Leien in Rijndekking - werkzaamheden

Introductie

Leibedekking heeft regelmatig onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. nodig. Voert u werkzaamheden uit aan de leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis)? Dan zijn een aantal aandachtspunten van belang.

Afbladderende leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) uit Sauerland
Hervormde kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) te Zoelen in Gelderland
Reparatie van een Rijndak met gebruikmaking van een koperen strip. Hervormde kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) te Bergharen in Gelderland
Reparatie van een Rijndak met gebruikmaking van een koperen strip. Hervormde kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) te Bergharen in Gelderland
Dubbele dekking op de toren van een hervormde kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis)
Oud-Duitse dekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis): breedteverschillen en hoogteverschillen. Hervormde kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) te Ruurlo in Gelderland
Dakloopsteiger op de kapel van het Sint-Pieters- en Bloklandsgasthuis in Amersfoort. Let op de correctie van de stijglijn.
Janskerk in Haarlem: sjabloondekkingAls alle leien hetzelfde formaat hebben wordt dit ook wel sjabloondekking genoemd. met een verkeerde stijglijn.
Zuidwesthoek van de theekoepel op de Waaldijk te Druten in Gelderland. Vanaf deze hoek worden de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) van het weer af gedekt.
Van het weer af overlappende dakvlakken. Let verder op de doorgedekte kilInspringende hoek waar twee dakvlakken elkaar ontmoeten. (Haslinghuis) rechts van de keper.
Ladderhaken die zo gekleurdKleuren (activiteit) is het geheel aankleuren van de beeldlaag of de drager door daarin een kleurstof aan te brengen. (Conservation Dictionary) zijn dat ze tegen de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) wegvallen
Monnikskap op het dakWordt gebruikt voor de overdekkingen van de buitenkant van gebouwen of andere constructies, inclusief het dakwerk en het geraamte daarvan. (AAT-Ned) van de Waag van Deventer

Eisen aan dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis)

Voor gespijkerde leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) is een horizontaal dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) een vereiste, omdat je hiermee voorkomt dat ten gevolge van de krimp van de delen de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) scheurenEen scheur is een barst of een uiteenrijting in een flexibel materiaal waarbij geen materiaal verloren gaat en waarbij weinig vervorming optreedt. Een scheur is een vorm van mechanische schade, veroorzaakt door het met kracht uit elkaar trekken van een flexibel materiaal zoals papier of textiel.. In deze eis ligt het maken van een sporenkapSporenkappen zijn kappen die bestaan uit een reeks achter elkaar opgestelde sporenparen met hanebalken, eventueel ondersteund door flieringen op kapgebinten. opgesloten. Bij veel oude gebouwenvrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijke met wanden omsloten toegankelijke ruimte, die direct of indirect met de grond is verbonden. is dit het geval. Naaldhout is sinds lange tijd het meest gebruikt voor beschot. Sporadisch komt nog oud eiken beschot voor. Eiken dient men zeer zorgvuldig te handhaven.

dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis)

Bij leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis) is het belangrijk dat er een naar buiten afwaterende aansluiting ontstaat. Dit geldt in het bijzonder voor de RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis), die bijna altijd enkel gedekt is. De voorkeur heeft het aanbrengen van dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) met arm geschaafde delen. Door krimp van het hout leveren de naden een aanzienlijke bijdrage aan een goede ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. van de kap. Wel levert dit wat meer houtverlies op. In veel gevallen zijn ventilatiekappen bij arm geschaafd beschot overbodig of kunnen sterk worden beperkt.

rabatdelenSchroten met een veer en een groef.

