Gevaarlijke stoffen in collecties - arseen


Introductie

Sinds eind jaren 10 van deze eeuw heeft arseen in erfgoed algemene aandacht gekregen. Hoewel de aanwezigheid van deze giftige stof in natuurhistorische collecties al veel langer bekend is, groeit nu ook het bewustzijn van de aanwezigheid ervan in andere collecties. In 2019 kwam vanuit Denemarken het bericht dat er arseen was aangetroffen in 16e en 17e eeuwse perkamenten boekbanden waarvan onderzoek uitwees dat ze groen waren gekleurd met een mengsel van orpiment (arseensulfide) en indigo. Bibliotheken in Frankrijk en Duitsland hebben sindsdien boeken in de ban gedaan omdat er verschillende arseenverbindingen in de band werden aangetroffen. In het Winterthur Museum, Garden and Library in de VS loopt een groot Poison Book project. Ook de KB Nationale Bibliotheek is in 2023 een uitgebreide inventarisatie van arseen in de collectie gestart en kijkt daarbij ook naar de risico’s voor medewerkers en gebruikers (Boersma et al. 2025).
Overzicht van de toepassing van verschillende arseenverbindingen door de eeuwen heen
Afb.1 Overzicht van de toepassing van verschillende arseenverbindingen door de eeuwen heen
Tijdsbalken voor het gebruik van verschillende arseenverbindingen
Afb.2 Tijdsbalken voor het gebruik van verschillende arseenverbindingen
Titiaan, Bacchus en Ariadne, 1522/23. Detail oranje jurk met realgar (Wikipedia)
Afb.3 Titiaan, Bacchus en Ariadne, 1522/23. Detail oranje jurk met realgar (Titian, Public domain, via Wikimedia Commons)
P.P. Rubens, Kindermoord in Bethlehem, 1638. Detail van gele jurk met orpiment
Afb.4 P.P. Rubens, Kindermoord in Bethlehem, 1638. Detail van gele jurk met orpiment (Peter Paul Rubens, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons)
Behang Morris & Co, 1864. Scheele's groen
Afb.5 Behang Morris & Co, 1864. Scheele's groen
Souvenir d’un petit voyageur, Paris, rond 1830-1840 groene boekband met Schweinfurter groen
Afb.6 Souvenir d’un petit voyageur, Paris, rond 1830-1840 groene boekband met Schweinfurter groen
Bidprentje uit de 19e eeuw met Schweinfurter groen
Afb.7 Bidprentje uit de 19e eeuw met Schweinfurter groen
Japon uit 1870-1873 met Schweinfurter groen, collectie Kunstmuseum Den Haag
Afb.8 Japon uit 1870-1873 met Schweinfurter groen, collectie Kunstmuseum Den Haag
‘Paris green’ rattengif
Afb.9 ‘Paris green’ rattengif
Voorbeeld van commercieel verkrijgbare drinkwatertest
Afb.10 Voorbeeld van commercieel verkrijgbare drinkwatertest
XRF-spectrum van arseen-koper groen pigment (links) en van dier geprepareerd met arseentrioxide (rechts)
Afb.11 XRF-spectrum van arseen-koper groen pigment (links) en van dier geprepareerd met arseentrioxide (rechts)
Naturalis protocol 'Veilig werken: arseen' voorzijde
Afb.12 Naturalis protocol 'Veilig werken: arseen' voorzijde
Naturalis protocol 'Veilig werken: arseen' achterzijde
Afb.13 Naturalis protocol 'Veilig werken: arseen' achterzijde
Voorbeeld van de regels die Naturalis hanteert voor ruimtes waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt
Afb.14 Voorbeeld van de regels die Naturalis hanteert voor ruimtes waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt

Wat is arseen / arsenicum

Arseen of arsenicum (As) is een semi-metaal dat in de natuur meestal gebonden aan andere elementen voorkomt. Het kan in zowel organische als in anorganische verbindingen zitten.

