Graftekens van ijzer en kunststeen en hout

Introductie

IJzer is, naast natuursteennatuursteen: gesteente, niet gevormd in ambachtelijke of industriële processen., een materiaal dat is gebruikt voor zowel graftekens als omheiningen van begraafplaatsen, kerkhoven en de graven zelf. Graftekens kunnen ook zijn gemetseld of als monoliet in kunststeen zijn uitgevoerd. Van de houten graftekens zijn er nog maar weinig over, vooral in het westen van het land zijn ze zeldzaam. Deze graftekens zijn daardoor uniek geworden. Verder is brons, koperTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Cu en het atoomnummer 29; het is roodachtig van kleur en is zeer smeedbaar en kneedbaar. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het woirdt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verschillende voorwerpen en materialen te maken. (Toegepaste Kunst Project, RKD), zink, porselein, glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. en email gebruikt, vaak als onderdeel van graftekens. De variatie aan gebruikte materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) in relatie tot specifieke materiaaleigenschappen - en de daaraan gerelateerde vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) - maakt ze bijzonder naast de vele natuurstenen graftekens.

Een witte gietijzeren zandloper staat op een pedestal op een begraafplaats.
De gietijzeren zandloper is een detail bij het gietijzeren grafmonument (foto René ten Dam)
Kleine gietijzeren grafmonumenten op een grafveld begroeid met gras.
Gietijzeren grafmonumenten in een voor dat materiaal geëigende vormgeving
Een zwartwit foto van een gietijzeren grafplaat. Op de kop is te lezen: 22 May - 27 May 1756.
Grafplaat van gietijzer uit het midden van de achttiende eeuw (foto Beeldbank RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed.)
Een gietijzeren doodshoofd op een hek.
Doodshoofd met gekruiste beenderen als symbool van de kortstondigheid van het leven en de betrekkelijkheid van alle aardse bezit
Een porseleinen zandloper met vleugels.
Gevleugeld zandloper, symbool van kortstondigheid van het leven
Een grafsteen met daarop twee naar beneden gerichte toortsen.
Naar beneden gerichte toortsen als symbool van het gedoofde leven
Grafteken van baksteen afgedekt met tufsteen en metalen symbool en belettering
Grafteken van baksteen afgedekt met tufsteen en metalenEen metaal is een materiaal dat in vaste vorm kristallijn is, ondoorzichtig, smeedbaar, pletbaar en een goede geleider van warmte en stroom. (Conservation Dictionary) symbool en belettering
Kunststenen grafteken met glazen tekstplaat
Kunststenen grafteken met glazen tekstplaat
Eenvoudig houten grafteken met zinken tekstplaat
Eenvoudig houten grafteken met zinken tekstplaat
Bronzen plaquette in bakstenen grafteken, waarbij het graf is afgedekt met oranje tegels
Bronzen plaquette in bakstenenBakstenen zijn stenen die ontstaan door klei, hoofdzakelijk gewonnen in de uiterwaarden van de grote rivieren, te vormen in blokken en vervolgens op hoge temperatuur te bakken. grafteken, waarbij het graf is afgedekt met oranjeKleur die dat deel van het spectrum weergeeft dat zich tussen rood en geel in bevindt, met een golflengte tussen 585 en 620 nanometer. De term kan verwijzen naar alle in helderheid en verzadiging variërende kleurschakeringen binnen deze groep kleuren. Een voorbeeld van de kleur oranje in de natuur is de kleur van de citrusvrucht de sinaasappel. Oranje is een secundaire pigmentkleur (ontstaan door vermenging van geel en rood). (AAT-Ned) tegelsGebakken plak klei, al dan niet geglazuurd. Op de tegel kan een voorstelling of een tekst ingebakken zijn. Ook een reliëf kan de tegel sieren.