Een andere mogelijkheid is de toepassing van rabatdelenSchroten met een veer en een groef. van voldoende breedte. Rabatdelen zijn vooral na de Tweede Wereldoorlog steeds meer toegepast. Dakbeschot van rabatdelenSchroten met een veer en een groef. beperkt echter de ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. van kapconstructiesWijze waarop een kap geconstrueerd is. Bij een sporenkap wordt de dakbedekking gedragen door een reeks gespannen die oorspr. in de lengterichting van de kap niet met elkaar verbonden zijn. Sedert XIIIm ontwikkelden zich ondersteuningsconstructies waarbij de gespannen rusten op flieringen, die op de kapgebinten liggen. Er ontstaat dan een constructie van kapgebinten, bestaande uit een of meer schaargebinten op elkaar. Men noemt deze voor de Nederlanden typische constructie een Oudhollandse kap. De gebruikelijke dakhelling is 55-60°. Een bijzondere vorm heeft een houten tongewelf dat in de kapconstructie is opgenomen. In Duitstalige gebieden ontstond uit een kaptype met verticale ondersteunende stijlen (XIV-xv, ‘staande stoel’) een type met schuinstaande ondersteunende stijlen (sedertXVb, ‘liggende stoel’), dat slechts schijnbaar overeenkomst vertoont met de Nederlandse schaargebinten. De gordingenkap wordt afgeleid van de Romeinse constructie, waarbij kapgebinten gordingen ondersteunen. Daarop zijn kepers bevestigd, die de dakbedekking dragen. Er is een hecht verband in de lengterichting van de kap. De gebruikelijke dakhelling is minder dan 45°. Ook in de nok is een gording aangebracht. Het verspreidingsgebied heeft in de M.e. zijn noordgrens in de Nederlandse provincie Limburg. Later vindt de verspreiding over geheel Nederland plaats. Dan vervallen doorgaans de sporen en ook de kepers. Er wordt staand dakbeschot aangebracht over de gordingen. De stijlenkap hangt samen met het verspreidingsgebied van de löss in Midden-Europa. Hij bestaat uit reeksen stijlen in de lengterichting van het dak. Daarover liggen platen met de platte kant horizontaal, ook op de nok van het dak. Die platen ondersteunen kepers die erop gehecht zijn. Het verspreidingsgebied vindt zijn noordwestelijke begrenzing in Zuid-Limburg. De gebruikelijke dakhelling is 45° of minder.Na de M.e. komen andere vormen van kapconstructies voor, zoals de Philibertkap, opgebouwd uit Philibertspanten, hang-, spring en schoorwerken, gelamineerde houten spanten, gietijzeren en stalen constructies en samengestelde betonconstructies. Zie ook tekeningen houten tongewelf en trekplaat. (Haslinghuis). Aanvullende ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. bij dakkapellenBouwwerken die uitsteken uit een schuin dak en waarin meestal een raam of ventilatiejalouzieën zijn aangebracht. (AAT-Ned) of door middel van ventilatiekappen is dan vaak noodzakelijk.

Dikte

Al het dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) is bij voorkeur zo veel mogelijk kwastvrij. In verbandVerbanden zijn verbindingen, samenvoegingen tot een onwrikbaar geheel. Bij houtbouw ook wel enigszins minder vast. Het samenvoegen van stenen heet metselverband. (Haslinghuis) met de bevestiging van de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) geldt de volgende eis voor de dikte van het dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis): RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) 32 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. dik beschot. De sporen mogen hart op hart niet verder uit elkaar liggen dan 500 à 600 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend.. Bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis), afhankelijk van de grootte van de dekleien, houdt men minimaal 180 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. breed dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) aan. Zowel bij dekleien groter dan 1/8 of 1/12 voor dekking in oud-Duits, als bij 230 x 280 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. of 250 x 320 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. voor dekking in sjabloon, past men minimaal 220 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. breed dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) toe. Je zet al het dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) met goed verdreven nagels vast, zodat boven de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) uitstekende koppen van de nagels niet de er overheen liggende leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) kunnen beschadigen. Het bestaande dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) controleren en als dit nodig is opnieuw vastspijkeren. Dit behoort tot het werk van de leidekker, tenzij dit nadrukkelijk anders is overeengekomen. Een aandachtspunt bij torenspitsen en kappen van kerkenKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) en kastelen is dat er bij de aansluiting op de dakvoetOnderste lijn van een dak bij de ontmoeting van dakvlak en muurplaat. (Haslinghuis) ruimteBeslotenheid, het door architectonische elementen omvatte (muren, pijlers, overdekking). In die zin is architectuur een ruimtekunst. (Haslinghuis) ontstaat voor een goede ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. van de kap. Een spleetEen droogscheur komt voor in een verflaag ten gevolge van het drogen. Hij verloopt vaak grillig en is breed. van 30 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. is voldoende. Vleermuizen kunnen op deze wijze toch binnenkomen en je houdt duiven uit de kap.