In organische vorm zit het in planten en dieren. Wij krijgen het binnen met het eten van rijst, vis en schelpdieren. Deze organische vorm is relatief ongevaarlijk en wordt vlot via de urine uitgescheiden. In anorganische vorm komt het voor in de natuur, in gesteente, aarde en opgelost in water. Bijna overal op aarde zitten lage concentraties arseen in de bodem en in het grondwater. Ook voedsel dat met grondwater is bereid en gewassen die met grondwater zijn geïrrigeerd kunnen anorganische arseenverbindingen bevatten. Er zijn anorganische verbindingen met driewaardig arseen, As(III), en met vijfwaardig arseen, As(V). Beide type verbindingen zijn giftig, die met As(III) zijn het meest gevaarlijk. Ze komen het lichaam binnen via de mond en door inademing van stofdeeltjes. Opname door de huid is heel gering. Grote hoeveelheden zijn acuut giftig. Kleine hoeveelheden anorganisch arseen in het lichaam kunnen na verloop van tijd huidveranderingen veroorzaken en leiden tot schade aan maag en darm, zenuwstelsel en het hart- en vaatstelsel. Bij langdurige blootstelling kan long, blaas- en huidkanker optreden. Arseen verdeelt zich over alle organen in het lichaam en verzamelt zich vooral in keratinerijk weefsel zoals huid, haren en nagels, waar het een aantal maanden kan achterblijven.

(Gezondheidsraad, 2012; Signalen Leefomgeving, 2024)

Waar vind je arseen in de collecties en gebouwen

Arseen is op allerlei manieren toegepast en in gebouwen en collecties terecht gekomen. Vanwege de hoge giftigheid waren anorganische vormen, vooral arseenoxides, bekend als bestrijdingsmiddel tegen onder andere ratten, insecten en schimmels. Ze werden in collecties en bibliotheken gebruikt om objecten en boeken tegen biologische afbraak te beschermen en om aantasting te doden. Vanuit die functie zijn anorganische arseenverbindingen verwerkt bij het prepareren van opgezette dieren en balgen, waarbij de binnenkant van de huid werd ingesmeerd met arseenzeep. Als conserveermiddel werden ze toegevoegd aan lijmen die werden gebruikt voor bijvoorbeeld het opplakken van gedroogde planten in herbaria en verlijmen van boekbanden en platten. Soms werden ze ook voor de ontsmetting van ruimtes toegepast. Al in de oudheid werden zwavelverbindingen van arseen toegepast als goudgele en oranje pigmenten in wandschilderingen en later ook op polychrome beelden, schilderijen en illuminaties in manuscripten. Het gele orpiment was een goedkope vervanger voor goud en werd tot de 18e eeuw vooral gebruikt in manuscript illuminaties en schilderijen (afb.4). In combinatie met indigo of Pruisisch blauw is het in de 19e eeuw ook gebruikt om boekbanden een donkergroene kleur te geven (in dat geval wordt arseen gedetecteerd maar geen koper). Realgar was tot ver in de 19e eeuw het enige fel oranje pigment en daarom geliefd bij schilders, onder andere de impressionisten (afb.3).

Nadat Scheele in 1775 een arseen-koper verbinding synthetiseerde met een fel groene kleur, werden arseen-koper groenen in de 19e eeuw razend populair (afb.5). Scheele’s groen was niet erg stabiel en in 1814 werd er in Schweinfurt een iets stabieler arseen-koper groen gesynthetiseerd dat de markt veroverde (afb.6-8). De groenen werden gebruikt als pigment in schildersverf, waterverf, pastels en waskrijt. Ze vonden ook hun weg naar interieurverf en als kleurstof voor papier en textiel werden ze verwerkt in behang, stoffering, kleding, kunstbloemen en boeken. In de 19e eeuw waren groene boekbanden een tijdlang populair. Arseengroen werd toegepast in onder andere boekbanden, schutbladen, gemarmerd papier, op de snede en in linten (KB, 2025). Groen behangpapier bevatte gemiddeld 30 g/m2 en de schatting is dat rond 1858 alleen al in Britse interieurs tientallen miljoenen tonnen arseen aan de muur geplakt zaten (Jongeneel, 2005).

