Interieurschilderingen - inleiding

Introductie[bewerken]

Schilderingen zijn geschilderde afwerkingen die met verf zijn aangebracht op allerlei architectonische onderdelen. Ook in het historisch interieur zijn zij aanwezig, zowel zichtbaar als onzichtbaar. Hoe ouder het interieur, hoe groter de kans dat er interessante decoraties te vinden zijn. Vaak onder ogenschijnlijk eenvoudige later aangebrachte verf- of pleisterlagen. Dit artikel gaat in op wat interieurschilderingen kenmerkt en hoe ze te beschrijven, te waarderen en te onderzoeken.

De op metaal beschilderde medaillons maken deel uit van een totaalconcept.
Afb. 1. Jacques Kuyper beschilderde de metalen medaillons met grisailles. Zij maken deel uit van het totaalconcept van de muzieksalon (1789), Paviljoen Welgelegen (1785-1792) te Haarlem.
Een van vier wederopbouw schilderingen (1960-1961) in het trappenhuis van het voormalige en gesloopte Dijkzigt Ziekenhuis te Rotterdam. Dit werk is geschilderd door Johan van Reede.
Afb. 2. Een van vier wederopbouw schilderingen (1960-1961) in het trappenhuis van het voormalige en gesloopte Dijkzigt Ziekenhuis te Rotterdam. Dit werk is geschilderd door Johan van Reede.
Zaal met beschilderde behangsels, plafondschildering, schouwstuk en houtimitatie in het grachtenpand Huis van Brienen te Amsterdam.
Afb. 3. Zaal in Lodewijk XIV-stijl in het grachtenpand Huis van Brienen te Amsterdam. Beschilderde behangsels vervaardigd door Dirk Dalens III met hoekschilderingen, plafondschildering en schouwstuk van Anthonie Elliger zijn gevat in een betimmering voorzien van een houtimitatie door Bert Jonker.
Een middeleeuwse grafschildering verbeeldt de kruisiging, Sint Bavokerk te Aardenburg.
Afb. 4. Een middeleeuwse grafschildering verbeeldt de kruisiging, Sint Bavokerk te Aardenburg.
Detail van schilderingen gemaakt door Jan Kamphuijsen in 1807 voor de Etrurische zaal, Huis Barnaart te Haarlem.
Afb. 5. Detail van schilderingen gemaakt door Jan Kamphuijsen in 1807 voor de Etrurische zaal, Huis Barnaart te Haarlem.
Opperbevelhebber van de Nederlandse en Deense vloot Cornelis Tromp liet aan het eind van de zeventiende eeuw zijn buitenplaats decoreren met zijn triomf op zee, Buitenplaats Trompenburgh te ’s-Gravenland.
Afb. 6. Opperbevelhebber van de Nederlandse en Deense vloot Cornelis Tromp liet aan het eind van de zeventiende eeuw zijn buitenplaats decoreren met zijn triomf op zee, Buitenplaats Trompenburgh te ’s-Gravenland.
Reconstructie van sjabloonwerk in de neogotische kapel te Zwolle, nadat de deels ontpleisterde wanden waren aangeheeld met stucwerk.
Afb. 7. Reconstructie van sjabloonwerk in de negentiende-eeuwse neogotische kapel te Zwolle, nadat de deels ontpleisterde wanden waren aangeheeld met stucwerk.
Detail van een fresco-schildering door Cor Dik in de voormalige Berkhoffschool te Amsterdam.
Afb. 8. Detail van een fresco-schildering (1956) door Cor Dik in de voormalige Berkhoffschool te Amsterdam, Foto: Iris Dik 2018.
Detail van de met Keim geschilderde kerkschildering uit het Interbellum door François Mes in de Lambertuskerk te Maastricht.
Afb. 9. Detail van de met Keimverf geschilderde kerkschildering (1948) door François Mes in de Lambertuskerk te Maastricht.
Beschilderd balkenplafond uit 1650, inclusief consoles op de strijkbalk die de illusie wekken dat zij de geschilderde troggewelfjes dragen. Mogelijk waren de bijbehorende wanden behangen met goudleer. Landhuis Ockenburgh te 's-Gravenhage.
Afb. 10. Beschilderd balkenplafond (1650) inclusief consoles op de moerbalk die de illusie wekken dat zij de geschilderde troggewelfjes dragen. Mogelijk waren de bijbehorende wanden behangen met goudleer. Landhuis Ockenburgh te 's-Gravenhage.

