Luzia Hartsuyker-Curjel (1926-2011)


Introductie

Luzia Hartsuyker-Curjel (Karlsruhe, 15 februari 1926 - Laren (NH), 17 april 2011) is bekend geworden door haar baanbrekende ontwerpen, deels met echtgenoot Enrico Hartsuyker. Hun ontwerpen betreffen niet alleen gebouwen, maar ook stedenbouwkundige vernieuwende modellen. Luzia Curjel groeit op in Berlijn, maar voor de Tweede Wereldoorlog wijken haar Joodse ouders met hun kinderen uit naar Zwitserland. Luzia Curjel studeert vervolgens aan de Eidgenössige Technische Hochschule in Zürich, waar ze haar latere man Enrico Hartsuyker leert kennen. Van belang is de diepe vriendschap tussen haar vader en het echtpaar Siegfried Giedion en Carola Giedion-Welcker, beiden architectuurhistorici. Giedion wordt na de oorlog docent aan de ETH en besteedt veel aandacht in zijn lessen aan de moderne architectuur en de Nederlandse architectuur in het bijzonder. Luzia Curjel en Enrico Hartsuyker volgen ook lessen bij hem. Dankzij hem krijgen zij inzicht in ruimtelijke dynamiek en een brede blik op architectuur in relatie tot wetenschap, cultuur en maatschappij. Na hun opleiding (en huwelijk in 1951) zijn zij enkele jaren bij verschillende architectenbureaus in Zwitserland werkzaam.
Zwart-witfoto van een vrouw met ronde bril achter de tekentafel
Afb. 1. Architecte Luzia Hartsuyker-Curjel achter de tekentafel, 1987. Foto: Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo
Afbeelding met een bouwplaats op de voorgrond en een straat met lage rijtjeshuizen en geparkeerde auto’s erachter, terwijl op de achtergrond hoge flats en een bouwkraan zichtbaar zijn. De foto is zwart-wit en toont bouwmaterialen en zand op de grond.
Afb. 2. Atriumwoningen aan de Cannenburg in Amsterdam, 1966. Foto: Stadsarchief Amsterdam / J. M. Arsath Ro'is
Afbeelding met een groot, lichtgekleurd appartementencomplex van meerdere verdiepingen met veel ramen, en een grasveld met enkele gevallen bladeren ervoor. Het gebouw heeft open doorgangen op de begane grond en een metalen hek langs het grasveld.
Afb. 3. Woningbouw Borssenburgplein. Foto: Stadsarchief Amsterdam / Archief van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting
Afbeelding met een modern, meerlaagse appartementenflat met veel balkons vol planten, rode accenten en witte hekjes, terwijl op de voorgrond bloemen en struiken staan en een stenen muurtje met de naam “ZONNETRAP” zichtbaar is. Het gebouw heeft een open, hoekige structuur en een heldere blauwe lucht op de achtergrond.
Afb. 4. De Zonnetrap, juni 2023. Foto: Manon Fonteijn (RCE)

Biopolis en de atriumwoning

In 1953 verhuizen de Hartsuykers naar Nederland, dus midden in de tijd van de wederopbouw. De meeste steden gingen uit van de wijkgedachte met functiescheiding, waarbij voorzieningen vaak ver uiteen liggen en woningen volgens een krappe standaardplattegrond worden gebouwd. Het antwoord van de Hartsuykers is een “biologisch verantwoorde stad”: Biopolis (1961-1964). Zij zoeken daarbij naar een vervlechting van activiteiten. Wonen, werken, winkelen en recreëren zouden een ruimtelijke samenhang moeten hebben. In een heuvelvormige piramidevormige constructie krijgen alle woningen een buitenterras. Binnen zijn overdekte openbare ruimten, pleinen en wegen. Aan deze ruimten zijn werkkamers, winkels en kantoren gesitueerd. Auto’s worden geparkeerd in een ondergrondse garage. Dit idee werken zij nader uit in Hydropolis, een stad op zee.