De grote diversiteit aan graftekens vormt een weerslag van de grafcultuur in relatie tot de tijd waarin het grafteken tot stand is gekomen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de klassiek vormgegeven, aan de oudheid ontleende graftekens die uit gegotenHet smelten (in verband met glas ook het fuseren) en in een vorm gieten van materialen, bijvoorbeeld metaal of glas. ijzeren onderdelen zijn samengesteld. Gietijzeren graftekens zijn typisch voor de negentiende eeuw. De toename van het gebruik van cement aan het begin van de twintigste eeuw is ook merkbaar. Een grote mate van vakmanschap manifesteert zich soms in onaanzienlijk lijkende details. Al die waardenDe waarde bepalen van -, zekere (genoemde) waarde toekennen aan. (Van Dale) dragen bij aan de historische kwaliteit van een begraafplaats of kerkhof.

Historie van ijzeren en kunststenen en houten graftekens

IJzer

Het gebruik van ijzerFe. Dichtheid 7,86 kg/m3. Metaal dat in de bouw zeer veel is toegepast, vooral voor het opnemen van trekkrachten in verankeringen, trekstangen e.d.. Het heeft het nadeel dat het sterk kan corroderen (roesten), waarna door volumevermeerdering schade aan bouwdelen kan optreden. Ook gebruikt voor spijkers, hang- en sluitwerk, siersmeedwerk en vele andere doeleinden. In XVII werd vooral vanwege de taaiheid en buigbaarheid veel ijzer uit Zweden betrokken en als zodanig in bestekken vermeld.Kan ook worden gegoten in vormen. Gietijzer bevat 3-5 koolstof, is bros en kan geen trekkrachten opnemen. Smeedijzer bevat ongeveer 0,1 koolstof. IJzer met zeer weinig koolstof wordt staal genoemd. in graftekens in al zijn verschijningsvormen neemt vanaf het eind van de middeleeuwen geleidelijk toe doordat productieprocessen verbeteren en nieuwe vormen van productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. worden ontwikkeld. Vanaf de Industriële Revolutie in de negentiende eeuw komt deze ontwikkelingIets dat gebeurt in de wereld of binnen de organisatie dat vraagt om verandering. in een stroomversnelling. IJzer wordt niet langer alleen gebruikt voor zaken als hekwerken en verankeringen, maar ook voor machineonderdelen en vanaf het eind van de negentiende eeuw ook voor constructieve en decoratieve bouwelementen.

Hekwerken

Op en rondom begraafplaatsen en kerkhoven wordt vanaf de negentiende eeuw in toenemende mate ijzerFe. Dichtheid 7,86 kg/m3. Metaal dat in de bouw zeer veel is toegepast, vooral voor het opnemen van trekkrachten in verankeringen, trekstangen e.d.. Het heeft het nadeel dat het sterk kan corroderen (roesten), waarna door volumevermeerdering schade aan bouwdelen kan optreden. Ook gebruikt voor spijkers, hang- en sluitwerk, siersmeedwerk en vele andere doeleinden. In XVII werd vooral vanwege de taaiheid en buigbaarheid veel ijzer uit Zweden betrokken en als zodanig in bestekken vermeld.Kan ook worden gegoten in vormen. Gietijzer bevat 3-5 koolstof, is bros en kan geen trekkrachten opnemen. Smeedijzer bevat ongeveer 0,1 koolstof. IJzer met zeer weinig koolstof wordt staal genoemd. gebruikt. Niet alleen de begraafplaats of het kerkhof wordt omheind met giet- en smeedijzeren hekwerken, maar ook de individuele grafplaatsen met veelal natuurstenen graftekens worden ermee omgeven. Hekwerk bestaat in het algemeen uit smeed- of gietijzeren staanders of balusters met daartussen het ‘tussenwerk’: het eigenlijke hek. Het tussenwerk kan zowel door smeden als gietenHet smelten (in verband met glas ook het fuseren) en in een vorm gieten van materialen, bijvoorbeeld metaal of glas. zijn vormgegeven. Het kan zijn opgebouwd uit verschillende gesmede en gegotenHet smelten (in verband met glas ook het fuseren) en in een vorm gieten van materialen, bijvoorbeeld metaal of glas. elementen of is soms in zijn geheel gegotenHet smelten (in verband met glas ook het fuseren) en in een vorm gieten van materialen, bijvoorbeeld metaal of glas.. Een soberder vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) voor het omgeven van een graf zijn hekpalen waartussen metalenEen metaal is een materiaal dat in vaste vorm kristallijn is, ondoorzichtig, smeedbaar, pletbaar en een goede geleider van warmte en stroom. (Conservation Dictionary) kettingen zijn gehangen. Vanaf het eind van de negentiende eeuw wordt meer en meer gebruikgemaakt van staafijzer. De term stafwerk wordt in plaatsConcentratie van bebouwing. van staafijzer ook gehanteerd, omdat de stalen standaardproducten voornamelijk uit staven van verschillend profiel bestaan.

