Kustduinen
Introductie
Het Nederlandse kustduingebied is uitgestrekt en landschappelijk zeer gevarieerd. De duinen laten een veelheid van aardkundige vormen zien die het gevolg zijn van de invloed van water en wind. Op een aantal plaatsen geeft het zeewater niet alleen op het strand maar ook in het duinmassief in belangrijke mate vorm aan het landschap, vanwege de daar aanwezige slufters. Natuurlijke slufters komen nog voor op Texel, Schiermonnikoog en in Zeeuws-Vlaanderen (Zwin). Bij Schoorl is in het kader van dynamisch kustbeheer bij wijze van experiment een nieuwe slufter gemaakt, de Kerf. In de duinstreek is bijzonder goed te zien welke invloed verstuivingen, de grondwaterstand en natuurlijke vegetaties op elkaar en het oppervlaktereliëf uitoefenen.


Kustduinen in het kort
Kenmerkendheid
Duinlandschappen bestaan uit een zeer gevarieerd mozaïek van stranden, stuivende duinen, slufters en groene stranden, stilstaande wateren, natte valleien en moerassen, droge duingraslanden, natte en droge duinheide, struwelen, beekjes, matig voedselrijke graslanden en bossen.
Het grootste deel van de duinstreek is tegenwoordig in gebruik als zeewering en heeft als nevenfuncties natuur en/of waterwinning en recreatie. Op meerdere plekken zien we restanten van het oorspronkelijk gebruik terug, zoals gemeenschappelijk weilanden (vroongronden) in Zeeland of kleine aardappelakkertjes (zeedorpenlandschap) bij Egmond aan Zee, Wijk aan Zee, Zandvoort, Katwijk en Scheveningen.
Materiaal
De kustduinen bestaan uit matig grof tot fijn zand. Het kalkgehalte van het zand ten noorden van Bergen (Noord-Holland) van nature veel lager dan ten zuiden van Bergen. Deze zanden horen bij het Laagpakket van Schoorl binnen de Naaldwijk Formatie.
Huidige aardkundige processen
Grootschalige verstuivingen kenmerkten de duinen tot in de 19e eeuw. Op veel plekken is de duinvorming echter vastgelegd door vegetatie. Lokaal komt nog actieve verstuiving voor, bijvoorbeeld bij doorbraken van de zee en vorming van duinmeren en -valleien. De oostzijden van Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog kennen nog altijd een unieke verstuivingsdynamiek. Elders, zoals in de Kennemerduinen, zijn natuurprojecten gestart gericht op herstel van verstuiving.
Achtergrond
Ontstaan en voorkomen
Tussen circa 3000 en 1500 voor Christus zijn door de zee smalle, langgerekte zandlichamen opgeworpen, de strandwallen. Op deze strandwallen vormden zich de Oude Duinen. De huidige kustduinen (Jonge Duinen) langs de Nederlandse kust zijn gevormd vanaf ongeveer het jaar 900 tot de 16e eeuw. Deze kustduinen ontwikkelden zich in de meeste gevallen bovenop de reeds bestaande Oude Duinen. De duinen van het vasteland van Holland kenmerken zich door de opeenvolging dwars op de kust van primaire duinen, kamduinen (geschakelde paraboolduinen) en losse paraboolduinen en daarachter de binnenduinrand. Kenmerkend zijn ook de secundaire verstuivingen achter de zeereep.
In het Deltagebied zien we een ander patroon. Hier wordt het duingebied gekenmerkt door primaire duinvalleien, een weerspiegeling van de voorheen grote dynamiek. Hier is nog altijd meer ruimte voor dynamiek dan in de Hollandse duinen.
Grote delen van de duinen zijn tot in het begin van de twintigste eeuw beweid. Het gevolg was dat de condities er lange tijd verre van gunstig waren voor plantengroei, waardoor verstuivingen konden optreden. Landinwaarts werd het zand vaak wel tegengehouden door vegetatie, waardoor kamduinen tot 50 m boven NAP konden ontstaan (tussen Groet en Bergen).