Het wonen in een krappe standaardwoning stimuleert de Hartsuykers om andere woonplattegronden te ontwikkelen. Een goed voorbeeld zijn de atriumwoningen in Cannenburg (1960-1965) in de Amsterdamse wijk Buitenveldert, waar zij zelf ook gaan wonen. De atriums van deze woningen verspringen ten opzichte van elkaar. Men kan rondom het atrium heen lopen. Rondom het glazen atrium heeft elke woning een indeling naar de wens van de opdrachtgevers. Zo ontwikkelen de Hartsuykers naast de atriumwoning of rondloopwoning met een inwendige open kern een ander flexibel woningtype met een inwendig gesloten kern. In deze kern bevinden zich de natte delen (douche, wc, keuken) met daar omheen diverse ruimten. Deze keuzevrijheid en vooral de mogelijkheid tot flexibel gebruik is een rode draad in Luzia Hartsuyker-Curjel’s latere woningontwerpen. Zij houdt tijdens haar hele loopbaan lezingen over dit onderwerp.

De Zonnetrap in Rotterdam

Een gebouw, dat sterk doet denken aan Biopolis, is de Zonnetrap in Rotterdam-Lombardije (1969-1975). De piramidale betonnen opbouw en de terrassenbouw, met ruime terugspringende balkons, springt gelijk in het oog. Opdrachtgever is Woningstichting Lombardijen, die een woongebouw voor valide senioren laat bouwen, dat aan de nieuwste eisen moet voldoen. Vier architectenbureaus worden uitgenodigd. Het ontwerp van de Hartsuykers wint, omdat hier veel aandacht is besteed aan de flexibiliteit en aan de gemeenschappelijke voorzieningen. Die voorzieningen bestaan -naast een dienstencentrum- uit winkels, ateliers en bedrijfjes ter bevordering van de stedelijke levendigheid. De woningplattegrond is eenvoudig: de keuken en natte cel bevinden zich aan de gangzijde, zodat men links en rechts daarvan twee gelijkwaardige kamers kan betreden. De realisatie duurt lang, omdat de opzet en functiemenging niet paste binnen de gemeentelijke regelgeving. Uiteindelijk wordt het gebouw in 1980 geopend.

Vrouwvriendelijke woning

In 1983 wordt de landelijke stichting Vrouwen Bouwen Wonen (VBW) opgericht. Luzia Hartsuyker-Curjel sluit zich aan bij het Amsterdamse netwerk VBW. Haar alternatieve woningplattegronden dragen bij aan de kritiek op de bestaande bouw. Zij ontwikkelt de ‘ongedefinieerde’ of ‘andere driekamerwoning’, waarbij gebruiksflexibiliteit het uitgangspunt is. In lijn hiermee ontwerpt zij in de jaren tachtig de ‘vrouwvriendelijke’ woning, waarbij de traditionele hiërarchische woningplattegrond (met o.a. kleine kinderslaapkamers) wordt vervangen door gelijkwaardige ruimten. Zij beschrijft dit woningtype in het tijdschrift Bouw. Bij de driekamerwoning zijn drie kamers van gelijke afmeting (12 m3) tegen de buitenwanden gesitueerd, het sanitair en de keuken liggen er tussenin. Samenwonen van drie volwassenen in een niet-gezinssamenstelling is zo ook mogelijk.

Bij woningbouwprojecten aan het Borssenburgplein en aan het Maria Snelplantsoen (Gein 3) in Amsterdam worden deze vrouwvriendelijke woningen gerealiseerd. Elk lid van het huishouden heeft een gelijkwaardige kamer; de traditionele huiskamer ontbreekt. De woningen zijn een succes, hoewel de bewoners wel behoefte hebben aan een grotere kamer voor gemeenschappelijke activiteiten.

Burgerziekenhuis Voor Vrouwen

Een ander bijzonder project is de verbouwing van een deel van het Burgerziekenhuis (1885-1992). Dit unieke project omvat woon-werkgebouwen voor vrouwen onder de naam Burgerziekenhuis Voor Vrouwen (hierna: BVV). De gedachte erachter is dat vrouwen met kinderen de mogelijkheid moeten hebben om wonen en werken te combineren. Gemeenschappelijke voorzieningen als kinderopvang, wasserette en een gemeenschapsruimte ondersteunen dit idee. Buurtbewoonster Anna Lont claimt 50% van de leeggekomen gebouwen van het voormalig ziekenhuis. Luzia Hartsuyker-Curjel wordt met stedenbouwkundige Henriëtte van Eys in 1987 als extern adviseur aangetrokken. In 1988 wordt de Stichting BVV opgericht. Hartsuyker-Curjel maakt schetsen voor de verbouwing van de ziekenhuisvleugel aan de Domselaerstraat en voor het Chirurgiegebouw. Uiteindelijk krijgt BVV de vleugel aan de Domselaerstraat toegewezen, waarin 20 woningen en woonruimte voor twee woongroepen worden gerealiseerd. De bedrijven zijn daarbij aan de straat en de woningen aan de tuinzijde gesitueerd.