IJzeren graftekens

Graftekens die nagenoeg geheel uit gietijzeren onderdelen zijn vervaardigd, komen minder vaak voor dan ijzeren hekwerken rondom begraafplaatsen, kerkhoven en grafplaatsen. Deze ijzeren grafmonumenten zijn globaal onder te verdelen in vlakke tekens, zowel liggend (zerken) als staand (kruisen en grafplaten), en meer ruimtelijk vormgegeven objecten.

De eerste liggende gietijzeren graftekens lijken wat het ontwerp betreft op hardstenen zerken. Men gebruikt het nieuwe materiaal om sneller en goedkoper een oude en bekende vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) te imiteren. Een voorbeeld daarvan uit 1756 is nog aanwezig in de Hervormde Kerk van Waardenburg. Met de productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. van staande tekens, waaronder kruis- en obeliskvormige, lijkt zich aarzelend een nieuwe vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) voor het grafteken te ontwikkelen. Veel vormen blijft men echter ontlenen aan de natuurstenen graftekens.

Vormen en symbolen

In de groep van ruimtelijk gevormde gietijzeren graftekens nemen aan de oudheid ontleende klassieke vormen een belangrijke plaatsConcentratie van bebouwing. in, zoals een tempeltje of obelisk, maar ook vormen die aan een tombe refereren komen voor. Veelal zijn die graftekens bekroond met een vaas of kruis. Ook aan de oudheid ontleende ornamentenDecoratieve vormen die behoren tot een gebouw of object, maar die niet essentieel zijn voor de constructie. Gebruik de term 'decoratie' met betrekking tot de methoden en technieken voor het aanbrengen van ornamenten. (AAT-Ned) worden aangetroffen, zoals urn of acroterie in de vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) van een palmet of sfinx. Daarnaast komen ook symbolen van eer en roem, dood en vergankelijkheid voor. Lauwerkransen zijn het symbool van onvergankelijkheid en eeuwig leven, overwinning, roem en eerbetoon. De gevleugelde zandloper duidt op de kortstondigheid van het leven en het gestadig naderen van het stervensuur. Een neergehouden toorts of gedoofde fakkel symboliseert het gedoofde leven. Naast deze symbolen zijn er typisch christelijke tekens, zoals anker, kruis en opengeslagen bijbel.

De weerslag van alle in de loop van de tijd gebruikte vormen, constructies en ijzerkwaliteiten vinden we terug op de begraafplaatsen en kerkhoven, omdat ze daar de kans krijgen bijna ongestoord te verouderen. De instandhouding van die bijzondere graftekens is niet alleen een bijdrage aan het vastleggen van de geschiedenis van de grafcultuur uit een bepaalde periode, maar laat tevens de technische ontwikkelingIets dat gebeurt in de wereld of binnen de organisatie dat vraagt om verandering. van de ijzerproductie in de loop van de tijd zien.

Graftekens in gebakken steenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis)

