Kappen en herplanten van bomen


Introductie

Deze advieslijn bevat de uitgangspunten waarmee vanuit monumentenoptiek rekening moet worden gehouden bij het kappen en herplanten van bomen.
Nieuwe boomaanplant bij buitenplaats Trompenburgh
Soms, bij voldoende licht en de juiste boomsoort, is inboeten mogelijk: op deze foto groeien jonge lindebomen mooi recht omhoog tussen oude eiken omdat er voldoende licht onder en aan weerszijden van de laan is.

Uitgangspunten

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) baseert zich hierbij op de Uitgangspunten en overwegingen advisering gebouwde en groene rijksmonumenten, 2024. De mogelijkheid om het rijksmonument aan te passen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals monumentale waarde, perspectief op behoud, wensen ten aanzien van het gebruik en visie op het monument. Ook de technische staat, de stedenbouwkundige situatie, de vraag of sprake is van langdurige leegstand en de kansen om het monument een nieuwe toekomst te geven, spelen hierbij een rol. Monumenten vragen dus om maatwerk.


Planproces en procedure

Duidelijkheid over de vereiste vergunningprocedure en een tijdige aanvang van de vergunningprocedure is belangrijk. Wanneer vooraf duidelijk is welke vergunningen nodig zijn en welke procedure moet worden gevolgd, kan hier tijdig rekening mee worden gehouden in de planning. Dit voorkomt onverwachte vertragingen tijdens het project. De benodigde onderzoeken, rapportages en tekeningen kunnen dan op tijd worden voorbereid en ingediend. Ook kunnen wijzigingen in de vergunningprocedure leiden tot extra onderzoek, aanpassingen in het plan of stilstand van werkzaamheden, wat extra kosten met zich meebrengt. En het geeft initiatiefnemers, adviseurs en bevoegde instanties de mogelijkheid om tijdig met elkaar af te stemmen over de voorwaarden, eisen en randvoorwaarden van het project. De gemeente is het bevoegd gezag en zal de vergunning al dan niet verlenen. In sommige gevallen heeft de RCE een adviserende rol. Zie hiervoor ook de Wegwijzer gebouwde en aangelegde (groene) rijksmonumenten.

Monumentaal groen

Voor aangelegd groen erfgoed wordt de monumentale waarde doorgaans bepaald door cultuurhistorische, tuinarchitectonische en horticulturele aspecten. Ook spelen natuurwaarden, situationele - en ensemblewaarden, gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid een rol. Aangelegd groen erfgoed is een bijzondere categorie, omdat deze grotendeels uit levend materiaal bestaat. In een tuin of park vormen ontwerp en beplanting het begin van een beeld dat pas na verloop van tijd tot wasdom komt. Het is de opgave het karakter, de proporties en de levendigheid van een groen monument te behouden, ondanks de groei en vergankelijkheid van het materiaal.

Bomen spelen binnen een groenontwerp een essentiële rol, omdat ze door hun grote massa veel invloed hebben op de ruimtewerking. Dit kunnen zowel jonge, volwassen, monumentale als veterane bomen zijn. Veterane bomen zijn vaak zeer oude bomen die vanwege hun in de tijd ontstane uiterlijke kenmerken (gedeeltelijke holle stammen, scheuren, spleten of losse schors) leefruimte bieden voor onder meer vogels, insecten en paddenstoelen. Ze zijn van onschatbare waarde voor de biodiversiteit en zorgen mede voor een unieke, herkenbare identiteit van de groene aanleg. Met strategisch geplaatste bomen worden zichtlijnen of (zicht)assen gecreëerd die voor ruimtelijke samenhang zorgen. Het uitvallen van bomen door ouderdom leidt vaak tot discussie over de waarde van het ontwerp versus het behoud van authentiek plantmateriaal. De zeldzaamheid van sommige boomsoorten verklaart waarom soms tot het uiterste wordt gegaan om het oorspronkelijke materiaal, zoals historische cultivars te behouden. Historisch plantmateriaal kan bijzonder en zeldzaam zijn.

Gevolgen voor de monumentale waarden

Het kappen van bomen heeft grote gevolgen voor de beleving van het authentieke aanzicht, de ruimtelijke samenhang en de historische betekenis van de groenaanleg.

Advies

Bij de beslissing om tot vervanging van bomen over te gaan spelen verschillende belangen, zoals cultuurhistorische waarden en natuurwaarden een rol. Om tot een breed gedragen en verantwoord ontwerp te komen, is een zorgvuldig proces van planvorming en uitvoering van groot belang.