Hartsuyker-Curjel zegt in 1988 in een interview in Gepakte Stad, dat zij het belangrijk vindt dat de bestaande regelgeving van gescheiden wonen en werken doorbroken wordt. Zij wil de ruimtelijke condities voor vrouwen creëren om te wonen en te werken. “Verder vind ik heel belangrijk dat in het BVV-project expliciet aandacht is voor vrouwen uit etnische groepen, zij worden te vaak vergeten.” Helaas kan niet alles zoals zij heeft bedacht worden uitgevoerd. Zo moeten er op last van de brandweer brandwerende muren komen en verdwijnt daarmee gedeeltelijk de verbinding tussen wonen en werken. Daarnaast sneuvelt de gemeenschappelijke ruimte vanwege de kosten en worden de huren hoger, waardoor vrouwen met een laag inkomen er moeilijk kunnen wonen en werken. Er is veel discussie over open of gesloten bouwblokken. Het stedenbouwkundig plan van architect Francine Houben biedt open toegang tot het binnenterrein, maar moet wel met hekken kunnen worden afgesloten conform de sociale veiligheidswensen van BVV. De hekken zijn een noodgreep; een goed stedenbouwkundig plan, waarin sociale veiligheid geïntegreerd is, is niet gerealiseerd.

Dominium in Maastricht

Eén van haar laatste ontwerpen betreft het middelhoge woongebouw Dominium in Maastricht voor woningbouwvereniging Beter Wonen (1991-1993). Daarbij is sprake van een intensief inspraakproject. Alleen de locatie en het huurbedrag staan vast. Voor de gemengde groep toekomstige bewoners (alleenwonenden, gezinnen en ouderen) is ruimte- en lichtwerking belangrijk. Hartsuyker-Curjel werkt dit uit in het ontwerp: de begane grond heeft een hoge woonkamer (met een anderhalve verdieping hoogte), de woningen op de eerste verdieping hebben een gebogen erker met daarachter een glazen serre. Op de bovenste verdieping liggen de vijfkamerwoningen met een dakterras. De kamerafmetingen zijn ongeveer gelijk en daarmee voor verschillende doeleinden te gebruiken. Ook de schuifwanden bevorderen een flexibel gebruik.

In 1996 stoppen de Hartsuykers met hun ontwerpwerkzaamheden voor het Bureau en verhuizen ze naar Zwitserland. Hun laatste levensjaren brengen zij samen door in het Rosa Spierhuis te Laren.

Enkele gebouwen en ontwerpen

  • Atriumhuizen Amsterdam, Cannenburg 13-25, Buitenveldert (1960-1965).
  • Biopolis, visie voor een nieuwe stad (1961-1964).
  • De Zonnetrap, seniorencomplex in Rotterdam (1967-1975) en verbouwing (1991-1993).
  • Borssenburgplein Amsterdam (38 woningen,1985-1987).
  • Burgerziekenhuis voor Vrouwen, wonen en werken aan de Domselaerstraat in Amsterdam-Oost (1989-1992).
  • Wooncomplex Dominium in Maastricht (1991-1993).
  • Wooncomplex Hoorn (Kersenboogerd, 67 woningen, 1995-1997).

Bronnenlijst

  • 2X 6 NL architectes. Gesprekken met zes ervaren en zes jonge Nederlandse architectes. Stichting Vreemde Architecten. Amsterdam 1999.
  • Moorsel, Wies van Dorothee Segaar-Höweler, Enrico Hartsuyker en Luzia Hartsuyker-Curjel, Modellen voor nieuwe woonvormen. Rotterdam 2008.
  • L. Karsten, ‘Luzia Hartsuyker: geen stereotypen’ in: Gepakte Stad, 5 (1988) 25, p. 11-12.

Dit artikel is geschreven door Ellen van Kessel.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 19 mei 2026 om 02:10.