De baksteenconstructie als onderdeel of hulpconstructie van natuurstenen graftekens is van oudsher bekend. Als zelfstandig grafmonument komen bakstenenBakstenen zijn stenen die ontstaan door klei, hoofdzakelijk gewonnen in de uiterwaarden van de grote rivieren, te vormen in blokken en vervolgens op hoge temperatuur te bakken. graftekens ongeveer vanaf de twintiger jaren van de twintigste eeuw voor. De zakelijke vormgeving loopt duidelijk parallel met de toen heersende stroming in de architectuurBouwkunst, kunst van het scheppen van (zie) ruimtevormen en het omvatten en overdekken hiervan, kortom de gehele ontwikkeling en vormgeving van de inwendige ruimten en de omhulling ervan. M.n. geldt dit de plattegronden, de wanden met hun geleding en verdeling van open en gesloten delen, zolderingen, gewelven, plafonds, kappen en daken en de verwezenlijking van deze conceptie naar de eisen van constructies en materialen. In de verschillende architectuurperioden en in diverse regio’s verschilt het ruimtegevoel soms zeer sterk. In het romaanse tijdperk wordt de ruimte overheerst door gebruik van dikke dragende muren en weinig ontwikkelde overwelvingen en overkappingen. De gotiek toont een omhoogstrevende ruimte, opgebouwd uit steunpunten waartussen lichte wanden en glas, overdekt met ranke gewelven. De barok toont een vaak illusionistische ruimte-ontwikkeling, die soms de aanwezigheid van wanden en plafonds probeert te loochenen. In XX hebben nieuwe materialen en technieken het mogelijk gemaakt enerzijds een draagconstructie van gewapend beton en staal geheel te omkleden met licht geconstrueerde wanden van glas, kunststof en lichte metalen, anderzijds achter vrijwel geheel gesloten gevels het gebouw van kunstlicht te voorzien. Marolois bedeelde de architectuur een belangrijke rol toe in zijn Opera Mathematica (1617). Hetzelfde was het geval in hetVolkoomen Wiskundig Woordenboek van Stammetz-Labordus uit 1740. Van Campen werd in zijn tijd als mathematicus aangeduid, hetgeen in het licht van het voorgaande eerder als architectonisch ontwerper moet worden gezien. Hij moest zijn ontwerpen laten uitwerken door bouwkundig beter onderlegde mannen als Pieter Post en Jacob Vennecool.Na de constructie is de versiering een belangrijk element van architectuur. Door de tijden heen heeft men utiliteitsgebouwen als molens, pakhuizen, magazijnen, schuren en stallen, dienstgebouwen en militaire werken met grote soberheid behandeld, in XIX talrijke nieuwe fabrieken e.d. zelfs zeer armelijk. In XX treedt hierin verandering op. Het landseigene van de architectuur is echter voor een deel verloren gegaan ten gevolge van de toepassing op grote schaal van bouwmaterialen die overal, onafhankelijk van klimaat en bodem, gebruikt kunnen worden. (Haslinghuis). Vaak wordt baksteen ook toegepast met bijvoorbeeld zandstenen accenten om wat meer complexe vormen in te passen in het ontwerp.

Keramische graftekens

Het gebruik van keramische elementen als technisch afdekkend of bekledend deel van de constructie of als architectuurondersteunend deel, is tot de zakelijke architectuuropvatting te herleiden. In de eerste helft van de twintigste eeuw verschenen er door het hele land betonnen monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) die werden afgewerkt met kleurrijke tegelsGebakken plak klei, al dan niet geglazuurd. Op de tegel kan een voorstelling of een tekst ingebakken zijn. Ook een reliëf kan de tegel sieren., inclusief bloemenbakje.