Aandachtspunten

Hierbij zijn de volgende aspecten essentieel:

Algemeen

  • Omschrijf de aanleiding voor het initiatief en de daaruit voortvloeiende opgave en onderbouw daarnaast de noodzaak van het kappen van bomen.
  • Schakel een deskundige boomadviseur en bij voorkeur een gecertificeerd boomtechnicus (bijvoorbeeld een ETT-gecertificeerde specialist of iemand met een Vetcert-diploma) in. Bespreek samen de verschillende mogelijkheden: behoud van de bomen, gedeeltelijke vervanging of volledige vervanging. Onderzoek ook of er alternatieven zijn die kap kunnen voorkomen of op zijn minst voor langere tijd kunnen uitstellen.
  • Schakel een ter zake deskundig tuinontwerper in.

Onderzoek

  1. Laat cultuurhistorisch onderzoek doen. Hoe oud zijn de bomen, wat waren en zijn de soorten, de plantafstand en het plantverband? Welke monumentale waarde hebben de bomen? Bij welke periode en stijl van de aanleg horen de huidige bomen? Wat is de structuurbepalende rol van de bomen? Vormen ze een laan of is het een solitair die bepalend is in het oorspronkelijke groenontwerp. Onderzoek ook of er bomen zijn die geen onderdeel vormden van het oorspronkelijke ontwerp, maar die wel cultuurhistorisch en ecologisch waardevol zijn.
  2. Check het gebied op archeologische waarden en beoordeel de gevolgen van een eventuele kap voor de archeologie. Breng in kaart welke archeologische waarden in het gebied aanwezig zijn, en de impact van de voorgenomen kap en/of aanplant hierop. Denk bijvoorbeeld aan ondiep gelegen archeologische waarden die beschadigd worden door graafwerkzaamheden voor aanplant en rooien (verwijderen inclusief wortels en stronk). Of schade als gevolg van doorworteling.
  3. Laat door een ETT-gecertificeerde specialist of iemand met een Vetcert-diploma de staat van de bomen onderzoeken.
  4. Laat deze daarnaast beoordelen of er sprake is van een bijzondere, zeldzame (onder)soort, waarvan zo nodig genetisch materiaal afgenomen kan worden (vruchten of stekken).
  5. Onderzoek wat de oorzaak is van de slechte staat van de bomen. Is het de ouderdom? Of ligt de oorzaak in het beheer, een slechte bodem, beperkte of overvloedige watertoevoer, fluctuerende grondwaterspiegel, milieuproblemen zoals gebruik van bestrijdingsmiddelen in de nabijheid of een combinatie hiervan? Wordt het blad niet teveel weggeruimd? Is er sprake van verdichting van de grond door parkeren, evenementen of bouwwerkzaamheden? Of vindt er intensieve landbouw of industriële bedrijvigheid plaats?
  6. Onderzoek wat de publieke opinie aangaande de beoogde kap van bomen is en betrek die bij de belangenafweging. In tijden van afnemende biodiversiteit en klimaatverandering gaan bomen tellen, ook in de publieke opinie.
  7. Breng in kaart wat de gevolgen van de voorgenomen kap zijn voor natuurwaarden, zoals de aanwezigheid van vleermuizen, eekhoorns en, holenbroeders – als biotoop en als voedselbron. Breng ook de boommicrohabitats in kaart, zoals insecten, schimmels en zwammen.
  8. Inventariseer of kap gevolgen heeft voor gemeentelijke -, provinciale - of nationale beleidsdoelstellingen waaraan moet worden voldaan. Denk bijvoorbeeld aan de bijdrage van volwassen bomen aan de remming van klimaatverandering in de zin van CO2-opslag. Wat gebeurt er bij kap met het stamhout: blijft de CO2 opgeslagen of komt deze juist vrij door bijvoorbeeld verbranding? Als er een herplantplicht is voor bomen die niet van waarde of zelfs verstorend zijn voor het rijksmonument, zoek dan een plek voor de nieuw te planten bomen ofwel buiten het rijksmonument, of op een plek die de aanleg van het rijksmonument op een andere plek herstelt of tenminste niet schaadt
  9. Plan een locatiebezoek in met de betrokken instanties en andere belanghebbenden zoals de zoogdieren- en vleermuisvereniging en omwonenden en bespreek de resultaten van de onderzoeken. In dezelfde of een volgende bijeenkomst kunnen de scenario’s voor kap en heraanplant besproken worden.
  10. Maak op basis van de onderzoeken en besprekingen een uitvoeringsplan waaruit blijkt wat het nut en de noodzaak van de kap van de bomen is en of de eventuele kap en herplant van bomen in zijn geheel of in fasen wordt uitgevoerd.

