Isotopenonderzoek

Introductie

Onderzoek naar de aanwezigheid van chemische elementen in skeletresten geeft inzicht in vragen rond mobiliteit en dieet. De belangrijkste isotopensystemen die in de archeologie gebruikt worden zijn die van strontium, zuurstof, koolstof en stikstof. Alle elementen worden tijdens het leven opgenomen in het lichaam en de verhoudingen tussen de verschillende vormen (isotopen) van een element geven informatie over waar mensen of dieren vandaan komen en wat zij gegeten hebben.

In het kort

DoelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar voor een gerichte inspanning geleverd moet worden.: onderzoek naar herkomst (mobiliteit).
Bruikbaar voor: menselijke en dierlijke skeletresten, maar ook organische botanische resten.
Nodig: monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) van botmateriaal, haarHaar is een uitgroeisel van de opperhuid bij zoogdieren. Haar is karakteristiek voor alle zoogdieren, al komt het bij sommige soorten voor dat haar afwezig is gedurende bepaalde fasen van het leven. (Wikipedia) of tanden, of (verbrand) botanisch materiaal.

Tanden en kiezen voor analyse - foto L. Kootker
Tanden en kiezen voor analyseAnalyse is het onderzoek van een voorwerp met instrumentele en analytisch-chemische methoden. Men doet dit om bijvoorbeeld de samenstellende materialen te identificeren of de vervaardigingswijze te achterhalen. - foto L. Kootker
Monstername - foto L. Kootker
Menselijke onderkaak - foto L. Kootker
Monstername - foto L. Kootker
Menselijke onderkaak - foto L. Kootker

Strontium uit de geologische ondergrond komt via bodemgewassen en water in de voedselketen terecht. Zuurstof wordt daarin opgenomen via drink- en regenwater en de ingeademde lucht. Zuurstof en strontium komen zo terecht in het botmateriaal (hydroxyapatiet) en de gebitselementen van mens en dier. Op deze manier incorporeren zij de “lokale” Sr/O isotopen signatuur van het gebied waar zij zich bevinden.

Het glazuurDun, meestal glanzend deklaagje. (Toegepaste Kunst Project, RKD) van de permanente kiezen van de mens vormt tussen de 0 en 16 jaar. Het isotopenonderzoek op gebitselementen richt zich daarom op de mobiliteit tijdens de eerste 16 jaar van het leven. Botmateriaal remodelleert het hele leven door en daardoor geeft het isotopenonderzoek inzicht in de latere jaren van de levensloop. Bot is echter heel vatbaar voor diagenese; fysische en chemische veranderingen die plaatsvinden nadat het bot begraven wordt. Daarom wordt in de archeologie enkel tandglazuur voor herkomstonderzoek gebruikt. Het strontiumisotopenonderzoek is ook toepasbaar op archeobotanische resten om de (geologische) herkomst van het geconsumeerde voedsel te onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven..

Koolstof- en stikstofisotopen worden ook via de voedselketen in ons lichaam opgenomen en kunnen daarmee inzicht verschaffen in de types van voedselbronnen die geëxploiteerd werden, zoals C3 (tarwe, gerst) of C4 (mais, gierst) vegetatie, terrestrische voedselbronnen (vlees, melk, eieren), riviervis en mariene voedselbronnen. Voor het isotopenonderzoek naar het paleodieet wordt wel gebruikt gemaakt van bot, waarbij dan het organische bestanddeel, collageen, geïsoleerd en geanalyseerd wordt.

Kansen en beperkingen

Isotopenonderzoek is een relatief jonge specialisatie binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de archeologie. Omdat de methode gebaseerd is op referentiecollecties van isotopenverhoudingen binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. Europa is het noodzakelijk deze collecties uit te breiden en te detailleren. Inzicht in met name mobiliteit van mens en dier levert echter nu al zeer interessante en vernieuwende inzichten op.

Hoe neem je een monster

  • Laat zo mogelijk de specialist zelf of de fysisch antropoloog het monster nemen.
  • Draag handschoenen.
  • Verpak alles in plasticKunststoffen zijn chemische verbindingen die door niet-natuurlijke scheikundige processen worden gemaakt. (Wikipedia) ziplock bags of papier (in geval van haarHaar is een uitgroeisel van de opperhuid bij zoogdieren. Haar is karakteristiek voor alle zoogdieren, al komt het bij sommige soorten voor dat haar afwezig is gedurende bepaalde fasen van het leven. (Wikipedia)).

Combineren met andere methoden

Al het menselijk skeletonderzoek dient zoveel mogelijk in samenhang te worden uitgevoerd om zoveel mogelijk informatie aan de menselijke skeletresten te onttrekken. Data uit isotopenonderzoek wordt bij de C14-methode gebruikt, om het zogenaamde reservoir-effect te herkennen: een sterk marien dieet kan leiden tot een te oude datering van het C14-materiaal.

Hoe interpreteer je de resultaten

Isotopenanalyse zal altijd leiden tot een uitgebreid rapport waarin de resultaten door de specialist worden geïnterpreteerd in relatie tot -indien aangeleverd- de overige onderzoeksgegevens van het fysisch antropologisch onderzoek, en eventueel het oud-DNA-onderzoekOnderzoek van een monster, liefst vrij van contaminatie, van bijv. menselijke skeletresten om geslachtsbepaling, verwantschapsonderzoek, genetische groepssamenstelling groep, geografische herkomst te bepalen..

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen als primaire data in de basisrapportage te worden weergegeven, desnoods in een bijlage. De gebruikte methode van monstername, hoeveelheid monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary), relativering van data-precisie, en eventuele overwegingen/aanpassingen zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor de vergelijking met het onderzoek op andere sites.

Lees verder

  • Bentley R.A., 2006: Strontium Isotopes from the Earth to the Archaeological Skeleton: A Review, Journal of Archaeological Method and Theory 13, 135–187.
  • Kootker, L. M., 2012: Paleomobiliteit van mens en dier: Isotopenonderzoek in de Nederlandse archeologie. Archeobrief, 2012(2), 29-35.
  • Kootker L.M., R.J. v. Lanen, H. Kars & G.R. Davies, 2016: Strontium isoscapes in the Netherlands. Spatial variations in 87Sr/86Sr as a proxy for palaeomobility. Journal of Archaeological Science: Reports; 6: 1-13.
  • Mays S., 2010: The archaeology of human bones. Routledge, 2nd edition.

Tekst: Yvonne Lammers, met medewerking van Lisette Kootker (Geology & Geochemistry cluster, Vrije Universiteit Amsterdam)

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 jan 2021 om 15:08.