Waterkerende laagLagen zijn reeksen aaneengevoegde stenen van gelijke dikte op hun plat, horizontaal, soms in hellende stand of op hun kant (rollaag) gelegd. De hoogte van bakstenen metselwerk wordt naar het aantal lagen opgegeven. Een laag waarin alleen de korte zijden van de bakstenen zichtbaar zijn, heet een koppenlaag. die waarin alleen de lange zijden vertonen noemt men een strekkenlaag. (Haslinghuis)

Onder de leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis) mag je geen gebitumineerd papier of dampdichte folie of iets dergelijks als waterkerende laag toepassen. De hermetische afdichting stelt de bebording bloot aan condensvocht, die daardoor kan verrotten. Door het gebrek aan ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. wordt ook de leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis) overmatig aan vocht blootgesteld, waardoor schilferen en verweren sterk worden bevorderd. Voor de leidekker bestaat bovendien bij het aanbrengen van een waterkerende laag het nadeel dat hij niet kan zien waar hij de nagels of haken in het dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) slaat. De laatste jaren maakt men steeds meer gebruik van een zware kwaliteit waterwerende damp-open spinvliesfolie. Deze is primair bedoeld om het dakWordt gebruikt voor de overdekkingen van de buitenkant van gebouwen of andere constructies, inclusief het dakwerk en het geraamte daarvan. (AAT-Ned) tijdelijk dicht te houden na het rooien van de oude leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis) en bij uitgebreid inwendig herstel1. Weer tot een geheel maken door een onderdeel te vervangen of door wat gescheurd of gebroken is weer terug aan te zetten, of door iets anderszins weer in een goede staat te brengen. 2. Herstel van een vervallen gebouw (of wijk) omvat het opknapwerk dat het weer in een aanvaardbare toestand brengt voor verder gebruik. van de kapconstructieWijze waarop een kap geconstrueerd is. Bij een sporenkap wordt de dakbedekking gedragen door een reeks gespannen die oorspr. in de lengterichting van de kap niet met elkaar verbonden zijn. Sedert XIIIm ontwikkelden zich ondersteuningsconstructies waarbij de gespannen rusten op flieringen, die op de kapgebinten liggen. Er ontstaat dan een constructie van kapgebinten, bestaande uit een of meer schaargebinten op elkaar. Men noemt deze voor de Nederlanden typische constructie een Oudhollandse kap. De gebruikelijke dakhelling is 55-60°. Een bijzondere vorm heeft een houten tongewelf dat in de kapconstructie is opgenomen. In Duitstalige gebieden ontstond uit een kaptype met verticale ondersteunende stijlen (XIV-xv, ‘staande stoel’) een type met schuinstaande ondersteunende stijlen (sedertXVb, ‘liggende stoel’), dat slechts schijnbaar overeenkomst vertoont met de Nederlandse schaargebinten. De gordingenkap wordt afgeleid van de Romeinse constructie, waarbij kapgebinten gordingen ondersteunen. Daarop zijn kepers bevestigd, die de dakbedekking dragen. Er is een hecht verband in de lengterichting van de kap. De gebruikelijke dakhelling is minder dan 45°. Ook in de nok is een gording aangebracht. Het verspreidingsgebied heeft in de M.e. zijn noordgrens in de Nederlandse provincie Limburg. Later vindt de verspreiding over geheel Nederland plaats. Dan vervallen doorgaans de sporen en ook de kepers. Er wordt staand dakbeschot aangebracht over de gordingen. De stijlenkap hangt samen met het verspreidingsgebied van de löss in Midden-Europa. Hij bestaat uit reeksen stijlen in de lengterichting van het dak. Daarover liggen platen met de platte kant horizontaal, ook op de nok van het dak. Die platen ondersteunen kepers die erop gehecht zijn. Het verspreidingsgebied vindt zijn noordwestelijke begrenzing in Zuid-Limburg. De gebruikelijke dakhelling is 45° of minder.Na de M.e. komen andere vormen van kapconstructies voor, zoals de Philibertkap, opgebouwd uit Philibertspanten, hang-, spring en schoorwerken, gelamineerde houten spanten, gietijzeren en stalen constructies en samengestelde betonconstructies. Zie ook tekeningen houten tongewelf en trekplaat. (Haslinghuis). Ook gebruikt men deze spinvliesfolies bij kritische toepassingen, zoals aankappingenKap die aan de zijkant van een bestaand dak tegen een gebouw is gezet. (Haslinghuis). Een aankappingKap die aan de zijkant van een bestaand dak tegen een gebouw is gezet. (Haslinghuis) is een lager naar beneden doorgetrokken dakdeel.

Keuring van de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis)

Om te voorkomen dat er leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) op een monumentBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) komen die niet lang meegaan, gelden er eisen voor de kwaliteit. Zie ook Het keuren van natuurstenen leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis). Keur de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) ook visueel goed voordat de leidekker de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) verwerkt.

