Graftekens van ijzer en kunststeen en hout

Introductie[bewerken]

IJzer is, naast natuursteen, een materiaal dat is gebruikt voor zowel graftekens als omheiningen van begraafplaatsen, kerkhoven en de graven zelf. Graftekens kunnen ook zijn gemetseld of als monoliet in kunststeen zijn uitgevoerd. Van de houten graftekens zijn er nog maar weinig over, vooral in het westen van het land zijn ze zeldzaam. Deze graftekens zijn daardoor uniek geworden. Verder is brons, koper, zink, porselein, glas en email gebruikt, vaak als onderdeel van graftekens. De variatie aan gebruikte materialen in relatie tot specifieke materiaaleigenschappen - en de daaraan gerelateerde vorm - maakt ze bijzonder naast de vele natuurstenen graftekens.

Een witte gietijzeren zandloper staat op een pedestal op een begraafplaats.
De gietijzeren zandloper is een detail bij het gietijzeren grafmonument (foto René ten Dam)
Kleine gietijzeren grafmonumenten op een grafveld begroeid met gras.
Gietijzeren grafmonumenten in een voor dat materiaal geëigende vormgeving
Een zwartwit foto van een gietijzeren grafplaat. Op de kop is te lezen: 22 May - 27 May 1756.
Grafplaat van gietijzer uit het midden van de achttiende eeuw (foto Beeldbank RCE)
Een gietijzeren doodshoofd op een hek.
Doodshoofd met gekruiste beenderen als symbool van de kortstondigheid van het leven en de betrekkelijkheid van alle aardse bezit
Een porseleinen zandloper met vleugels.
Gevleugeld zandloper, symbool van kortstondigheid van het leven
Een grafsteen met daarop twee naar beneden gerichte toortsen.
Naar beneden gerichte toortsen als symbool van het gedoofde leven
Grafteken van baksteen afgedekt met tufsteen en metalen symbool en belettering
Grafteken van baksteen afgedekt met tufsteen en metalen symbool en belettering
Kunststenen grafteken met glazen tekstplaat
Kunststenen grafteken met glazen tekstplaat
Eenvoudig houten grafteken met zinken tekstplaat
Eenvoudig houten grafteken met zinken tekstplaat
Bronzen plaquette in bakstenen grafteken, waarbij het graf is afgedekt met oranje tegels
Bronzen plaquette in bakstenen grafteken, waarbij het graf is afgedekt met oranje tegels

De grote diversiteit aan graftekens is een afspiegeling van de grafcultuur in relatie tot de tijd waarin het grafteken tot stand is gekomen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de klassiek vormgegeven, aan de oudheid ontleende graftekens die uit gegoten ijzeren onderdelen zijn samengesteld. Gietijzeren graftekens zijn typisch voor de negentiende eeuw. De toename van het gebruik van cement aan het begin van de twintigste eeuw is ook merkbaar. Een grote mate van vakmanschap manifesteert zich soms in onaanzienlijk lijkende details. Al die waarden dragen bij aan de historische kwaliteit van een begraafplaats of kerkhof.

Historie van ijzeren, kunststenen en houten graftekens

IJzer

Het gebruik van ijzer in graftekens in al zijn verschijningsvormen neemt vanaf het eind van de middeleeuwen geleidelijk toe doordat productieprocessen verbeteren en nieuwe vormen van productie worden ontwikkeld. Vanaf de Industriële Revolutie in de negentiende eeuw komt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. IJzer wordt niet langer alleen gebruikt voor zaken als hekwerken en verankeringen, maar ook voor machineonderdelen en vanaf het eind van de negentiende eeuw ook voor constructieve en decoratieve bouwelementen.

Hekwerken

Op en rondom begraafplaatsen en kerkhoven wordt vanaf de negentiende eeuw in toenemende mate ijzer gebruikt. Niet alleen de begraafplaats of het kerkhof wordt omheind met giet- en smeedijzeren hekwerken, maar ook de individuele grafplaatsen met veelal natuurstenen graftekens worden ermee omgeven. Hekwerk bestaat in het algemeen uit smeed- of gietijzeren staanders of balusters met daartussen het ‘tussenwerk’: het eigenlijke hek. Het tussenwerk kan zowel door smeden als gieten zijn vormgegeven. Het kan zijn opgebouwd uit verschillende gesmede en gegoten elementen of is soms in zijn geheel gegoten. Een soberder vorm voor het omgeven van een graf zijn hekpalen waartussen metalen kettingen zijn gehangen. Vanaf het eind van de negentiende eeuw wordt meer en meer gebruikgemaakt van staafijzer. Hiervoor wordt ook wel de term stafwerk gehanteerd, omdat de stalen standaardproducten voornamelijk uit staven van verschillend profiel bestaan.

IJzeren graftekens

Graftekens die nagenoeg geheel uit gietijzeren onderdelen zijn vervaardigd, komen minder vaak voor dan ijzeren hekwerken rondom begraafplaatsen, kerkhoven en grafplaatsen. Deze ijzeren grafmonumenten zijn globaal onder te verdelen in vlakke tekens, zowel liggend (zerken) als staand (kruisen en grafplaten), en meer ruimtelijk vormgegeven objecten.