Rond 1860 verschenen artikelen in medische tijdschriften en kranten over de vele sterfgevallen als gevolg van blootstelling aan arseen, wat door de producenten werd ontkend. Pas in 1890 verdween het behang uit de handel omdat er geen vraag meer naar was. In de periode 1870-1890 was er een piek in het gebruik van het groen voor papier en textiel voor boekbanden. En het werd zelfs als kleurstof aan snoep toegevoegd. Maar het werd ook gebruikt om de ratten in het riool van Parijs te bestrijden, vandaar de naam ‘Paris green’ (afb.9). Toen het besef van de hoge giftigheid van het pigment eenmaal algemeen werd erkend, is de toepassing als pigment en kleurstof vanaf eind 19e eeuw in steeds meer landen verboden. Als bestrijdingsmiddel is het echter nog tot ver in de 20e eeuw toegepast. Bijgaande tabel en tijdsbalken geven een overzicht van arseenverbindingen, de periode waarin arseen (het meest) werd gebruikt en voorbeelden van gebruik in collecties (afb.1 en 2).

Analyse van arseen

Om de aanwezigheid van arseen aan te tonen zijn verschillende methodes beschikbaar. De oudste test komt uit de forensische toxicologie om moord door arseenvergiftiging aan te tonen. Latere tests zijn daarop gebaseerd en zijn vooral voor het testen van arseen in grond- en drinkwater ontwikkeld. Bij de meeste methoden moet er eerst een monster worden genomen dat daarna wordt geanalyseerd. Een vloeistofmonster kan direct worden geanalyseerd, vaste stof van een oppervlak kan met een veegmonster worden verzameld dat daarna wordt opgelost en geanalyseerd. Er zijn ook methodes om luchtmonsters te nemen, uit de omgevingslucht of specifiek ademlucht. Sommige methoden kunnen direct op het object arseen aantonen. Hoewel de meeste methoden kwantitatief zijn, wordt in collecties meestal alleen een positief of negatief oordeel gegeven.

Marshtest – Gutzeit test (bron: wikipedia)

De Marshtest is genoemd naar de Britse scheikundige James Marsh die de methode in 1836 uitvond. De zeer gevoelige test is in 1879 verbeterd door Gutzeit en van 1840 tot de jaren 70 van de twintigste eeuw bij forensisch onderzoek gebruikt wanneer een arseenvergiftiging werd vermoed.

Bij de Marshtest wordt arseen(III)oxide met zink in sterk zuur milieu (zwavelzuur) gereduceerd tot arsine (AsH3), een naar knoflook ruikend gas:

As2O3 + 6 Zn + 6 H2SO4 ⟶ 2 AsH3 + 6 ZnSO4 + 3 H2O

Het ontstane arsine kan worden aangestoken waardoor het ontleedt en een zwartglanzende arseenspiegel achterlaat op een stuk glas:

2 AsH3 ⟶ 3 H2 + 2 As

Als de gevormde spiegel oplosbaar is met een mengsel van ammonia en waterstofperoxide kan worden uitgesloten dat het om iets anders dan arseen gaat:

2 As + 5 H2O2 + 6 NH3 ⟶ 2 AsO43− + 6 NH4+ + 2 H2O

Drinkwatertests

In met name India en Bangladesh heeft het grondwater waaruit drinkwater wordt gewonnen vaak een hoog arseengehalte van meer dan 10 µg/L (10 microgram per liter is de maximale toelaatbare waarde volgens WHO-richtlijn). In die landen komt veel chronische arseenvergiftiging voor wat veel mensen het leven kost. Daarom zijn er drinkwatertestkits ontwikkeld waarmee de aanwezigheid van arseen in bepaalde concentraties kan worden aangetoond (afb.10). In musea en bibliotheken is de test aangepast voor het nemen van veegmonsters van objecten en oppervlakken die vervolgens worden opgelost in water waarna de hoeveelheid arseen in de oplossing kan worden bepaald (Wetten et al. 2024). Deze test is na enige oefening zelf uit te voeren.