Beschilderde architectuur

Interieurschilderingen staan niet op zichzelf en maken vaak deel uit van een totaalconcept. (Afb. 1) Zij zijn van alle tijden en in diverse soorten interieurs aan te treffen: in particuliere, openbare en religieuze gebouwen. Allerlei oppervlakken kunnen van schilderingen zijn voorzien. Van plafonds, wanden en vloeren tot deuren, luiken, lambriseringen, beeldsnijwerk en schoorsteenpartijen, overal zijn zij te vinden. Ook andere met verf versierde onderdelen kunnen deel uitmaken van een architectonisch ontwerp of een in de loop van de jaren gegroeid interieurensemble. Denk bijvoorbeeld aan orgels, glas-in-lood ramen, tegels en meubilair.

De geschilderde afwerking is aangebracht op een zogenaamde drager, die kan bestaan uit hout, stuc, metaal, papier, leer, glas of doek. De schilders die de architectuur decoreerden waren (en zijn) decoratieschilders of kunstschilders. Soms is het werk gesigneerd, soms gaat het om anoniem werk. Dat veranderde vanaf 1951 toen relatief veel schilderingen van gerenommeerde kunstenaars zijn uitgevoerd in (semi)overheidsgebouwen, vaak als geïntegreerd onderdeel van de nieuw ontworpen architectuur. (Afb. 2) In dat jaar voerde het Rijk de zogenaamde percentageregeling beeldenkust ter bevordering van de kunst in. Hierbij werd 1,5% van de bouwsom aan kunst besteed. Veel gemeenten en provincies volgden dit voorbeeld en de regeling bestaat nog steeds.

Het beschrijven van interieurschilderingen

Schilderingen worden op verschillende manieren aangeduid. De naamgeving kan zijn afgeleid van het bouwkundige beschilderde onderdeel (plafondschildering, bovendeurstuk) of het materiaal waarop is geschilderd (muurschildering, beschilderd behangsel, goudleerbehang). (Afb. 3) Daarnaast zijn andere manieren om schilderingen te categoriseren, namelijk op basis van de stilistische en materiaaltechnische kenmerken.

Vorm- en stijlkenmerken

Bij uiterlijke kenmerken gaat het om kleurschakeringen op paneel- en lijstwerk, hout- en marmerimitaties, heraldische wapens of symbolen, blad- en bloemenranken, diermotieven alsmede complete figuratieve of abstracte voorstellingen tot een combinatie van dit alles. Het uiterlijk is in grote mate bepaald door tijdgeest, mode, heersende stijlperiode en kunststroming. Een twintigste-eeuws werk heeft een geheel andere karakter dan een middeleeuwse of neoclassicistische schildering. (Afb. 2, 4 en 5) Daarnaast kon een opdrachtgever kiezen uit verschillende soorten thema's of voorstellingen, bijvoorbeeld een landschapsschildering, zeegezicht of historiestuk. Hierbij was de keuze niet altijd louter decoratief. Een schildering kan een iconografische betekenis hebben die voor de opdrachtgever een specifieke boodschap moest overbrengen. (Afb. 6)

Schildertechnieken

Er is onderscheid te maken in de wijze van applicatie, of te wel hoe een schildering is aangebracht. Zo kan een schildering uit de hand zijn geschilderd, of met een hulpmiddel, zoals hulplijnen, een passer, paustekening of sjabloon (in dat laatste geval spreken we van een sjabloonschildering). (Afb. 7) Soms is er sprake van een ondertekening, gemaakt met krijt, houtskool, verf, potlood of Oost-Indische inkt. Verf wordt niet alleen aangebracht met verschillende soorten penselen en kwasten, maar ook met ander schildergerei zoals natuurspons, ganzenveer of verfroller.