De huidige duinkust is alleen van Camperduin tot Hoek van Holland een min of meer aaneengesloten geheel. In het noorden is de duinstreek door inbraken van de zee inmiddels gescheiden van het vasteland door de Waddenzee.
Bodems en waterhuishouding
Er heeft weinig bodemvorming plaatsgevonden in de duinen, er komen vooral duin- en vlakvaaggronden voor. De ouderdom en het kalkgehalte van de duinen loopt uiteen. De duinen zijn een inzijgingsgebied, er drijft een zoetwaterbel op zwaarder zouter zeewater. Langs de binnenduinranden treedt vaak kwel op.
Relaties met landschappelijke waarden
Cultuurhistorie en archeologie
Voordat de Jonge Duinen zich ontwikkelden woonden er ook mensen. Op meerdere plekken zijn sporen van bewoning aangetroffen, uit de prehistorie of de Vroege Middeleeuwen. Deze bewoningssporen zijn later door de vorming van de Jonge Duinen geheel of gedeeltelijk zijn overstoven. Door nieuwe verstuiving komen oudere bewoningssporen nu vaak weer aan het oppervlak.
Aan het landbouwkundig gebruik herinneren aardappelveldjes, vaak omringd door wallen die ontstaan zijn door het verlagen van het oppervlak van de percelen om dichter bij het grondwater te komen. In Middenduin bij Castricum heeft men vergeefs gepoogd aardappels en rogge te verbouwen. Fysieke herinneringen vormen aarden wallen (opgeworpen door het egaliseren van een vallei), hagen en doornstruiken (als veekering) en oude boerderijen. Zo hier en daar zijn zelfs oude verkavelingspatronen nog zichtbaar. Andere elementen in de duinen die herinneren aan het gebruik door de mens zijn vinkenbanen, konijnenwarandes, wasserijen en vaarten (onder andere brouwersvaarten).
Meer in de binnenduinrand komen we landschappelijke sporen tegen van extensieve begrazing: mienten (Noord- en Zuid-Holland) of vroongronden (Zeeland). Op Goeree liggen rondom akkertjes verschillende soorten wallen van zand: schurvelingen en zandwallen. De zandwal (of hoogte) is het zichtbare resultaat van het afgraven van de grond zoals dat algemeen werd toegepast in de 19e en het begin van deze eeuw. Het afgraven had als doel de hameeten (akkertjes) vruchtbaarder te maken. De lagere schurveling daarentegen dateert uit de Middeleeuwen en had een functie als erfscheiding en veekering.
In de Tweede Wereldoorlog zijn door de Duitsers uitgebreide verdedigingswerken aangelegd (Atlantikwall).
Soms zijn de duinen zelf cultuurhistorie: zo is de duinenrij vanaf de Hondsbossche Zeewering tot aan Huisduinen ontstaan doordat de mens daar ooit een stuifdijk heeft aangelegd. Hetzelfde zien we bijvoorbeeld op Terschelling, waar een stuifdijk ook bepalend is geweest voor de duinvorming ter plaatse. De duinen zijn op grote schaal ingeplant met helm. Omdat deze plant sterk vertakt en een diepgaand wortelstelsel heeft en met zijn dicht aaneengesloten stengels en bladeren bij uitstek geschikt is voor een verdere opbouw en versteviging van het duinlichaam. De Jonge Duinen hebben namelijk een belangrijke functie als zeewering.
Ecologie en biodiversiteit
De duinen bestaan tegenwoordig voor het grootste gedeelte uit 'natuurterrein'. De grote rijkdom aan verschillende vegetatietypen en bijbehorende planten en dieren hangt vooral samen met de kleinschalige verschillen in hoogte reliëf (waardoor verschillen ontstaan in microklimaat en bodemvochtigheid), het verschillende kalkgehalte van de bodem en de (landwaarts afnemende) aanvoer van zout water en van zout door de lucht.
