Leo Heijdenrijk (1932-1999)


Introductie

Leo Heijdenrijk (Den Helder 1932 – Amersfoort 1999) voltooide in 1961 zijn studie aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft. Na zijn afstuderen kwam hij in dienst van het Bureau voor Architectuur, Industriële Vormgeving en Stedebouw van Joost van der Grinten in Utrecht. In 1965 vormde hij met Van der Grinten in Amersfoort de Maatschap voor Architectuur en Stedebouw, die vanaf 1970 werd voortgezet onder de naam Environmental Design B.V. In 1984 richtte Heijdenrijk in Amersfoort het Architecten Kollektief Heijdenrijk B.V. op dat drie jaar na zijn overlijden werd opgeheven.
Woonhuis met strakke rechthoekige vorm, grote ramen met zwarte kozijnen en overstekend dak tegen groene helling.
Afb. 1. Woonhuis van der Grinten (1968) in Venlo. Foto: Collectie Nieuwe Instituut
Lichtgrijs betonnen gebouw met stapelende rechthoekige volumes op pijlers boven het water, weerspiegeld in de vijver.
Afb. 2. Cubicus, rekencentrum Technische Universiteit (1973) in Enschede. Foto: Wikimedia Commons / Berteun Damman
Zwart-witfoto met wit wooncomplex met modulaire, kubusvormige volumes en repetitieve gevelpatronen, op elkaar gestapeld als bouwblokken.
Afb. 3. Sterrenburg III (Legostad) in Dordrecht (1978). Foto: Regionaal Archief Dordrecht

Architecten Kollektief

De ontwerpportefeuille van het Architecten Kollektief omvatte onder meer woningwetbouw, particuliere woningen, overheids- en onderwijsgebouwen en jeugdinrichtingen. Kenmerkend voor de ontwerppraktijk was het deelnemen aan prijsvragen met als doel het verleggen van architectonische grenzen. Ontwerpprincipes die bij bepaalde gebouwtypen waren ontwikkeld, werden vervolgens toegepast in andere opdrachten, waarmee nieuwe mogelijkheden werden onderzocht.

Stadhuisontwerp

In 1967-1968 kreeg Heijdenrijk internationale bekendheid met zijn prijsvraagontwerp voor het Stadhuis van Amsterdam. Uit 804 inzendingen kreeg zijn ontwerp de gedeelde derde prijs. Heijdenrijks stadhuis bestond uit een op de schaal van de stad afgestemde geometrische structuur van samengevoegde gelijkvormige bouweenheden. Een uitbreidbare aaneenschakeling van cellen die, door gangen, stegen en straten met elkaar verbonden, ontmoetingen en sociaal verkeer mogelijk moesten maken. Met zijn stadhuisontwerp voegde Heijdenrijk zich in de stroming van het structuralisme, dat door Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in het tijdschrift FORUM werd gepropageerd. Dit was gericht op de menselijke maat en het scheppen van voorwaarden voor sociaal verkeer in de architectuur.

Lego-stad

Een dergelijke stapelbare groepering van geometrische bouwelementen is te zien in woningbouwprojecten die Heijdenrijk in de jaren zeventig realiseerde. Als onderdeel van een groot contingent nieuwbouwwoningen in Dordrecht ontwierp hij een klusterachtige rangschikking van 310 woningen gebaseerd op een industrieel systeem van betonnen prefab bouwelementen, bekend als Sterrenburg III en in de volksmond ‘Lego-stad’.

Zeggenschap

Behalve uit het structuralisme putte Heijdenrijk inspiratie uit de ideeën van architect John Habraken. Deze wilde bewoners meer zeggenschap geven over het ontwerp van hun woning en woonomgeving. In 1971 realiseerde Heijdenrijk in Amersfoort acht vrije sectorwoningen waaronder zijn eigen woning. De toekomstige bewoners kregen van meet af aan de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het ontwerp en de bouw van de huizen.

Onderwijsgebouwen

Heijdenrijk heeft ook grote bouwwerken gerealiseerd, zoals onderwijsgebouwen en rijksinrichtingen. Veel waardering oogstte hij met zijn ontwerp uit 1973 van het gebouw voor Toegepaste Wiskunde van de Technische Hogeschool Twente in Enschede, dat was gebaseerd op een strakke, structuralistische schakeling van bouwelementen.

Ruïnewoningen

In de herfst van zijn carrière voerde Heijdenrijk een aantal woningbouwopdrachten uit in de Amersfoortse wijk Kattenbroek, waarvan het stedenbouwkundig plan was ontworpen door architect en stedenbouwkundige Ashok Bahlotra. De samenwerking met Bahlotra bracht een kanteling in de ontwerpopvattingen van Heijdenrijk teweeg: hij hield niet langer vast aan de principes van het structuralisme en permitteerde zich grotere vrijheid. Met de zogenaamde ‘ruïnewoningen’ uit 1991 wilde hij in Kattenbroek een metafoor scheppen voor de wisseling van de seizoenen, jeugd en ouderdom, opbouw en afbraak en de cyclus van leven en dood.

Leo Heijdenrijk overleed volslagen onverwacht in 1999, kort nadat hij in eigen beheer een oeuvrecatalogus van zijn werk had uitgegeven.

Objecten

  • Woonhuis van der Grinten, Venlo (1968).
  • Cubicus (Faculteit toegepaste wiskunde en rekencentrum Technische Universiteit Twente), Enschede (1973).
  • Sterrenburg III (Lego-stad), Dordrecht (1978).
  • Sociale werkplaats De Nijverheid, Amersfoort (1985). Wordt gesloopt
  • Bestuurscentrum Landbouwuniversiteit, Wageningen (1990).
  • Ruïnewoningen, Brugwoningen, Castellum, Amersfoort/Kattenbroek (1991-1993)
  • Van Goghcomplex Rembrandtlaan, Almelo (1992).

Bronnenlijst

Heijdenrijk, L., Villanueva, F., red. Huizen binnen eigen huid (Amersfoort 1998).


Dit artikel is geschreven door Eva Villanueva.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 30 okt 2025 om 03:00.