Kleur van de leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis)

Leien komen in zeer veel kleuren voor, variërend van zwartblauw en diep paars tot groengrijs. Chloritoïd is verantwoordelijk voor de blauwe kleurKleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door de verschillende golflengtes waaruit dat licht is samengesteld. van een leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis). Door meer koolstof wordt de leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) donkerblauw tot zelfs zwart. Leien voor RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) zijn blauwgrijs tot zwartblauw, afhankelijk van de groeve waaruit ze komen.

Verkleuring of vergrijzing

Het verkleuren of vergrijzen van een leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) is tot op zekere hoogte een graadmeter voor de kwaliteit. Met de mineralen die de kleurKleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door de verschillende golflengtes waaruit dat licht is samengesteld. verlenen, gebeurt niets. De verkleuring tot witgrijs ontstaat door het uitbloeien van de in de leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) aanwezige kalk.

Bevestiging van de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis)

Oorspronkelijk bevestigde men leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) met gesmede ijzeren nagels, die eerst in kokende lijnolieEen veelgebruikte, drogende olie die als oplosmiddel in verf wordt gebruikt; verhardt in de loop van enkele weken wanneer delen van de olie polymeriseren en een onoplosbaar bindmiddel vormen. (Zuiderzeemuseum) waren gedompeld. Sinds vele tientallen jaren gebruikt men in Nederland echter koperen nagels. Die hebben een een brede platte kop en een geribbelde schacht van 32 of 40 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend., afhankelijk van de grootte van de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis). Roestvaststalen nagels past men alleen toe bij eiken beschot. De dekleien bevestigt men met minimaal drie nagels. Achter torens en op andere windgevoelige plaatsenConcentratie van bebouwing. zet men nog een vierde nagel van 40 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. bij.

Onderhoud en herstel1. Weer tot een geheel maken door een onderdeel te vervangen of door wat gescheurd of gebroken is weer terug aan te zetten, of door iets anderszins weer in een goede staat te brengen. 2. Herstel van een vervallen gebouw (of wijk) omvat het opknapwerk dat het weer in een aanvaardbare toestand brengt voor verder gebruik.

Bij reparaties maakt men veel gebruik van roestvrijstalen leihakenLeihaken zijn haken waaraan de daklei wordt opgehangen. Deze worden voornamelijk gebruikt bij een Maasdak. (Haslinghuis). Bij een strakke dekking kunnen door reparatie met de dikkere roestvrijstalen leihakenLeihaken zijn haken waaraan de daklei wordt opgehangen. Deze worden voornamelijk gebruikt bij een Maasdak. (Haslinghuis) van 2,7 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. problemen ontstaan door het opwrikken van de omliggende leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis). Dit geldt zeker bij kleine leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis). Bij een strakke dekking of kleine dekleien is het beter om speciale strippen hard koperTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Cu en het atoomnummer 29; het is roodachtig van kleur en is zeer smeedbaar en kneedbaar. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het woirdt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verschillende voorwerpen en materialen te maken. (Toegepaste Kunst Project, RKD) van 1 millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. dikte te gebruiken en deze om te buigen. Loden en dunne koperen strippen zijn ongeschikt. Deze buigen uit en de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) glijden er vaak binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. enkele jaren al tussenuit. Vooral bij torenbedekkingen kan dit levensgevaarlijke situaties opleveren voor voorbijgangers.

Vormen

Bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) is de meest voorkomende vormDe omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object. (AAT-Ned) de zogenaamde Rheinischer Hieb. ‘Hieb’ is Duits voor ‘houw’ of ‘slag’. Naast de in Nederland gebruikelijke ‘normaler Hieb’ met een borsthoek van 74 graden en een overlag van 29 procent, zijn voor lekkagegevoelige dakvlakken en flauwere dakhellingen ook dekleien leverbaar met een ‘scharfer Hieb’ voor een grotere overlap van 34 procent.