Met een wattenstaafje veeg je over een oppervlak van bepaalde grootte. Wat er van het oppervlak is afgeveegd wordt opgelost door het wattenstaafje in een reactievaatje met water te stoppen. Vervolgens worden er twee reactievloeistoffen toegevoegd, net als de Marshtest een zuur en zink waarbij waterstof (H2) en arsinegas (AsH3) vrijkomt. Wanneer het gas in aanraking komt met een kwikbromide indicatorstrip verkleurt die, afhankelijk van de hoeveelheid vrijkomend arsinegas, van wit via geel naar bruin. Door vergelijking met een kleurkaart kan de concentratie arseen in het opgeloste monster worden bepaald. De test neemt circa 20 minuten per monster in beslag. Het voordeel van de test is dat je de aanwezigheid van arseen op een heel oppervlak kunt bepalen. Eventueel kun je op meerdere plekken van het object vegen en zo een verzamelmonster nemen. Nadeel is dat er arsinegas bij vrijkomt en er chemisch afval achterblijft. Bij de KB Nationale Bibliotheek wordt de test in een zuurkast uitgevoerd. Als er geen zuurkast aanwezig is, kan in overleg met de leverancier worden besproken wat de minimale eisen voor veilig werken zijn. Hoewel de test de mogelijkheid biedt kwantitatief te meten, wordt alleen een positief of negatief resultaat gerapporteerd.

Testkits zijn te koop via onder andere MQuant Arsenic test (Merck) detectie range 0,005-0,5 mg/L As (Merck Supelco), kit met 2 reactievaatjes en 100 strips. Deze testkit kwam als redelijk betrouwbaar en praktisch uit het onderzoek van Wetten et al. (2024). Er zijn vergelijkbare tests verkrijgbaar, bijvoorbeeld Lovibond Arsen Test (Lovibond). Extra reagentia en strips zijn los te verkrijgen.

Röntgenfluorescentie spectroscopie (XRF)

De volgens ons meest betrouwbare methode om de aanwezigheid van arseen aan te tonen is röntgenfluorescentie spectrofotometrie of XRF. Hiermee kan de elementsamenstelling van materialen worden geanalyseerd (afb.11). Het is een snelle meting van een minuut, maar het opstellen van de apparatuur kan langer duren.

Voordeel van de methode is dat in dezelfde analyse ook andere eventueel schadelijke elementen worden gedetecteerd, zoals kwik, lood, chroom en uranium. Er hoeven geen monsters te worden genomen, er komen geen gevaarlijke producten vrij, er is geen contact met het object en er wordt geen chemisch afval geproduceerd. Nadeel is dat een meting slechts op een punt wordt gedaan en dat er dus meerdere metingen nodig zijn om arseen op verschillende delen van een object aan te tonen. Een ander nadeel is dat het prijzige apparaat röntgenstraling produceert wat vereist dat de gebruiker een stralingsdiploma heeft. Een XRF-apparaat huren of lenen kan dus ook niet zonder een gediplomeerde bediener. Met XRF kan een detectielimiet van 0,7 ppb worden behaald (Bath 2023).

Blootstelling

Wet- en regelgeving in Nederland zijn er om de blootstelling van de bevolking aan arseen op een acceptabel niveau te houden. Arseen wordt nauwelijks door de huid geabsorbeerd. Blootstelling vindt plaats door inademing van bijvoorbeeld stofdeeltjes met arseen in de lucht en door inname via de mond. Dat laatste kan zijn door eten en drinken van met arseen verontreinigde producten maar ook via de handen na het hanteren van objecten waar arseen op zit. In de Nederlandse wet- en regelgeving is een aantal grenswaarden voor blootstelling aan arseen opgenomen.

Blootstelling via de lucht

Inademing van anorganische arseenverbindingen kan leiden tot longkanker bij mensen die er op hun werk aan worden blootgesteld. In Nederland geldt 0,28 µg/m3 als wettelijke grenswaarde, gemiddeld over een achturige werkdag (tgg 8 uur). De Gezondheidsraad heeft berekend dat dit over 40 jaar leidt tot 4 extra sterfgevallen door kanker per 100.000 werknemers. Dit is een risiconiveau dat de Gezondheidsraad acceptabel vindt. De grenswaarde ligt 4-70 keer lager dan in andere Europese landen (Gezondheidsraad, 2012; Minister SZW, 2022).

