Jan de Jong (1917-2001)


Introductie

Jan de Jong (Lith 1917 - Schaijk 2001) volgde van 1951 tot 1955 de opleiding aan het Hoger Bouwkundig Onderwijs van de Katholieke Leergangen in Tilburg en daarna de post-academische Cursus Kerkelijke Architectuur in ‘s-Hertogenbosch. Zijn werk wordt gerekend tot de Bossche School, een traditionalistische bouwstijl met maatverhoudingen gebaseerd op het plastische getal; een van de gulden snede afgeleide verhoudingsleer die is ontwikkeld door de grondlegger van de Bossche School, de Benedictijner monnik en architect Dom Hans van der Laan.
Licht bakstenen kloostergebouw in een L-vorm in Bossche School-stijl, met eenvoudige rechthoekige ramen, donkerbruine dakrand en gelegen aan een open grasveld.
Afb. 1. Klooster Priorij Emmaus (1966) in Maarsen. Foto: RCE
Binnenplaats in Bossche School-stijl met licht baksteen, open galerij en strakke betonnen vijver.
Afb. 2. Eigen woning in Schaijk (1968). Foto: Wikimedia Commons / Havang
Zwart-witfoto met enkellaagse bakstenen kerk in Bossche School-stijl met strakke verhoudingen, sobere vormgeving en een rechthoekige klokkentoren met kruis.
Afb. 3. St. Lucaskerk in Den Bosch (1972). Foto: Erfgoed 's-Hertogenbosch

Cursus Kerkelijke Architectuur

De Jong kwam in de vroege jaren vijftig in contact met Van der Laan tijdens de Cursus Kerkelijke Architectuur. Deze cursus werd tussen 1946 en 1973 op initiatief van het Bisdom Den Bosch in Het Kruithuis te 's-Hertogenbosch gegeven, als reactie op de onherstelbare beschadiging en verwoesting van ongeveer honderd voornamelijk katholieke kerken in de provincie Noord-Brabant tijdens de oorlog. De cursus was bedoeld voor architecten die eerder een opleiding aan de Academie van Bouwkunst of de Technische Hogeschool Delft hadden afgerond en zich wilden specialiseren in kerkbouw. De docenten van de cursus waren de broers Hans en Dirk van der Laan en Cees Pouderoyen, alle drie architecten die in Delft waren gevormd door stedenbouwkundige en architect Marinus Jan Granpré Molière. Deze was de leidsman van de Delftse School, een traditionalistische tegenhanger van het Nieuwe Bouwen en de Amsterdamse School.

Plastische waarneming

Jan de Jong raakte tijdens zijn Bossche cursusperiode gefascineerd door de architectonische principes van Dom Hans van der Laan die waren gebaseerd op het plastische getal en een sober, ambachtelijk gebruik van materialen. De door Van der Laan ontwikkelde proportieleer heeft de driedimensoniale (plastische) waarneming van de wereld om ons heen als uitgangspunt. Door de toepassing van evenwichtige maatverhoudingen wordt ernaar gestreefd besloten ruimten tot stand te brengen waarvan alle onderdelen tot een harmonische samenhang zijn gebracht. Typerend voor deze stijl is een sterke horizontaliteit waarin binnen- en buitenruimtes met elkaar in samenhang zijn gebracht en de toepassing van ritmisch gelede diepgeplaatste ramen, strakke opgevulde voegen in het metselwerk, vloeren van gewassen grind en platte daken met een sierrand van dakpannen. Na zijn studie in ’s-Hertogenbosch bracht Jan de Jong de theorieën van Van der Laan, met wie hij een sterke band onderhield, consequent in de praktijk. Grotendeels geconcentreerd in Noord-Brabant ontwierp hij raadhuizen, woningen, scholen, kerken en kloosters en verrichtte hij ook stedenbouwkundig onderzoek.

Proportieleer

Gedurende zijn loopbaan ontwikkelde De Jong zijn eigen interpretatie van Van der Laans proportieleer, waarmee hij een unieke plaats binnen de Bossche School innam. Hij experimenteerde met ruimtelijke indelingen en ambachtelijke details. Zijn ontwerpen worden onder meer gekenmerkt door de toepassing van een sobere strakke vormentaal, galerijen voorzien van dragende kolommen in zowel binnen- als buitenruimtes en muren waarvan de dikte ruimtelijk en zintuiglijk tot uiting komt.

Hoogtepunten

Hoogtepunten in het oeuvre van Jan de Jong zijn het in 1966 in opdracht van de Kanunikessen van het Graf gerealiseerde Klooster Priorij Emmaus in Maarssen, waarvoor hij ook het meubilair ontwierp, en zijn eigen ommuurde woonhuis in de bosrijke omgeving van Schaijk uit 1968 waarin ook zijn bureau was gevestigd.

Objecten

  • Benedictuskerk in Rijswijk (1956). Gesloopt in 2004.
  • St Gerardus Majellakerk in Gemert (1959).
  • Kerk Heilige Kruisvinding in Odiliapeel (1959).
  • Klooster Priorij Emmaus, Maarssen (1958 – 1966).
  • Raadhuis Cranendonck, Budel (1967).
  • Eigen Woning, Schaijk (1967-1968).
  • Woonhuizen, Ds. Hanewinkelplaats, Ravenstein (1969).
  • St. Lucaskerk, Den Bosch (1972).
  • 11 woonhuizen, Grave (1975).
  • Bouwbureau en archief Bisdom, Den Bosch (1980).
  • Gemeentehuis Landerd, Zeeland (1983).

Bronnenlijst

  • Haan, H. de, Haagsma, I., Ramselaar W., Jan de Jong pioneer van het plastische getal, deel 1 (Haarlem 2013).
  • Haan, H. de, Haagsma, I., Ramselaar W., Jan de Jong Oeuvre van het plastische getal, deel 2 (Haarlem 2014).
  • Gids Atlas Lexicon, Gebouwen van Jan de Jong, Pionier van het plastische getal (Haarlem 2012).

Dit artikel is geschreven door Eva Villanueva.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 okt 2025 om 03:21.