Dekking

De enkele dekking, die men algemeen toepast, is niet onder alle omstandigheden waterdicht, zoals bij stuifsneeuw en regen met harde wind. Vooral insnoeringen en aankappingenKap die aan de zijkant van een bestaand dak tegen een gebouw is gezet. (Haslinghuis) met een helling van minder dan 35 graden hebben hiervan te lijden. Dubbele dekking komt in Nederland nauwelijks voor. Steeds past men, ook bij restauratiesHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken., enkele dekking toe in verbandVerbanden zijn verbindingen, samenvoegingen tot een onwrikbaar geheel. Bij houtbouw ook wel enigszins minder vast. Het samenvoegen van stenen heet metselverband. (Haslinghuis) met de kosten en ook om het gewicht te beperken. Het gewicht is afhankelijk van de grootte van de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) en de wijze van dekken, waarbij de dikte een zekere relatie heeft met de grootte van de deklei. Enkel gedekte RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) in normaler Hieb weegt exclusief dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken of delen (vroeger borden), die over de gordingen of de daksparren zijn aangebracht. Deze worden in verticale richting gelegd bij een pannendak (staand dakbeschot), in horizontale richting bij leibedekking (liggend dakbeschot). (Haslinghuis) 32 tot 34 kilo per vierkante meter dakWordt gebruikt voor de overdekkingen van de buitenkant van gebouwen of andere constructies, inclusief het dakwerk en het geraamte daarvan. (AAT-Ned), en in scharfer Hieb 36 tot 38 kilo. Dubbel gedekt is dat bij normaler Hieb 48 tot 50 kilo. Dubbele dekking in scharfer Hieb komt hier niet voor.

RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) in oud-Duits

Oud-Duits is de klassieke dekking en historisch gezien de meest juiste. De oud-Duitse dekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) verloopt met grote leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) aan de voet van het dakWordt gebruikt voor de overdekkingen van de buitenkant van gebouwen of andere constructies, inclusief het dakwerk en het geraamte daarvan. (AAT-Ned) naar kleine leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) bij de nok. Daarnaast verschillen de dekleien ook nog eens in breedte. Inclusief de aansluitingen bij voeten, killenInspringende hoek waar twee dakvlakken elkaar ontmoeten. (Haslinghuis) (inspringende hoeken), kepers (hoeken) en nokken, liggen er op één dakWordt gebruikt voor de overdekkingen van de buitenkant van gebouwen of andere constructies, inclusief het dakwerk en het geraamte daarvan. (AAT-Ned) ongeveer 250 verschillende formatenHet geheel van de door de vorm bepaalde afmetingen, in het bijz. van bakstenen. (Haslinghuis) en vormen. Dat goed dekken vergt een grote mate van vakmanschap, die slechts weinig leidekkers beheersen. Bij oud-Duitse dekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) sorteert men de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) voor het dekken altijd op hoogte voor een gelijkmatig verloop van groot naar klein.

RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) in sjabloon

Sjabloondekking, ook wel ‘schuppendekking’ genoemd, is een negentiende-eeuwse uitvinding, die historisch gezien op monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis) van voor 1850 niet thuishoort. Vanaf de jaren dertig heeft men sjabloondekkingAls alle leien hetzelfde formaat hebben wordt dit ook wel sjabloondekking genoemd. ook in Nederland veel toegepast, meestal met een veel te steile stijglijn. In bestekken geeft men vaak RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) aan zonder expliciet aan te geven dat dit in oud-Duits moet. Het resultaatEen concreet product of dienst waarvan helder is als het gereed is. Een resul­ taat is altijd concreet aanwijsbaar (zelfstandig naamwoord). Voorbeelden zijn: wet, vergunning, regeling, opgeleverd systeem, een twintigtal interviews. is dat men sjabloondekkingAls alle leien hetzelfde formaat hebben wordt dit ook wel sjabloondekking genoemd. krijgt zonder het te beseffen. Bij sjabloondekkingAls alle leien hetzelfde formaat hebben wordt dit ook wel sjabloondekking genoemd. past men namelijk over het gehele dakvlak één maat deklei toe. In tegenstelling tot oud-Duits ontstaat er een zeer regelmatige, wat doodse bedekking.

Relatie dakhelling - stijglijn

De dekleien dekt men bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) in schuin naar boven gaande rijen. Voordat je met het dekken begint moet je eerst de juiste hellingshoek van de opgaande rijen leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) uitzetten. Deze kan afwijken van de onjuiste hoek van de huidige leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis). Bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) geldt dat des te steiler de helling van het dakvlak is, des te flauwer de hellingshoek van de opgaande rijen dekleien. Bij wandbekleding van torens vervalt de stijglijn en brengt men de dekleien in horizontale banen aan.

Links- en rechtsdekkende leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis)

Anders dan bij bij Maasdekking kan men bij RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) rekening houden met de windrichting. Men dekt de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) van het weer af. Dit betekent bij een kerkKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis) die met het koor naar het oosten staat dat men op het zuidelijke dakvlak een andere leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) nodig heeft dan op het noordelijke dakvlak, namelijk het spiegelbeeld. Op het zuidelijke dakvlak zal de ronding van de leiLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) aan de rechterkant zitten. Op een toren vormt de zuidwesthoek de scheiding tussen de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) die links dekken en rechts dekken.