Het gebruik van terracottaTerracotta is laaggebakken, meestal ongeglazuurd, rood tot leverkleurig aardewerk., ongeglazuurd aardewerkAardewerk is een breekbaar, bij lage temperatuur gebakken (600-900°C), poreus ceramiek dat allerlei kleur kan hebben, met of zonder glazuur., stamt uit de oudheid. Op begraafplaatsen en kerkhoven komt het hoofdzakelijk als sierend of architectonisch element voor: als vaas, urn of zelfs als klassiek beeld op dito voetstuk. In kleinere vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) worden wel kapitelenEen kapiteel of kopstuk is de bekroning, kopstuk of bovenbeëindiging van een zuil, pijler of pilaster, in de regel om de last of kracht op een smaller draagvlak over te brengen, veelal voorzien van beeldhouwwerk. In de klassieke architectuur vertelt het beeldhouwwerk dat het kapiteel siert, uit welke orde van de klassieke bouwkunst het bouwwerk afkomstig is: de Toscaanse, Dorische, Ionische, Korinthische of composiet. In de Griekse en Romeinse bouwkunst dienden alle verhoudingen en de vormen te voldoen aan de strenge regels van de bouworden. In Mesopotamië maakt men gebruik van het zogenaamde vorkkapiteel. Hierbij wordt de balk omsloten door de kolom, zodat de constructie beter bestand is tegen horizontale krachten, zoals aardbevingen. In de Middeleeuwen werden de bouworden vaak niet meer streng toegepast, zoals in de klassieke bouwkunst gebruikelijk was, en ontstonden er een verscheidenheid aan typen kapitelen. Zo ontstonden er in de romaanse architectuur een verscheidenheid aan romaanse kapitelen, waaronder vormen van het tektonisch kapiteel, bladwerkkapiteel en iconische kapiteel. In sommige kerken werden de kapitelen gebruikt als boeken der leken. In de kapitelen werden afbeeldingen uitgehakt die heiligen, bijbelse personen of een verhaal afbeelden. Een mooi voorbeeld hiervan is de Basiliek van Vézelay waar in bijna elk kapiteel in het schip een afbeelding is uitgehakt. Aan de onderzijde van het kapiteel vormt de astragaal de verbinding met de zuilschacht. (Wikipedia), maar ook acroteriën aangetroffen als sierend deel van een grafmonument. Nauwelijks opvallend, omdat die onderdelen geschilderdSchilderen: oppervlakkige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van één of meer verflagen. kunnen zijn. In de negentiende eeuw beleefde de terracottaTerracotta is laaggebakken, meestal ongeglazuurd, rood tot leverkleurig aardewerk.-industrie een heropleving. Voor de bouw werden toen standaardelementen geproduceerd, zoals complete frieslijsten, kapitelenEen kapiteel of kopstuk is de bekroning, kopstuk of bovenbeëindiging van een zuil, pijler of pilaster, in de regel om de last of kracht op een smaller draagvlak over te brengen, veelal voorzien van beeldhouwwerk. In de klassieke architectuur vertelt het beeldhouwwerk dat het kapiteel siert, uit welke orde van de klassieke bouwkunst het bouwwerk afkomstig is: de Toscaanse, Dorische, Ionische, Korinthische of composiet. In de Griekse en Romeinse bouwkunst dienden alle verhoudingen en de vormen te voldoen aan de strenge regels van de bouworden. In Mesopotamië maakt men gebruik van het zogenaamde vorkkapiteel. Hierbij wordt de balk omsloten door de kolom, zodat de constructie beter bestand is tegen horizontale krachten, zoals aardbevingen. In de Middeleeuwen werden de bouworden vaak niet meer streng toegepast, zoals in de klassieke bouwkunst gebruikelijk was, en ontstonden er een verscheidenheid aan typen kapitelen. Zo ontstonden er in de romaanse architectuur een verscheidenheid aan romaanse kapitelen, waaronder vormen van het tektonisch kapiteel, bladwerkkapiteel en iconische kapiteel. In sommige kerken werden de kapitelen gebruikt als boeken der leken. In de kapitelen werden afbeeldingen uitgehakt die heiligen, bijbelse personen of een verhaal afbeelden. Een mooi voorbeeld hiervan is de Basiliek van Vézelay waar in bijna elk kapiteel in het schip een afbeelding is uitgehakt. Aan de onderzijde van het kapiteel vormt de astragaal de verbinding met de zuilschacht. (Wikipedia), balkonconsoles en vensterbekroningen. De weerslag van die productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. is voor een deel op begraafplaatsen en kerkhoven terug te vinden. Meer voorkomend is echter geglazuurdAls je keramiek glazuurt, smelt je er een laagje glazuur op. aardewerkAardewerk is een breekbaar, bij lage temperatuur gebakken (600-900°C), poreus ceramiek dat allerlei kleur kan hebben, met of zonder glazuur. en zelfs porselein, vooral in toegevoegde onderdelen op graftekens.