Blootstelling via water

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft samen met Wereldvoedselorganisatie (FAO) in 2010 een limiet vastgesteld voor een 0,5% toename van longkanker bij inname van 0,003 mg/kg lichaamsgewicht per dag. Voor drinkwater geldt een voorlopige limiet van 0,01 mg/l omdat verwijdering van arseen tot lagere concentraties in praktijk moeilijk is (WHO, 2019). Die waarde wordt in Nederland ook gehanteerd. In Nederland is de gemiddelde concentratie arseen in drinkwater lager dan 0,005 mg/l (Dunea).

Blootstelling bij de omgang met voorwerpen die arseen bevatten

De moderne analysetechnieken kunnen kleine hoeveelheden arseen in voorwerpen aantonen. Dat wil nog niet zeggen dat we aan die hoeveelheid worden blootgesteld of dat we die binnenkrijgen wanneer we de voorwerpen hanteren. In de erfgoedwereld is daar nog maar weinig onderzoek naar gedaan. In 2024 heeft de KB Nationale Bibliotheek een groot onderzoek uitgevoerd waarbij is gekeken naar de blootstelling aan en opname van arseen bij medewerkers. Er zijn luchtmonsters genomen op plekken waar veel wordt gewerkt met boeken die arseen bevatten. Uit analyse van de luchtmonsters bleek dat het arseen uit de boeken zich niet aantoonbaar via de lucht verspreidt. Veegmonsters van boeken toonde aan dat de verf en het textiel wel kunnen afgeven. Om te onderzoeken of er een kans bestaat dat medewerkers arseen binnenkrijgen wanneer ze met deze boeken werken, is biologische monitoring uitgevoerd, hierbij worden specifieke arseenverbindingen in urine gemeten. Medewerkers die vaak en lang met deze collectie werken, konden op vrijwillige basis meedoen. Hieruit bleek dat er geen aantoonbare relatie kan worden gelegd tussen het hanteren van deze boeken en de aanwezigheid van arseen in het lichaam (KB Nationale Bibliotheek, 2025).

Wet- en regelgeving

De wet- en regelgeving voor gevaarlijke en CMR stoffen (carcinogeen, mutageen en/of reproductietoxisch) vereist uitvoering van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) waarin het werken met gevaarlijke stoffen wordt beoordeeld. Onderdelen daarvan zijn:

  1. Registratie gevaarlijke stoffen
  2. Aanvullende registratie CMR stoffen
  3. Beoordeling blootstelling gevaarlijke stoffen
  4. Nemen van maatregelen volgens de Arbeidshygiënische strategie
  5. Het maken van instructies hoe medewerkers veilig werken met (objecten met) gevaarlijke stoffen en geven van voorlichting
  6. Bijzondere groepen

De Arbowet

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is een zogenaamde raamwet. De wet biedt algemene bepalingen en richtlijnen waar werkgevers en werknemers zich aan moeten houden. Hij benoemt geen exacte voorschriften of concrete regels, het gaat om doelvoorschriften. Daarbij is het doel dat het werk de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemer niet in gevaar brengt. Samengevat zijn de verplichtingen volgens de Arbowet dat werkgever en werknemer moeten samenwerken aan de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de medewerkers.

Van de werkgever wordt verwacht:

  • Aandacht besteden aan Veiligheid, Gezondheid en Welzijn
  • Risico’s in kaart brengen (RI&E), risico’s beperken, plan van aanpak opstellen, jaarlijks rapporteren over RI&E
  • Continu verbeteren van arbeidsomstandigheden
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) beschikbaar stellen
  • Voorlichting en onderricht geven
  • Toezicht op naleving van instructies en voorschriften
  • Preventiemedewerkers en BHV’ers benoemen
  • Goede begeleiding zieken

Van de werknemer wordt verwacht:

  • Veilig werken, instructies opvolgen
  • Werk stoppen bij gevaarlijke situaties, mogelijk risicovolle situaties melden
  • Meewerken aan de uitvoering Arbozorg
  • PBM’s gebruiken en onderhouden
  • Zich laten voorlichten, onderricht volgen
  • Apparatuur en gevaarlijke stoffen (GS) juist gebruiken en aangebrachte beveiligingen niet verwijderen