Nok- en keperafwerking

De nokken en kepers dekt men in Nederland bijna overal af met loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register). Let er op dat je het loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register) steeds van het weer af dichtfelst. Zeer sporadisch komt in het oosten van het land RijndekkingRijndekking is leibedekking van schubvormige leien, die in enkele dekking in schuin oplopende rijen gelegd worden, zoals in Duitsland gebruikelijk is. (Haslinghuis) voor waarbij de leidekker in de Duitse traditie van het weer af, vanaf het ene dakvlak het andere dakvlak op de hoekkeperKaponderdeel dat zich bevindt op de snijlijn van twee dakvlakken die elkaar onder een uitspringende hoek snijden. Dient ter ondersteuning van flieringen, gordingen en sporen of de haaieinden van de bebording. (Haslinghuis) ongeveer twintig millimeterEen millimeter (0,001 meter), symbool mm, is een uit het SI-stelsel afgeleide lengtemaat met de grootte van een duizendste deel van een meter. milli is afgeleid van het Latijnse woord voor duizend. met leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) overdekt. Zie onder andere voor de zwaarte van het loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register) Bladlood op monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis).

Voorzieningen

Denk bij het dekken met leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) aan de volgende voorzieningen.

Ladder- en klimhaken

Een goede bereikbaarheid is essentieel voor inspectie en onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren.. Daarom zijn de kosten voor bereikbaarheidsvoorzieningen subsidiabel gesteld in het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis). Zie voor meer informatie Veilig werken in en op monumentenBouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische associaties eerbiedwaardig wordt geacht. Ook om zijn betekenis voor de kunst- en bouwgeschiedenis, de geschiedkunde en de technologie kan het gebouw hoog worden gewaardeerd. De ouderdom, de hiermee gepaard gaande inwerking van de tijd en het harmonische geheel hebben er verder toe geleid dat een ‘samengegroeide’ veelheid van bouwwerken als monument kan worden beschouwd. Dit geldt voor een straat, een gracht, een wijk en zelfs een stad of dorp.In Nederland is de wettelijke bescherming sedert 1961 geregeld in de Monumentenwet, waarin ook beschermde stads- en dorpsgezichten zijn opgenomen. (Haslinghuis).

Dakluiken

Om dakvlakken zonder dakkapellenBouwwerken die uitsteken uit een schuin dak en waarin meestal een raam of ventilatiejalouzieën zijn aangebracht. (AAT-Ned) bereikbaar te maken, zijn in veel gevallen dakluiken noodzakelijk. Dit kunnen inliggende of opliggende luiken zijn. In andere gevallen heeft men een opliggend luik aangebracht om in een kapruimte te komen die niet op andere wijze toegankelijk is. Opliggende dakluiken zijn erg gevoelig voor vervuilingVervuiling is een schadeoorzaak waarbij allerlei luchtverontreinigde stoffen en atmosferische deeltjes als vervuilende laag op het oppervlak terecht komen. De deeltjes kunnen zure en alkalische componenten bevatten die het oppervlak aantasten en de natuurlijke veroudering van het oppervlak versnellen. Daarnaast kan vervuiling ook ontstaan door insecten en ongedierte, waarvan de uitscheidingsproducten schade kunnen aanbrengen aan het oppervlak. Sommige uitwerpselen, zoals vliegenpoep zijn moeilijk of zelfs niet te verwijderen en trekken weer andere micro-organismen aan. (Schilderijen / Gwen Borms, Lizet Klaassen, Ineke Labarque) achter de bovenste opstaande rand. Veel lekkages bij zowel inliggende als opliggende luiken ontstaan door gebrekkige of kapotgestoten loodaansluitingen en omrandingen.