Gegoten kunststenen graftekens

In het begin van de negentiende eeuw experimenteerde men al met het maken van kunststeen door het mengen van kalk, tras en zand, maar ook stukjes baksteen en kiezel als verschralingsmiddel ter beperking van de krimp. Het geheel werd in mallenEen mal is een gietvorm waarmee een afgietsel van een voorwerp of een onderdeel wordt gemaakt. Vloeistof wordt in de mal gegoten en stolt, waardoor de na te maken vorm ontstaat. (Conservation Dictionary) of in een bekisting gestort. Na verharding was het kunststenen object gereed voor toepassing. Met de uitvinding van Portlandcement werd de productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. van kunststeen behoorlijk vereenvoudigd.

De productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. van kunststenen bouwelementen in Nederland nam toe nadat de eerste cementfabrieken in het midden van de negentiende eeuw waren opgericht.

Bouwhistorisch onderzoek1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. laat zien dat veel kunststenen bouwelementen werden geproduceerd als vervanger van natuurstenen bouwonderdelen. De economische factor zal daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. De weerslag van die nieuwe productietechniek is op begraafplaatsen en kerkhoven in bescheidener vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) terug te vinden. Kunststenen engelen en beelden zijn de meest tot de verbeelding sprekende vormen.

Analoog aan natuurstenen vormen werden liggende en staande kunststenen graftekens gemaakt. Meestal bestaan die uit een al dan niet gewapende kunststenen kern die met natuursteenkorrels is afgewerkt. Terrazzo of granitoBekleding van vloeren, wanden, kuipen en aanrechten met veelkleurige stukjes marmer of graniet, gebed in een cementmortel. Na verharding glanzend geschuurd. De techniek is uit Italië afkomstig en werd eind XIX door de z.g. terrazzieri voor het eerst in Nederland toegepast. (Haslinghuis) graftekens worden incidenteel ook aangetroffen. Een techniekEen techniek is een werkwijze die men volgt bij het uitvoeren van een werk. Onder de techniek waarmee een kunstwerk tot stand komt, verstaat met de gebruikte techniek zoals de aquareltechniek of de film. en materiaalkeuze die zich eigenlijk minder goed lenen voor buitentoepassing wegens het vorstgevoelige karakter. Fouten in de productieProductie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie. worden na enkele jaren bestraft met monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) die uiteengedrukt worden door roestende wapening.

Houten graftekens

Het gebruik van houten graftekens is van alle eeuwen. Oudere exemplarenEen exemplaar is een voorwerp dat door een natuurhistorisch onderzoeker wordt geconserveerd of bestudeerd. (Conservation Dictionary) zijn slechts incidenteel bewaard gebleven. Wanneer in tijden van nood veel begravingen plaatsConcentratie van bebouwing. moesten vinden, werd gebruikgemaakt van hout als markering omdat dat meestal direct voorhanden was. Maar ook de verwerking van het hout en het eventueel bewerken konden eenvoudig en snel plaatsvinden.

De kosten van een houten grafteken zijn aanmerkelijk lager dan die van een stenenHarde delfstof die niet smeedbaar, niet brandbaar en (vrijwel) niet in water oplosbaar is. Wordt in de bouwkunst gebruikt als houw-, breuk- of veldsteen. (Haslinghuis) exemplaarEen exemplaar is een voorwerp dat door een natuurhistorisch onderzoeker wordt geconserveerd of bestudeerd. (Conservation Dictionary). Houten graftekens worden gekenmerkt door hun eenvoud. Hout als grafteken werd dan ook vooral gebruikt door mensen met een laag inkomen. Een brede plank is de meest eenvoudige vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned), naast de bekende kruisvorm. Soms is zowel de staande plank als het kruis met een zadeldakje tegen inwatering afgedekt. Daaroverheen werd ook wel een loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register)- of zinkslab bevestigd. In het oosten van het land werden in de eerste helft van de twintigste eeuw ook houten monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) gemaakt met glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. ervoor, zodat de tekst langer goed bleef. Het hout was gelakt of geschilderdSchilderen: oppervlakkige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van één of meer verflagen.. Een geschilderdSchilderen: oppervlakkige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van één of meer verflagen. grafschrift completeerde het geheel. Soms was deze tekst ingekerfd met een guts en vervolgens geschilderdSchilderen: oppervlakkige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van één of meer verflagen..