Arbeidshygiënische strategie

De arbeidshygiënische strategie geeft de volgorde waarin een bedrijf maatregelen moet treffen om ervoor te zorgen dat het werk zo gezond en veilig mogelijk gedaan kan worden. In artikel 4.4 van het Arbobesluit staat beschreven wat de arbeidshygiënische strategie specifiek inhoudt voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om een volgorde van vier stappen die na elkaar moeten worden genomen. Voor kankerverwekkende stoffen geldt dat een volgende stap alleen worden genomen wanneer de eerdere stap redelijkerwijs technisch niet mogelijk is. De STOP-strategie vertaalt de stappen naar concrete toelichting voor het werken met gevaarlijke stoffen.

  • Substitutie: vervang een gevaarlijke stof door een niet of minder gevaarlijk stof
  • Technische maatregelen: technische maatregelen die helpen om blootstelling te voorkomen
  • Organisatorische maatregelen: werkafspraken die helpen om blootstelling te voorkomen en minder medewerkers worden blootgesteld
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

Omgang met voorwerpen die arseen bevatten

Met de steeds betere en gevoeligere analysetechnieken wordt er steeds vaker arseen in objecten aangetroffen. Aanwezigheid van arseen in een object is echter niet hetzelfde als blootstelling aan arseen en het zegt nog minder over de hoeveelheid arseen die iemand binnen kan krijgen. Arseen als pigment in verf op een schilderij zit vast in het bindmiddel en komt er niet zomaar vanaf. Groen pastelkrijt met arseen kan wel loskomen van het papier. Van het 19e-eeuwse groene behangpapier kwam arseen vrij, vooral als het fluweel gevlokt was. Als de huid van opgezette dieren krimpt en scheurt, kan arseenoxide vrijkomen uit de binnenkant. Iemand die de dieren schoonmaakt of afstoft kan met de arseenoxide kristallen in aanraking komen.

Bij omgang met objecten waar arseen in zit of kan zitten geldt hetzelfde als bij andere gevaarlijke stoffen. Er moet een RI&E gevaarlijke stoffen worden gemaakt. Hoe vaak en hoelang worden werkzaamheden verricht waarbij men met arseen in aanraking kan komen? Welke verschillende taken worden er door personen verricht, hoe groot is de kans dat ze daarbij met arseen in aanraking komen, wat zijn de blootstellingsroutes (via handen, via inademing), hoe hoog is dan de blootstelling en wat is het effect daarvan op de gezondheid van de persoon? Op basis van deze analyses kan de instelling vervolgens protocollen opstellen voor veilige omgang met de objecten.

Zie voor meer informatie over veilig werken het algemene artikel over Gevaarlijke stoffen in collecties op deze Kennisbank.

Omgang met arseen in preparaten bij Naturalis

Arseen werd wereldwijd jarenlang gebruikt in pesticiden in de taxidermie, in museum specimens, jachttrofeeën en bontjassen. Aan het einde van de 18e eeuw schreef Coenraad Temminck, de eerste directeur van Naturalis, over het gebruik van arseen in een handleiding over taxidermie. We weten dat arseen tot 1980 werd toegepast in Naturalis. Het werd meestal gemengd met zeep en vervolgens aangebracht op de binnenkant van de huid. Soms werd het hele dier ermee ingewreven, maar vaak alleen het hoofd, de poten en de staart. Bij vogels werd arseen ook regelmatig op de poten aangebracht, vooral bij roofvogels.

Bij Naturalis is arseen gevonden in opgezette dieren, balgen en huiden. Het risico voor blootstelling is in 2012 vastgesteld na een RI&E analyse. Daarna is met behulp van XRF-analyses onderzocht in welke mate en hoe arseen zich door het museum verspreidde (Desjardins, 2016). Hieruit bleek dat arseen voor het grootste deel in de preparaten blijft. Een klein deel kan echter door hantering en trillingen via naden in de huid naar buiten lekken en de sokkel, de doos of de plank verontreinigen. Omdat het gebruikelijk is om opgezette dieren bij de sokkel vast te pakken in plaats van bij het dier zelf, verspreidt de arseen zich vervolgens bij het hanteren door het gebouw. Een vuile handschoen drukt op een liftknop of een bureau en toetsenbord raken bij het digitaliseren van oude preparaten besmet.