Aandachtspunten voor het uitvoeringsplan

  • Sommige bomen zijn gelegen in een beschermd gebied (beschermd stads- of dorpsgezicht, een wederopbouwgebied van nationaal belang, werelderfgoed of een beschermde (groen)aanleg zoals een buitenplaats of boerenerf). Houd dan rekening met de (vastgestelde) cultuurhistorische waarde en het ruimtelijk karakter van dat gebied waarin het monument ligt.
  • Vervanging door een andere boomsoort is in sommige gevallen een optie, mits daarvoor een goed onderbouwde motivatie is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de oorspronkelijke boomsoort structureel last heeft van ziektes of als de bestaande soort niet toekomstbestendig is vanwege veranderingen in temperatuur, droogte of bodemgesteldheid.
  • Bij lanen zijn het historische ontwerp en de plek in tuin en landschap mede bepalend voor de keuze of een laan in één keer gekapt en herplant kan worden of in fases. Een formele, rechte laan in een open landschap, vraagt bijvoorbeeld eerder om vervanging van alle bomen. Gaten in een laan en bomen met verschillende leeftijden vallen namelijk meer op en verstoren het ontwerp. Een meer verborgen of een gebogen laan in een bosrijke omgeving of romantische tuinstijl geeft meer vrijheid om in te boeten of in fases te vervangen. Bij lanen met een ruim plantverband kunnen dode bomen vaak prima worden vervangen door nieuwe bomen.
  • Overweeg bij volledige kap van een laan, als de technische staat van die bomen dat toestaat, de voorste en achterste twee of vier bomen nog wat langer te laten staan. Dan blijft de eerste indruk van ouderdom nog gedeeltelijk beleefbaar en heeft de laan een markant begin- en eindpunt.
  • Streef naar het herplanten van nieuwe laanbomen op dezelfde plek als de oude bomen. Dit heeft als groot voordeel dat de plantafstand behouden blijft en dat het bij kruisingen van lanen en het begin en eindpunt van de laan goed blijft uitkomen. Bovendien zijn de historische plantafstand en het gekozen plantverband cultuurhistorisch waardevol.
  • Ook solitaire bomen en boomgroepen hebben een bewust gekozen locatie in het ontwerp. Plant bij geplande vervanging van de oude bomen op dezelfde plek. In sommige gevallen kunnen alvast jonge bomen ernaast geplant worden als de ruimtelijke werking en de beleving van de groenaanleg hierdoor niet wijzigt.
  • Zijn meerdere lanen of andere boomopstanden slecht, maak dan een integraal verjongingsplan met prioritering.
  • Houd er rekening mee dat nieuw aangeplante bomen aan alle zijden tenminste tien meter ruimte nodig hebben om voldoende licht te krijgen om goed en recht te kunnen opgroeien. Het vervangen van bestaande of uitgevallen bomen door nieuwe bomen (inboeten) is bij een korte plantafstand weinig succesvol, omdat ze vaak scheef groeien door een gebrek aan licht. Een minder lichtbehoevende soort is denkbaar mits de noodzaak daarvoor goed wordt onderbouwd. Het is bijvoorbeeld soms mogelijk om een linde tussen bestaande eiken te planten. Het is raadzaam om er eerst een paar te planten en de groei samen met een boomspecialist, een paar jaar te monitoren.
  • Zorg ervoor dat een nieuwe boomsoort zich voegt in het bestaande landschap en in het historische beeld van het groenontwerp.
  • Bedenk dat een monumentale en veterane boom soms nog prima een tijd mee kan, maar wel meer onderhoud nodig heeft.
  • Voorkom bij gebruik van (zwaar) materieel schade aan bomen en wortels en verdichting van de bodem. Tref beschermende maatregelen, zoals rijplaten, in overleg met de boomdeskundige en/of een vakkundig boomverzorger. Plaats geen bouwkeet of voertuigen op het wortelpakket onder bomen.

Uitvoeringsplan

Een compleet uitvoeringsplan bevat:

  • Informatie over de oude situatie: soort, plantverband, plantafstand, technische toestand
  • Informatie over de nieuwe situatie:
  1. De soort te herplanten bomen.
  2. De plantafstand van de bomen.
  3. Het plantverband (bijvoorbeeld blokverband of driehoeksverband).
  4. Of de stobben worden gefreesd of niet, nieuwe plantlocaties.
  5. Of de bomen in zijn geheel of in fasen gekapt en herplant worden en welke.
  6. Een overzicht van werkzaamheden die mogelijk gekoppeld kunnen worden aan de kapwerkzaamheden zoals rioolwerkzaamheden, een andere verharding of versmalling van de weg.
  7. Zo nodig, een plan ter verbetering van de groeiplaats.

Tenslotte

Tenslotte wordt opgemerkt dat het (gedeeltelijk) vervangen van bomen alleen een kans van slagen heeft als er een goed uitvoerings- en beheerplan met bijbehorend budget ligt. Daarnaast is na aanplant in de herfst of winter (voorjaar wordt afgeraden) tenminste twee jaar watergeven in de groeiperioden noodzakelijk.




Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 16 jun 2026 om 02:07.