Ook deze houten graftekens leveren een bijdrage aan de verscheidenheid van graftekens op begraafplaatsen en kerkhoven.

Brons - koperTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Cu en het atoomnummer 29; het is roodachtig van kleur en is zeer smeedbaar en kneedbaar. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het woirdt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verschillende voorwerpen en materialen te maken. (Toegepaste Kunst Project, RKD) - zink - porselein - glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. - email

De materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) brons, koperTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Cu en het atoomnummer 29; het is roodachtig van kleur en is zeer smeedbaar en kneedbaar. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het woirdt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verschillende voorwerpen en materialen te maken. (Toegepaste Kunst Project, RKD), zink, porselein, glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. en email komen vooral in de detaillering van graftekens voor: koperen, bronzen of messingLegering van koper en zink, z.g. geelkoper. Hiervan werden talloze voorwerpen gegoten, zoals kronen, lezenaars, koorhekken of onderdelen daarvan. Men noemde dit geelgieterswerk. (Haslinghuis) lettertekens op een natuurstenen zerk, een koperen gedenkplaat op een bakstenenBakstenen zijn stenen die ontstaan door klei, hoofdzakelijk gewonnen in de uiterwaarden van de grote rivieren, te vormen in blokken en vervolgens op hoge temperatuur te bakken. grafopstand, een zinken trommel met een krans van kunstbloemen, een porseleinen crucifix op een staand kruisteken of een geëmailleerd portret.

Brons en koperTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Cu en het atoomnummer 29; het is roodachtig van kleur en is zeer smeedbaar en kneedbaar. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het woirdt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verschillende voorwerpen en materialen te maken. (Toegepaste Kunst Project, RKD) zijn materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) die al enige eeuwen voorkomen als deel van een grafteken. Bronzen plaquettes en koperen tekstborden zijn de bekendste voorbeelden. Maar ook siert menig koperen of bronzen lauwerkrans een natuurstenen graftombe of grafkapel.

Zink, porselein en glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. als sierend element zijn materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) die kenmerkend zijn voor de grafcultuur van de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zinken graftrommels waarin porseleinen portretten en kunstbloemen onder een glazen deksel zijn opgeborgen, worden zeldzaam. Zink komt ook incidenteel voor als tekstplaat op een grafteken en in technische zin samen met loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register) als afdekking op een tombe of grafkapel. De toepassing van zinken afdekkingen kwam omstreeks het midden van de negentiende eeuw wat meer in gebruik. Zwart glazen platen (marbriet genaamd) met al dan niet vergulde grafinscripties lijken kenmerkend te zijn voor het begin van de twintigste eeuw. Geëmailleerde portretten en foto’s op porseleinen plaquettes laten het beeld voortbestaan van de betrokken overledene. Veelal zijn die op een staand teken gemonteerd. Ook compleet geëmailleerde tekstborden kwamen een aantal decennia voor, om daarna weer snel te verdwijnen. Vaak vinden we deze borden nog terug op zogenoemde goedkope huurgraven of als tekstplaten op smeedijzeren hekwerken.  

Nuttige adressen

Aanbevolen literatuur

  • Atema, Y. en L. Bok, Begraafplaatsen als cultuurbezit, RDMZ/Terebinth/LOB, Sdu Uitgevers, Den Haag 2003
  • Spiegel Historiael, XVI nr. 11, november 1981, 589-599, ‘Gietijzeren graftekens in Nederland’, drs. M.L. Stokroos
  • Restauratievademecum RDMZ, Zeist/Sdu Uitgevers, Den Haag, IJzer 01, afl. 1, drs. ing. D.J. de Vries en IJzerconstructie 01, afl. 31, M.W.J. van Rooden en ir. P.K. van der Schuit
  • Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam, ‘Gietijzer in Nederland’, ‘Terra cotta in Nederland’, ‘Koper in Nederland’ en ‘Zink in Nederland’, drs. M.L. Stokroos
  • Stichting Teleac, Utrecht, 1994, ‘Begraven & Begraafplaatsen, monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) van ons bestaan’

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2021 om 13:08.