In de collecties van Naturalis gaat men ervan uit dat alle gewervelde dieren besmet zijn tenzij ze gelabeld zijn als ‘schoon’. In de praktijk betekent dit dat dozen met recent toegevoegd materiaal, waarvan bekend is dat ze arseenvrij zijn, worden gelabeld. Preparaten van na 1980 worden, waar mogelijk, apart gehouden van oudere. Het collectiepersoneel en de gebruikers moeten handschoenen en labjassen dragen bij het hanteren van preparaten. Maskers zijn niet nodig, tenzij de persoon in nauw contact komt met huid, haren of veren, zoals bij restauratie of onderzoek waarbij onder de veren of haren moet worden gegraven, of bij het schoonmaken van objecten. Indien mogelijk worden stoffige werkzaamheden in een kast met afzuiging verricht. Stofzuigers zijn voorzien van een HEPA filter. Dieren moeten met een mobiele kar naar een werkgebied worden verplaatst en mogen niet met de hand worden gedragen om te voorkomen dat er arseen op de vloer terechtkomt. Werkoppervlakken, kar en vloeren moeten na het bestuderen van de dieren met een vochtig wegwerpdoekje worden afgenomen. Het is ook verplicht om handschoenen op verantwoorde wijze te gebruiken en te voorkomen dat deuren, liftknoppen, toetsenborden enzovoort met handschoenen worden aangeraakt. Na het werken met de collecties moeten gebruikers hun handen wassen.

Naturalis heeft een protocol opgesteld voor de omgang met voorwerpen waar arseen in zit of kan zitten dat door medewerkers en gasten die met collectie werken moet worden gelezen en ondertekend. Het kan als voorbeeld dienen voor mensen die met opgezette dieren en jachttrofeeën werken (afb.12 en 13).

Bij elke ruimte waar met dieren en preparaten wordt gewerkt waar gevaarlijke stoffen in kunnen zitten, hangen instructies (afb.14). Medewerkers en gasten die in de laboratoria aan de slag gaan, lopen door een voorruimte waar de instructies duidelijk zichtbaar zijn, waar labjassen hangen en waar persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn, voordat ze in de laboratoria komen.

Naturalis heeft een aantal “aai-specimens” die speciaal zonder chemicaliën zijn geprepareerd om het publiek de mogelijkheid te geven ze aan te raken. Dieren die als skeletten zijn voorbereid, of losse botten, kunnen ook veilig worden aangeraakt, evenals ijstijd fossielen (dinosaurus fossielen moeten eerst op straling worden gecontroleerd). In het geval van een specimen dat in het publieke oog komt en waarvan bekend is dat het besmet is, wordt het in een plexiglazen doos verzegeld.

Omgang met arseen in jachttrofeeën

In een paleis, kasteel of historisch huis met jachttrofeeën en opgezette dieren is het allereerst belangrijk om te voorkomen dat bezoekers de oude dieren aanraken. Medewerkers en vrijwilligers die meubels en vloeren schoonmaken onder jachttrofeeën aan de muur of rond een opgezet dier, kunnen vochtig wegwerpdoekje en een stofzuiger met HEPA-filter gebruiken.

Bij werkzaamheden, zoals schoonmaken, onderzoek of restauratie, aan een opgezet dier waarbij intensief contact plaatsvindt, moeten nitril handschoenen, een labjas en een FFP3 masker worden gedragen. Dieren afstoffen kan met een (museum)stofzuiger met HEPA filter waarvan de lucht liefst naar buiten wordt geblazen.