Monnikskappen

Ventilatiekappen noemt men ook wel monnikskappenLoden kap met een breedte tot c. 20 cm in een leibedekking om de zolderruimte te ventileren. (Haslinghuis). Deze past men toe op plaatsenConcentratie van bebouwing. waar de ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. van de kap te wensen overlaat. Vooral in kappen met veel eikenhout die eerder aangetast zijn door de bonte knaagkever is een blijvende, goede ventilatieVentilatie is de geforceerde of natuurlijke stroming van lucht een gebouw in, binnen een gebouw en er weer uit, ter bevordering van de behaaglijkheid en om ongewenste waterdamp en (vervuilende) stof kwijt te raken. van de kapconstructieWijze waarop een kap geconstrueerd is. Bij een sporenkap wordt de dakbedekking gedragen door een reeks gespannen die oorspr. in de lengterichting van de kap niet met elkaar verbonden zijn. Sedert XIIIm ontwikkelden zich ondersteuningsconstructies waarbij de gespannen rusten op flieringen, die op de kapgebinten liggen. Er ontstaat dan een constructie van kapgebinten, bestaande uit een of meer schaargebinten op elkaar. Men noemt deze voor de Nederlanden typische constructie een Oudhollandse kap. De gebruikelijke dakhelling is 55-60°. Een bijzondere vorm heeft een houten tongewelf dat in de kapconstructie is opgenomen. In Duitstalige gebieden ontstond uit een kaptype met verticale ondersteunende stijlen (XIV-xv, ‘staande stoel’) een type met schuinstaande ondersteunende stijlen (sedertXVb, ‘liggende stoel’), dat slechts schijnbaar overeenkomst vertoont met de Nederlandse schaargebinten. De gordingenkap wordt afgeleid van de Romeinse constructie, waarbij kapgebinten gordingen ondersteunen. Daarop zijn kepers bevestigd, die de dakbedekking dragen. Er is een hecht verband in de lengterichting van de kap. De gebruikelijke dakhelling is minder dan 45°. Ook in de nok is een gording aangebracht. Het verspreidingsgebied heeft in de M.e. zijn noordgrens in de Nederlandse provincie Limburg. Later vindt de verspreiding over geheel Nederland plaats. Dan vervallen doorgaans de sporen en ook de kepers. Er wordt staand dakbeschot aangebracht over de gordingen. De stijlenkap hangt samen met het verspreidingsgebied van de löss in Midden-Europa. Hij bestaat uit reeksen stijlen in de lengterichting van het dak. Daarover liggen platen met de platte kant horizontaal, ook op de nok van het dak. Die platen ondersteunen kepers die erop gehecht zijn. Het verspreidingsgebied vindt zijn noordwestelijke begrenzing in Zuid-Limburg. De gebruikelijke dakhelling is 45° of minder.Na de M.e. komen andere vormen van kapconstructies voor, zoals de Philibertkap, opgebouwd uit Philibertspanten, hang-, spring en schoorwerken, gelamineerde houten spanten, gietijzeren en stalen constructies en samengestelde betonconstructies. Zie ook tekeningen houten tongewelf en trekplaat. (Haslinghuis) en de dakvoetenOnderste lijn van een dak bij de ontmoeting van dakvlak en muurplaat. (Haslinghuis) belangrijk. De plaatsing is sterk afhankelijk van de kapconstructieWijze waarop een kap geconstrueerd is. Bij een sporenkap wordt de dakbedekking gedragen door een reeks gespannen die oorspr. in de lengterichting van de kap niet met elkaar verbonden zijn. Sedert XIIIm ontwikkelden zich ondersteuningsconstructies waarbij de gespannen rusten op flieringen, die op de kapgebinten liggen. Er ontstaat dan een constructie van kapgebinten, bestaande uit een of meer schaargebinten op elkaar. Men noemt deze voor de Nederlanden typische constructie een Oudhollandse kap. De gebruikelijke dakhelling is 55-60°. Een bijzondere vorm heeft een houten tongewelf dat in de kapconstructie is opgenomen. In Duitstalige gebieden ontstond uit een kaptype met verticale ondersteunende stijlen (XIV-xv, ‘staande stoel’) een type met schuinstaande ondersteunende stijlen (sedertXVb, ‘liggende stoel’), dat slechts schijnbaar overeenkomst vertoont met de Nederlandse schaargebinten. De gordingenkap wordt afgeleid van de Romeinse constructie, waarbij kapgebinten gordingen ondersteunen. Daarop zijn kepers bevestigd, die de dakbedekking dragen. Er is een hecht verband in de lengterichting van de kap. De gebruikelijke dakhelling is minder dan 45°. Ook in de nok is een gording aangebracht. Het verspreidingsgebied heeft in de M.e. zijn noordgrens in de Nederlandse provincie Limburg. Later vindt de verspreiding over geheel Nederland plaats. Dan vervallen doorgaans de sporen en ook de kepers. Er wordt staand dakbeschot aangebracht over de gordingen. De stijlenkap hangt samen met het verspreidingsgebied van de löss in Midden-Europa. Hij bestaat uit reeksen stijlen in de lengterichting van het dak. Daarover liggen platen met de platte kant horizontaal, ook op de nok van het dak. Die platen ondersteunen kepers die erop gehecht zijn. Het verspreidingsgebied vindt zijn noordwestelijke begrenzing in Zuid-Limburg. De gebruikelijke dakhelling is 45° of minder.Na de M.e. komen andere vormen van kapconstructies voor, zoals de Philibertkap, opgebouwd uit Philibertspanten, hang-, spring en schoorwerken, gelamineerde houten spanten, gietijzeren en stalen constructies en samengestelde betonconstructies. Zie ook tekeningen houten tongewelf en trekplaat. (Haslinghuis) en van de ventilatiemogelijkheden aan de dakvoetOnderste lijn van een dak bij de ontmoeting van dakvlak en muurplaat. (Haslinghuis). Bij dakvlakken waarvan de hoogte tot de nok korter is dan zeven meter is een enkele rij ventilatiekappen op een derde van de hoogte vanaf de nok doorgaans voldoende. Als dakvlakken erg hoog zijn, kan een dubbele rij noodzakelijk zijn. Bij kerkkappen met een tongewelfTongewelven zijn gewelven die te beschouwen zijn als de bovenste helft van een liggende cilinder. De doorsnede is dan een halve cirkel, maar kan bijvoorbeeld ook een spitsboog zijn. Het tongewelf is vaak voorzien van gordelbogen die op regelmatige afstanden geplaatst zijn. Een houten tongewelf is geen gewelf in de ware zin van het woord, maar een plafond. Het kan geen drukkrachten opnemen. (Haslinghuis) is het raadzaam zowel ventilatiekappen te plaatsenConcentratie van bebouwing. op anderhalve meter uit de goot als boven de kruin van het tongewelfTongewelven zijn gewelven die te beschouwen zijn als de bovenste helft van een liggende cilinder. De doorsnede is dan een halve cirkel, maar kan bijvoorbeeld ook een spitsboog zijn. Het tongewelf is vaak voorzien van gordelbogen die op regelmatige afstanden geplaatst zijn. Een houten tongewelf is geen gewelf in de ware zin van het woord, maar een plafond. Het kan geen drukkrachten opnemen. (Haslinghuis), op ongeveer een derde van de hoogte vanaf de nok.