De kustduinstreek vertoont een grote variatie in flora en fauna door:
- Kalkarm zand ten noorden van Bergen (vooral heidesoorten) en kalkrijk zand ten zuiden daarvan (duindoornstruweel);
- Grote variatie in ouderdom en grofheid van sediment, daardoor grote variatie in stadia van uitloging(van kalkrijk zand tot podsol);
- Reliëf en daarmee samenhangende hydrologische (afwisseling van droge heuvels en vochtige valleien) en klimatologische (expositie van hellingen ten opzichte van de zoninstraling, beschutting tegen wind) variatie;
- Zout-zoet gradiënten (met name op de Waddeneilanden);
- Landinwaarts en naar het zuidoosten toe afnemende invloed van de zee.
Tweederde van de in Nederland groeiende wilde plantensoorten komt voor in de duinstreek langs de kust. In nu nog actieve duinen kan men de successie van algen naar (korst)mossen, grasvegetaties, heide, struweel en bos duidelijk waarnemen, evenals de ruimtelijke relaties tussen ecologische gemeenschappen. Zo profiteren natte duinvalleien van de kwel die een gevolg is van de vorming van een zoetwaterbel onder het gehele duinmassief. Een belangrijke factuur voor de natuur in de duinen is de 'salt spray', de zoute aanlandige wind. Deze zorgt ervoor dat slechts weinig plantensoorten zijn bestand tegen de combinatie van hoge dynamiek, zout eb vocht zoals die hier voorkomt. Ontbreekt de 'salt spray', dan ontstaat een totaal ander landschap. Dat is goed te zien in Voorne's Duin, dat door de ontwikkeling van de Maasvlakte totaal is dichtgegroeid met struweel en bos.
De laatste eeuwen zijn pogingen gedaan in de dichter bij zee gelegen delen van de duinstreek bos te laten groeien. Opgaand loofhout kan er echter nauwelijks gedijen doordat de straffe zeewind veel zand- en zoutdeeltjes aanvoert, waarmee de bladeren soms zo worden gebombardeerd dat ze afsterven, Daarbij veroorzaakt de sterke wind ook een aanzienlijke verdamping die tot verdroging kan leiden. Zelfs naaldhoutsoorten kunnen de zeewind niet altijd verdragen. Alleen de Oostenrijkse en Corsicaanse den bieden mogelijkheden, en met deze soorten heeft Staatsbosbeheer in de tweede helft van de 19e eeuw dan ook tal van sterk door verstuiving bedreigde kustduincomplexen beplant.
De zoölogische waarde van de duinstreek ligt vooral op het gebied van vogels, niet in de laatste plaats door de concentraties trekvogels.
Beheer
Aantastingen en bedreigingen
De belangrijkste motoren achter de kleinschalige verschillen, zijn wind en zeewater. In grote delen van de duinen kunnen beide voor voldoende landschappelijke variatie zorgen. Zolang echter op veel plaatsen de natuurlijke successie wordt versneld door stikstofdepositie, is het vaak noodzakelijk om intensiever te beheren of de verstuiving weer op gang te helpen door kale plekken te maken.
Beheeropties
Kustduinen zijn niet alleen aardkundig van belang, of vanuit natuurdoelstellingen, maar fungeren bovenal als beveiliging tegen de zee. De opgave is om de verschillende functies met elkaar te combineren. Het aardkundig beheer van duinen dient gericht te zijn op het instandhouden of herstellen (reactiveren) van de geomorfologische en hydrologische processen.
Behoud
De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:
- Niets doen, dat wil zeggen: niet graven of ontwateren;
- Begrazing en/of bemaaiing om de landschappelijke afwisseling te behouden;
- Bij natuurontwikkeling (vegetatie en fauna) aansluiten bij de natuurlijke aardkundige processen en potentie van het gebied.
Accentueren/zichtbaar(der) maken
Reliëf kan meegenomen worden bij de inrichting en herinrichting van landschappen. Bijvoorbeeld: voor een wandelpad niet het duin afgraven, maar met het pad aansluiten op het type duin.
Herstel
De beheerwerkzaamheden hebben betrekking op herstel van zout-zoetgradiënten, verstuiving en/of van de hydrologische situatie en kunnen bestaan uit:
- Vorming van zee-inbraken (slufters);
- Tegengaan van verstruiking door vegetatie te verwijderen (met name Duindoorn-opslag);
- Betreding door wandelaars en ruiters toestaan en mogelijk maken, ook ter verhoging van deinformatiefunctie van het geomorfologisch actieve proces van verstuiving van zand;
- Afdammen of omleiden van ontwateringsloten;
- Niet langer inplanten met helm.
Voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer
- De hoge parallelle paraboolduin-kamduincomplexen langs de Hollandse kust zijn grotendeels fossiel. Kleine secundaire verstuivingen zorgen echter nog voor kleine verhogingen in het reliëf en het opnieuw starten van de vegetatiesuccessie. Deze kleine verstuivingen, de stuifkuilen, ontstaan door lokale overbegrazing, vergraving of betreding. In de duinen van Schoorl en Terschelling zijn vastgelegde stuifkuilen gereactiveerd door het weghalen van humeus zand.
- In Zeeland wordt gewerkt aan dynamisch kustbeheer op Schouwen. Hier ontwikkelt zich een groot stuivend duinlandschap met nieuwe duinvalleien. Hiermee zou de ecologische en morfologische relatie tussen zee, strand en duinen weer kunnen worden hersteld.
- Op de Waddeneilanden werken Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat samen aan verschillende proefprojecten gericht op vergroting van dynamiek in de zeereep (stimuleren van verstuiving en toelaten van zoutwater in het duingebied). Het proefproject dynamisch kustbeheer bij paal 14 loopt sinds 1998. De evaluatie is inmiddels gereed.
- De Kerf is een natuurproject in de Noord-Hollandse kustduinen tussen Bergen en Schoorl. In 1997 zijn hier de eerste maatregelen genomen om zand, wind en water weer vrij spel te geven. Als klap op de vuurpijl is daarbij een gat gegraven in de eerste duinenrij waardoor af en toe zeewater in de achterliggende duinvallei kan stromen. Afgelopen jaren heeft de natuur razend snel van de nieuwe situatie geprofiteerd. Veel bijzondere planten en dieren hebben zich in het gebied gevestigd. Bij de ingreep is echter een imposante gave loopduinkam aangegraven en is met het zand aangrenzend door microreliëf verlevendigd terrein opgehoogd. De Kerf is tot stand gekomen dankzij een samenwerkingsverband tussen de Stichting Duinbehoud, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland.
Knelpunten in de praktijk
Door de relatief grote dynamiek van de duinen speelt verder altijd de discussie: niet doen of ingrijpen. Fossiele kamduinen zijn immers net zo goed van aardkundige betekenis als een nieuw verstuivingsproces, waarbij het fossiele kamduin wellicht verdwijnt.
Verder lezen
Kustduinen op geologievannederland.nl
- Jungerius, P.D. & J.A. Klijn (1999). Aardkundige waarden in de kustduinen, Holland's Duinen.
- Klijn, J. A. (1981). Nederlandse kustduinen: geomorfologie en bodems. Wageningen University and Research.
Oorspronkelijke tekst afkomstig uit het Handboek Aardkundig Landschapsbeheer
Gebiedsbeschrijvingen
De volgende gebiedsbeschrijvingen horen bij dit landschapselement:
| Provincie | Aardkundig fenomeen (primair) | Aardkundig fenomeen (overige) | |
|---|---|---|---|
| Duingebied Egmond-Wijk aan Zee | Noord-Holland | duinreliëf | kamduin, paraboolduin, strandwalcomplex, stuifdijk |
| Duingebied Petten-Den Helder | Noord-Holland | duinreliëf | duinmeer, paraboolduin, stuifdijk |
| Duingebied Schoorl-Egmond | Noord-Holland | duinreliëf | actieve kwelder / schor, kamduin, paraboolduin, stuifdijk |
| Duingebied Zuid-Kennemerland | Noord-Holland | duinreliëf | kamduin, paraboolduin, strandwalcomplex, stuifdijk |
Zie ook
Artikelen- Aardkundig erfgoed - beheer
- Aardkundig erfgoed - inleiding
- Aardkundig erfgoed - tabel van gebiedsbeschrijvingen
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 jun 2026 om 02:05.