Het protocol van Naturalis is in de historische omgeving meestal niet praktisch uitvoerbaar. In dat geval moet het risico van blootstelling worden beperkt op een alternatieve manier die even effectief is. Het dier moet, indien mogelijk, worden verplaatst naar een gebied buiten de directe looproute, dat gemakkelijk schoongemaakt kan worden nadat het werk is voltooid. Als er veel stof vrij kan komen, en bij gebrek aan een zuurkast, is het te overwegen om de bezigheden op een droge dag buiten uit te voeren of anders in een goed geventileerde ruimte. Verplaats het dier op een trolley en maak die na gebruik schoon met een wegwerpdoekje. Werk aan een tafel die met papier is afgedekt en maak die na het werk met een wegwerpdoekje schoon. Als het niet mogelijk is om het specimen te verplaatsen, kan het werk ter plaatse buiten de werktijden worden uitgevoerd, met schoonmaken zoals hierboven beschreven na afloop. De hoeveelheid arseen op de wegwerpdoekjes is zo klein dat ze niet onder de categorie chemisch afval vallen en bij het gewone afval kunnen.

Omgang met arseen in boeken bij de Nationale Bibliotheek KB

Op basis van het blootstellingsonderzoek heeft de KB een veiligheidsprotocol opgesteld voor medewerkers die boeken hanteren waar mogelijk arseen in kan zitten. Dit protocol geldt ook voor klanten die boeken aanvragen. Boeken waarvan bekend is dat ze arseen bevatten, hebben een speciale verpakking. De medewerker van de balie Bijzondere Collecties legt vervolgens uit dat het collectiestuk alleen ingezien mag worden wanneer de bijgeleverde beschermingsmiddelen worden gebruikt. Na afloop wordt het collectiestuk weer in de doos bij de balie ingeleverd en worden de gebruikte beschermingsmiddelen veilig afgevoerd.

Het KB protocol bestaat uit drie onderdelen:

  • dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen: medewerkers dragen nitril handschoenen
  • boeken op papieren ondergrond leggen die na gebruik wordt afgevoerd en schoonmaken van werkoppervlakken met een vochtig doekje
  • handen wassen voor en na het werken met collectie

Ervaringen in de VS

Een recente publicatie beschrijft het blootstellingsonderzoek in een historische bibliotheek in de VS (Sotek et al. 2025). Via persoonlijke bemonstering is onderzocht hoeveel arseen en andere gevaarlijke metalen medewerkers binnenkrijgen via ademhaling. Hieruit bleek dat de blootstelling via de lucht ver onder de in de VS geldende toelaatbare waarde bleef. Met veegmonsters van de handen is gekeken wat er via de mond binnen zou kunnen komen. Daarbij bleek dat boeken arseen kunnen afgeven aan nitril handschoenen. De hoeveelheid was echter zo gering dat de handschoenen bij het gewone afval mee mochten. Met veegmonsters van werkoppervlakken, van kastplanken en van boeken naast arseen-houdende boeken gekeken naar de mogelijk van kruisbesmetting. Hierbij leek het erop dat er van boeken met veel arseen een klein beetje kan worden overgedragen. Omdat dat slechts bij een van vier boeken het geval was, kunnen de onderzoekers nog geen algemene conclusies trekken. Omdat in het onderzoek ook andere zware metalen werden aangetroffen, kregen zij advies om procedures op te stellen voor de schoonmaak, o.a. met HEPA stofzuigers, de gevaren te communiceren met medewerkers en die te trainen in persoonlijke hygiëne en in het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en gebruikers instructies te geven over veilig hanteren van de boeken. Onderzoek van Russick et al. (2025) waarbij werd gekeken naar de overdracht van arseen van boeken op handen door analyse van gummen nadat die over het boek waren gewreven. Bij boeken met veel arseen werd het op de gummen aangetroffen. Bij boeken die slechts sporen bevatten werd geen arseen overgedragen. Dat kan te maken hebben met een verschil in arseen dat als groen pigment op boekband is aangebracht en los kan laten en arseen dat bij de productie van het papier in het papier terecht is gekomen, bijvoorbeeld uit het gebruikte water, en dat vast zit in het papier. Kruisbestuiving tussen boeken naast elkaar bleek gering te zijn.


Deze tekst is samengesteld door Agnes Brokerhof (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) met medewerking van leden van de werkgroep Gevaarlijke stoffen in collecties: Becky Desjardins en Miriam van der Bij (Naturalis), Henk Raap en Wim Tromp (KB Nationale Bibliotheek) en Guusje Harteveld en Alexandra van Kleef (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's



Specialist(en)


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 13 jan 2026 om 04:00.