burgh-Haamstede (gemeente Schouwen-Duiveland)
    Duinwegje 7 t/m 15, ensemble van vijf vrijstaande Noorse woningen
  • Renesse (gemeente Schouwen-Duiveland)
    Duinweg 17, Oostenrijkse zomerwoning
  • Scherpenisse (gemeente Tholen)
    Laban Deurloostraat 26, dorpshuis ‘Holland Huis’, geschonken door de Noord-Hollandse Boerencoöperaties
  • Hansweert (gemeente Reimerswaal)
    Europastraat 1-6, ensemble van zes vrijstaande Noorse woningen

Zuid-Holland

  • Puttershoek (gemeente Hoeksche Waard)
    Osloplein 1 t/m 8, ensemble van acht vrijstaande Noorse woningen, gelegen rondom een pleintje
  • Nieuwe-Tonge (gemeente Goeree-Overflakkee)
    Finlandplein 1 t/m 9, ensemble van negen vrijstaande Finse woningen, gelegen rondom een pleintje

Noord-Brabant

  • Lage Zwaluwe (gemeente Drimmelen)
    Koning Gustaaf Adolfstraat 1 t/m 17, ensemble van 10 vrijstaande en 3 twee-onder-een kap Zweedse woningen

Helaas is geen Deense woning in de selectie opgenomen. We hebben moeten constateren dat veel van de 72 Deense woningen ingrijpend zijn gewijzigd, bijvoorbeeld door verstening van de buitengevels. In het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk is een Deense woning museaal bewaard gebleven.

Handreiking Toekomstbestendige Geschenkwoningen

Hoewel de geschenkwoningen van oorsprong al goed geïsoleerd zijn, bestaat bij veel eigenaren en bewoners de wens om ze verder te verduurzamen. Om hen bij de planvorming te ondersteunen is de "Handreiking Toekomstbestendige Geschenkwoningen, het verduurzamen van geschenkwoningen door na-isolatie" samengesteld. In deze handreiking zijn detailtekeningen van de meest voorkomende typen wanden, vloeren, vensters en kappen opgenomen en detailtekeningen van deze onderdelen met de na-isolatie. Ook staat in de handreiking informatie over de herkomst en de bouwkundige eigenschappen van de geschenkwoningen. De stapsgewijze aanpak, praktische tips en bronnen helpen de initiatiefnemers en anderen, zoals bouwbedrijven, om een houten geschenkwoning op een verantwoorde manier te na-isoleren.


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het reactieformulier

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 12 nov 2025 om 15:00.