De eerste liggende gietijzeren graftekens lijken wat het ontwerp betreft op hardstenen zerken. Men gebruikt het nieuwe materiaal om sneller en goedkoper een oude en bekende vorm te imiteren. Een voorbeeld daarvan uit 1756 is nog aanwezig in de Hervormde Kerk van Waardenburg. Met de productie van staande tekens, waaronder kruis- en obeliskvormige, lijkt zich aarzelend een nieuwe vorm voor het grafteken te ontwikkelen. Veel vormen blijft men echter ontlenen aan de natuurstenen graftekens.

Vormen en symbolen

In de groep van ruimtelijke gietijzeren graftekens nemen aan de oudheid ontleende klassieke vormen een belangrijke plaats in. Daaronder bijvoorbeeld tempeltjes of obelisken, maar ook vormen die aan een tombe refereren. Veelal zijn die graftekens bekroond met een vaas of kruis. Ook aan de oudheid ontleende ornamenten worden aangetroffen, zoals een urn of acroterie in de vorm van een palmet of sfinx. Daarnaast komen ook symbolen van eer en roem, dood en vergankelijkheid voor. Lauwerkransen symboliseren onvergankelijkheid en eeuwig leven, overwinning, roem en eerbetoon. De gevleugelde zandloper duidt op de kortstondigheid van het leven en het gestadig naderen van het stervensuur. Een neergehouden toorts of gedoofde fakkel symboliseert het gedoofde leven. Naast deze symbolen zijn er typisch christelijke tekens, zoals anker, kruis en opengeslagen bijbel.

De weerslag van alle in de loop van de tijd gebruikte vormen, constructies en ijzerkwaliteiten vinden we terug op de begraafplaatsen en kerkhoven, omdat ze daar de kans krijgen bijna ongestoord te verouderen. De instandhouding van die bijzondere graftekens is niet alleen een bijdrage aan het vastleggen van de geschiedenis van de grafcultuur uit een bepaalde periode, maar laat tevens de technische ontwikkeling van de ijzerproductie in de loop van de tijd zien.

Graftekens in gebakken steen

De baksteenconstructie als onderdeel of hulpconstructie van natuurstenen graftekens is van oudsher bekend. Als zelfstandig grafmonument komen bakstenen graftekens ongeveer vanaf de twintiger jaren van de twintigste eeuw voor. De zakelijke vormgeving ervan loopt duidelijk parallel met de toen heersende stroming in de architectuur. Vaak wordt baksteen ook toegepast met bijvoorbeeld zandstenen accenten om wat meer complexe vormen in te passen in het ontwerp.

Keramische graftekens

Het gebruik van keramische elementen als technisch afdekkend of bekledend deel van de constructie of als architectuurondersteunend deel, is tot de zakelijke architectuuropvatting te herleiden. In de eerste helft van de twintigste eeuw verschenen er door het hele land betonnen monumenten die werden afgewerkt met kleurrijke tegels, inclusief bloemenbakje.

Het gebruik van terracotta, ongeglazuurd aardewerk, stamt uit de oudheid. Op begraafplaatsen en kerkhoven komt het hoofdzakelijk als sierend of architectonisch element voor: als vaas, urn of zelfs als klassiek beeld op dito voetstuk. In kleinere vorm worden wel kapitelen, maar ook acroteriën aangetroffen als sierend deel van een grafmonument. Nauwelijks opvallend, omdat die onderdelen geschilderd kunnen zijn. In de negentiende eeuw beleefde de terracotta-industrie een heropleving. Voor de bouw werden toen standaardelementen geproduceerd, zoals complete frieslijsten, kapitelen, balkonconsoles en vensterbekroningen. De weerslag van die productie is voor een deel op begraafplaatsen en kerkhoven terug te vinden. Meer voorkomend is echter geglazuurd aardewerk en zelfs porselein, vooral in toegevoegde onderdelen op graftekens.

Gegoten kunststenen graftekens

In het begin van de negentiende eeuw experimenteerde men al met het maken van kunststeen door het mengen van kalk, tras en zand, maar ook stukjes baksteen en kiezel als verschralingsmiddel ter beperking van de krimp. Het geheel werd in mallen of in een bekisting gestort. Na verharding was het kunststenen object gereed voor toepassing. Met de uitvinding van Portlandcement werd de productie van kunststeen behoorlijk vereenvoudigd.

De productie van kunststenen bouwelementen in Nederland nam toe nadat de eerste cementfabrieken in het midden van de negentiende eeuw waren opgericht.

Bouwhistorisch onderzoek laat zien dat veel kunststenen bouwelementen werden geproduceerd als vervanger van natuurstenen bouwonderdelen. De economische factor zal daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Bovendien is natuursteen in Nederland weinig voorhanden. De weerslag van die nieuwe productietechniek is op begraafplaatsen en kerkhoven in bescheidener vorm terug te vinden. Kunststenen engelen en beelden zijn de meest tot de verbeelding sprekende vormen.