Bliksemafleider

Onjuiste bevestiging van het daknet op de leibedekkingLeibedekking is bedekking van een dak met leien. Er zijn twee hoofdtypen: rechthoekige leien (of daarvan afgeleide vormen), die elkaar in dubbele dekking als in halfsteensverband overlappen (Maasdak) en schubvormige leien, in schuin oplopende lijnen elkaar ca 7 cm in enkele dekking overlappend (Duitse dekking of Rijndekking). (Haslinghuis) zorgt voor veel problemen. Bij bevestiging door middel van alpha-steunen zet men de pennen vaak op de verkeerde plaatsenConcentratie van bebouwing. door de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) op de onderconstructie vast, met vervelende lekkages als gevolg. Tegenwoordig maakt men steeds meer gebruik van roestvast-stalen klemsteunen, die tussen de leienLeien zijn kleine dunne platen, die uit leisteen gekloofd en gehakt zijn, en worden gebruikt als dakbedekking. Een lei is enkele mm tot ruim 1 cm dik, meestal blauwgrijs maar ook roodpaars of groen van kleur. Naar gelang de structuur van het basismateriaal kunnen ze worden geleverd in rechthoekige of daarvan afgeleide vorm of in schubvorm. Schubleien kwamen in hoofdzaak uit het gebied van Rijn en Moezel, vandaar dat er ook gesproken wordt van Rijndak. Ook Thüringen levert goede schubleien. Bij Rijnse leien werd gesproken over Andernakels (Andernach).In de 17e en 18e eeuw kwamen veel leien uit Cornwall en Devonshire in Engeland, onder verbasterde namen als Dortmuidse leien, Pleymuidze leien, Salcomse of Schaalkomse leien en Vaalmuidse leien. Tegenwoordig worden ook leien gehakt uit Spaans materiaal.Als de leien uit het Franstalige gebied afkomstig waren, werden ze vaak als schaliën aangeduid. (Haslinghuis) geschoven zijn en die men moet vastnagelen op het beschot. Het verdient de voorkeur dat de leidekker de klemsteunen aanbrengt in overleg met de bliksembeveiligingsfirma.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2021 om 12:56.