De structuur en textuur is verder afhankelijk van de wijze waarop de verf is verwerkt. Een droge nauwelijks vloeibare verf geeft een ander resultaat dan een sterk verdunde verf. Het effect hiervan verschilt op een glad of ruw oppervlak. Specifieke schildertechnieken zijn soms alleen geschikt voor een bepaalde ondergrond. De fresco-techniek is hier een duidelijk voorbeeld van. Alleen met kalkverf en kalkbestendige pigmenten kan op een nog natte pleisterlaag worden geschilderd. (Afb. 8)

Materiaaltechnische kenmerken

Tot slot beïnvloed het materiaal waarop en waarmee is geschilderd de uitstraling en het uiterlijk van een schildering. De gebruikte materialen verschillen per tijdsperiode, per eenvoudig of rijk interieur. Bovendien variëren zij door hun herkomst, samenstelling, fabricatie en verwerking. Dit geldt voor pigmenten, kleurstoffen, bindmiddelen en vulstoffen. Hedendaagse pigmenten en kleurstoffen zijn doorgaans meer lichtecht dan hun historische voorgangers, waarvan de kleurenpracht vaak gereduceerd is onder invloed van licht en vocht. De pigmenten en kleurstoffen zijn met name interessant omdat kleurgebruik zeer modegevoelig is. Zij zijn daarmee een bruikbare bron om een verflaag te kunnen dateren. Kleurtrends waren vaak het gevolg van nieuwe ontdekkingen, zoals het synthetisch ultramarijn. Dit werd in de loop van de negentiende eeuw populair als vliegenblauw op boerderijen en als toepassing in verf gebaseerd op waterglas dat onder ander werd geproduceerd door de firma Keim. (Afb. 9)

Een schilder gebruikt voor schilderingen op hout niet altijd dezelfde materialen als voor het schilderen op doek of op steenachtige ondergronden zoals stucwerk. Dit geldt bij uitstek voor de bindmiddelen van de verschillende verfsoorten, waaronder lijm- of kalkverf, tempera, olieverf en sinds de twintigste eeuw acryl- en alkydverf. Zo verwijst de termen fresco- of olieverfschildering naar de toegepaste materialen. Voor het bereiken van bepaalde effecten werden verder soms glasstrooisel, bladmetalen, vernissen en lakken verwerkt.

Het waarderen van interieurschilderingen

Interieurschilderingen kun je op verschillende manieren waarderen. Naast ouderdom en uniciteit is de cultureel-historische waarde van een schildering voornamelijk afhankelijk van de context.

Context

Wanneer de schildering uit de bouwtijd van het pand dateert, kan dit van grote betekenis zijn voor de waarde ervan. Dit neemt niet weg dat een schildering uit een latere decoratiefase ook interessant kan zijn. Er zijn verschillende redenen waarom een schildering waardevol kan zijn. Denk aan een beroemde eigenaar of bewoner, de kwaliteit van uitvoering, of een bekende kunstenaar. Een tijdens bouwwerkzaamheden aangetroffen schildering staat zelden op zichzelf. Bij een vondst gaat het vaak om een fragment, dat onderdeel uitmaakte van een groter geheel. (Afb. 10) Schilderingen accentueren doorgaans de afwerking of ontwerp van het interieur. Daarnaast vertegenwoordigt zo’n schildering een tijdsgeest en smaak van een bepaalde periode.

Het onderzoeken van de historische afwerking

In talloze interieurs is in de loop van de tijd een historisch verflagenpakket van opeenvolgende decoratiefasen ontstaan. Interieurdecoraties zijn immers aan mode onderhevig en vaak vervangen. Zo’n lagenpakket is een bron van interessante informatie. Professioneel kleurhistorisch onderzoek brengt stilistische en technische kenmerken van die verschillende historische afwerkingen, inclusief schilderingen, aan het licht. Terwijl archief- en literatuuronderzoek de betekenis van de schildering binnen het totaalconcept nader kan duiden. Dergelijk onderzoek kan vragen beantwoorden over bijvoorbeeld de opdracht, uitvoering, datering en restauratiegeschiedenis. Onderzoek naar de historische decoraties werpt een nieuw licht op het interieur en geeft een indruk van de wijze waarop mensen er hebben geleefd.

Lees verder

Tekst: Bernice Crijns en Richard Harmanni

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 mei 2022 om 03:01.