Analoog aan natuurstenen vormen werden liggende en staande kunststenen graftekens gemaakt. Meestal bestaan die uit een al dan niet gewapende kunststenen kern die met natuursteenkorrels is afgewerkt. Terrazzo of granito graftekens worden incidenteel ook aangetroffen. Een techniek en materiaalkeuze die zich eigenlijk minder goed lenen voor buitentoepassing wegens het vorstgevoelige karakter. Fouten in de productie worden na enkele jaren bestraft met graftekens die uiteengedrukt worden door roestende wapening.

Houten graftekens

Het gebruik van houten graftekens is van alle eeuwen. Oudere exemplaren zijn slechts incidenteel bewaard gebleven. Wanneer in tijden van nood veel begravingen plaats moesten vinden, werd gebruikgemaakt van hout als markering omdat dat meestal direct voorhanden was. Maar ook de verwerking van het hout en het eventueel bewerken waren eenvoudige en snelle processen.

De kosten van een houten grafteken zijn daarnaast aanmerkelijk lager dan die van een stenen exemplaar. Houten graftekens worden vaak gekenmerkt door hun eenvoud. Hout als grafteken werd dan ook vooral gebruikt door mensen met een laag inkomen. Een brede plank is de meest eenvoudige vorm, naast de bekende kruisvorm. Soms is zowel de staande plank als het kruis met een zadeldakje tegen inwatering afgedekt. Daaroverheen werd ook wel een lood- of zinkslab bevestigd. In het oosten van het land werden in de eerste helft van de twintigste eeuw ook houten monumenten gemaakt met glas ervoor, zodat de tekst langer bewaard en leesbaar bleef. Het hout was gelakt of geschilderd. Een geschilderd grafschrift completeerde het geheel. Soms was deze tekst ingekerfd met een guts en vervolgens geschilderd.

Ook deze houten graftekens leveren een bijdrage aan de verscheidenheid van graftekens op begraafplaatsen en kerkhoven.

Brons, koper, zink, porselein, glas en email

De materialen brons, koper, zink, porselein, glas en email komen vooral in de detaillering van graftekens voor: koperen, bronzen of messing lettertekens op een natuurstenen zerk, een koperen gedenkplaat op een bakstenen grafopstand, een zinken trommel met een krans van kunstbloemen, een porseleinen crucifix op een staand kruisteken of een geëmailleerd portret.

Brons en koper zijn materialen die al enige eeuwen voorkomen als deel van een grafteken. Bronzen plaquettes en koperen tekstborden zijn daarvan de bekendste voorbeelden. Maar ook menig koperen of bronzen lauwerkrans siert een natuurstenen graftombe of grafkapel.

Zink, porselein en glas als sierend element zijn kenmerkend voor de grafcultuur van de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zinken graftrommels waarin porseleinen portretten en kunstbloemen onder een glazen deksel zijn opgeborgen, worden zeldzaam. Zink komt ook incidenteel voor als tekstplaat op een grafteken en, in technische zin, samen met lood als afdekking op een tombe of grafkapel. De toepassing van zinken afdekkingen kwam omstreeks het midden van de negentiende eeuw wat meer in gebruik. Zwart glazen platen (marbriet genaamd) met al dan niet vergulde grafinscripties lijken kenmerkend te zijn voor het begin van de twintigste eeuw. Geëmailleerde portretten en foto’s op porseleinen plaquettes laten het beeld voortbestaan van de betrokken overledene. Veelal zijn die op een staand teken gemonteerd. Ook compleet geëmailleerde tekstborden kwamen een aantal decennia voor, om daarna weer snel te verdwijnen. Vaak vinden we deze borden nog terug op zogenoemde goedkope huurgraven of als tekstplaten op smeedijzeren hekwerken.  

Nuttige adressen

Aanbevolen literatuur

  • Atema, Y. en L. Bok, Begraafplaatsen als cultuurbezit, RDMZ/Terebinth/LOB, Sdu Uitgevers, Den Haag 2003
  • Spiegel Historiael, XVI nr. 11, november 1981, 589-599, ‘Gietijzeren graftekens in Nederland’, drs. M.L. Stokroos
  • Restauratievademecum RDMZ, Zeist/Sdu Uitgevers, Den Haag, IJzer 01, afl. 1, drs. ing. D.J. de Vries en IJzerconstructie 01, afl. 31, M.W.J. van Rooden en ir. P.K. van der Schuit
  • Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam, ‘Gietijzer in Nederland’, ‘Terra cotta in Nederland’, ‘Koper in Nederland’ en ‘Zink in Nederland’, drs. M.L. Stokroos
  • Stichting Teleac, Utrecht, 1994, ‘Begraven & Begraafplaatsen, monumenten van ons bestaan’

Meer informatie[bewerken]

Zie ook deze artikelen


Hoort bij deze thema's


Specialist(en)


Contact
Reageer op deze pagina via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 18 mei 2022 om 03:00.